Dat blijkt dinsdag uit een rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij.

De maand mei verliep vooral in het centrum van Vlaanderen natter dan normaal. In het uiterste westen en het oosten viel wat minder neerslag, namelijk rond de normale hoeveelheid of iets minder. De neerslagtotalen voor de hele maand in het Vlaamse pluviometernetwerk varieerden tussen 45,36 en 127,6 millimeter, met een gemiddelde van 80,11 mm. Dat is een stuk boven de normale waarde in Ukkel, namelijk 59,7 mm.

Dat leidde tot hogere grondwaterstanden dan normaal in deze tijd van het jaar. Op 2 juni jongstleden waren de grondwaterstanden op ongeveer drie van de vier meetplaatsen normaal tot zeer hoog voor de tijd van het jaar: 35 procent was normaal, 32 procent hoog en 9 procent zeer hoog 9. Op ongeveer een kwart van de meetplaatsen zijn de grondwaterstanden nog laag (12 procent) tot zeer laag (ook 12 procent) voor de tijd van het jaar.

Normaal beginnen de grondwaterstanden te zakken vanaf begin april, in het zogeheten hydrologische zomerseizoen.

Ten opzichte van begin mei zijn de veertiendaags gemiddelde debieten van de onbevaarbare waterlopen op de meeste plaatsen fors gestegen, met een toename tot 200 procent. In slechts een paar stations werd een gelijke stand of lichte daling waargenomen. In de bekkens van Dender, Beneden-Schelde en Brugse Polders zijn de debieten hoog tot zeer hoog voor de tijd van het jaar.

Elders zijn ze voornamelijk normaal voor de tijd van het jaar, al werden in het Dijle- en Demerbekken ook een paar lage waarden geregistreerd.

Dat blijkt dinsdag uit een rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij.De maand mei verliep vooral in het centrum van Vlaanderen natter dan normaal. In het uiterste westen en het oosten viel wat minder neerslag, namelijk rond de normale hoeveelheid of iets minder. De neerslagtotalen voor de hele maand in het Vlaamse pluviometernetwerk varieerden tussen 45,36 en 127,6 millimeter, met een gemiddelde van 80,11 mm. Dat is een stuk boven de normale waarde in Ukkel, namelijk 59,7 mm. Dat leidde tot hogere grondwaterstanden dan normaal in deze tijd van het jaar. Op 2 juni jongstleden waren de grondwaterstanden op ongeveer drie van de vier meetplaatsen normaal tot zeer hoog voor de tijd van het jaar: 35 procent was normaal, 32 procent hoog en 9 procent zeer hoog 9. Op ongeveer een kwart van de meetplaatsen zijn de grondwaterstanden nog laag (12 procent) tot zeer laag (ook 12 procent) voor de tijd van het jaar. Normaal beginnen de grondwaterstanden te zakken vanaf begin april, in het zogeheten hydrologische zomerseizoen. Ten opzichte van begin mei zijn de veertiendaags gemiddelde debieten van de onbevaarbare waterlopen op de meeste plaatsen fors gestegen, met een toename tot 200 procent. In slechts een paar stations werd een gelijke stand of lichte daling waargenomen. In de bekkens van Dender, Beneden-Schelde en Brugse Polders zijn de debieten hoog tot zeer hoog voor de tijd van het jaar. Elders zijn ze voornamelijk normaal voor de tijd van het jaar, al werden in het Dijle- en Demerbekken ook een paar lage waarden geregistreerd.