De Belgen waren voor de derde keer op rij reekshoofd bij de loting voor een groot toernooi, en op voorhand al zeker van een stek in groep B, met Rusland (in Sint-Petersburg) en Denemarken (in Kopenhagen) als tegenstanders. Enkel achter de naam van het vierde land in de groep stond nog een klein vraagteken. Na eliminatie van de andere mogelijkheden bleven enkel Wales en debutant Finland over. Uiteindelijk kwam Finland als overblijver uit de trommel, na de meest geleide loting in de geschiedenis van het voetbal. Wales werd immers aan groep A toegewezen. De troepen van bondscoach Roberto Martinez spelen hun openingswedstrijd op 12 juni in Sint-Petersburg tegen Rusland. Vijf dagen later volgt de tweede wedstrijd in Kopenhagen tegen Denemarken. Op 21 juni wordt de groepsfase afgesloten in Sint-Petersburg tegen Finland. De Rode Duivels staan dus voor heel wat verplaatsingen omdat ze geen twee wedstrijden op rij in Rusland afwerken. Als de Belgen hun groep winnen, volgt er op 27 juni een achtste finale in het Spaanse Sevilla tegen een nummer drie uit de groepen A, D, E en F. De eventuele kwartfinale wordt dan op 2 juli in München gespeeld en dan kan Italië een mogelijke tegenstander zijn. Voor de nummer twee uit groep B vindt de achtste finale in Amsterdam plaats. De halve finales en de finale van EURO 2020 worden in het Wembleystadion in de Britse hoofdstad Londen gespeeld. Als de Engelsen tot in de finale zouden geraken, spelen zij mogelijk zes van hun zeven wedstrijden voor eigen publiek. Met Finland stoten de Rode Duivels in de groepsfase op een land dat zich voor de eerste keer kon plaatsen voor een groot toernooi. Finland kwam verrassend als nummer twee uit groep J, achter Italië, maar voor Griekenland en Bosnië-Herzegovina. Zij debuteren op een groot toernooi, net als Noord-Macedonië. Voor de laatste zege van België tegen Finland moeten we al teruggaan naar 1968, in de kwalificaties voor het WK in 1970. In Brussel werd het toen 6-1. Nadien werd er in zeven interlands vier keer verloren en kwam er drie keer een draw uit de bus. De laatste wedstrijd met inzet tegen de Finnen dateert al van meer dan twaalf jaar geleden. Belgische fans zullen zich de wedstrijd in Finland misschien nog wel herinneren als de verplaatsing waarbij er in juni 2007 tijdens een EK-kwalificatiewedstrijd een uil neerstreek op het veld en gedurende zes minuten het spel stillegde. De oehoe werd later uitgeroepen tot inwoner van het jaar in Helsinki. De Rode Duivels verloren er uiteindelijk met 2-0 en konden zich later ook niet plaatsen voor het EK 2008. Nadien werd er nog drie keer vriendschappelijk gespeeld tegen de Finnen; de laatste keer in juni 2016 in de aanloop naar het EK. Een troosteloze wedstrijd op de Heizel leverde toen een 1-1 gelijkspel en reeds wat vraagtekens op. De bevestiging daarvan volgde later in Frankrijk. De groepswedstrijden tegen Rusland en Denemarken worden echte uitwedstrijden voor de Rode Duivels, waarbij het thuisland telkens het immense voordeel heeft voor de eigen aanhang te spelen. Zeker in de openingswedstrijd, die beter niet verloren wordt, kan dat doorslaggevend zijn. Het zijn niet zozeer de tegenstanders, maar wel de verplaatsingen die de Belgen de meeste problemen kunnen opleveren. Ook Roberto Martinez gaf eerder al aan dat we voor twee lastige uitwedstrijden staan. De bondscoach ziet het falen van het Eurostadion als een gemiste kans voor ons land. De Rode Duivels kennen Rusland en al zeker Sint-Petersburg erg goed. In de stad van de Tsaren gingen ze er bijna twee jaar geleden in de halve finales van het WK uit tegen Frankrijk, om er vervolgens enkele dagen later historisch brons te pakken tegen Engeland. Eind 2019 veegden de Rode Duivels Rusland nog met 1-4 van de mat in het Krestovskistadion, in een rechtstreeks duel om de groepswinst - een echte test was het nooit. Sinds de val van de Sovjet-Unie kon Rusland geen enkele keer winnen van België. Ook Denemarken kan geen stap in het onbekende genoemd worden, de Nations League-groepsfase vormde vorig jaar een uitstekende testcase. In groep 2 van de A-divisie werd er op de openingsspeeldag met 0-2 gewonnen in Kopenhagen, na doelpunten van Jason Denayer en Dries Mertens. Het was tevens de eerste interland waarin we een realistischer België te zien kregen, minder frivool en met de focus op het resultaat. Het WK van 2018 wees immers ook uit dat balbezit en dominantie niet garant staan voor zeges op het hoogste internationale toneel. Die lijn zal naar alle waarschijnlijkheid ook doorgetrokken worden op het EK. De slotwedstrijd van de groepsfase werd in Leuven met 4-2 gewonnen van de Denen, na goals van Youri Tielemans, Romelu Lukaku (2x) en Kevin De Bruyne. Het waren de eerste interlands tussen beide landen in twintig jaar. In Kopenhagen kwam er toen een 2-2 gelijkspel uit de bus, in een oefeninterland in aanloop naar EURO 2000. (Belga)

De Belgen waren voor de derde keer op rij reekshoofd bij de loting voor een groot toernooi, en op voorhand al zeker van een stek in groep B, met Rusland (in Sint-Petersburg) en Denemarken (in Kopenhagen) als tegenstanders. Enkel achter de naam van het vierde land in de groep stond nog een klein vraagteken. Na eliminatie van de andere mogelijkheden bleven enkel Wales en debutant Finland over. Uiteindelijk kwam Finland als overblijver uit de trommel, na de meest geleide loting in de geschiedenis van het voetbal. Wales werd immers aan groep A toegewezen. De troepen van bondscoach Roberto Martinez spelen hun openingswedstrijd op 12 juni in Sint-Petersburg tegen Rusland. Vijf dagen later volgt de tweede wedstrijd in Kopenhagen tegen Denemarken. Op 21 juni wordt de groepsfase afgesloten in Sint-Petersburg tegen Finland. De Rode Duivels staan dus voor heel wat verplaatsingen omdat ze geen twee wedstrijden op rij in Rusland afwerken. Als de Belgen hun groep winnen, volgt er op 27 juni een achtste finale in het Spaanse Sevilla tegen een nummer drie uit de groepen A, D, E en F. De eventuele kwartfinale wordt dan op 2 juli in München gespeeld en dan kan Italië een mogelijke tegenstander zijn. Voor de nummer twee uit groep B vindt de achtste finale in Amsterdam plaats. De halve finales en de finale van EURO 2020 worden in het Wembleystadion in de Britse hoofdstad Londen gespeeld. Als de Engelsen tot in de finale zouden geraken, spelen zij mogelijk zes van hun zeven wedstrijden voor eigen publiek. Met Finland stoten de Rode Duivels in de groepsfase op een land dat zich voor de eerste keer kon plaatsen voor een groot toernooi. Finland kwam verrassend als nummer twee uit groep J, achter Italië, maar voor Griekenland en Bosnië-Herzegovina. Zij debuteren op een groot toernooi, net als Noord-Macedonië. Voor de laatste zege van België tegen Finland moeten we al teruggaan naar 1968, in de kwalificaties voor het WK in 1970. In Brussel werd het toen 6-1. Nadien werd er in zeven interlands vier keer verloren en kwam er drie keer een draw uit de bus. De laatste wedstrijd met inzet tegen de Finnen dateert al van meer dan twaalf jaar geleden. Belgische fans zullen zich de wedstrijd in Finland misschien nog wel herinneren als de verplaatsing waarbij er in juni 2007 tijdens een EK-kwalificatiewedstrijd een uil neerstreek op het veld en gedurende zes minuten het spel stillegde. De oehoe werd later uitgeroepen tot inwoner van het jaar in Helsinki. De Rode Duivels verloren er uiteindelijk met 2-0 en konden zich later ook niet plaatsen voor het EK 2008. Nadien werd er nog drie keer vriendschappelijk gespeeld tegen de Finnen; de laatste keer in juni 2016 in de aanloop naar het EK. Een troosteloze wedstrijd op de Heizel leverde toen een 1-1 gelijkspel en reeds wat vraagtekens op. De bevestiging daarvan volgde later in Frankrijk. De groepswedstrijden tegen Rusland en Denemarken worden echte uitwedstrijden voor de Rode Duivels, waarbij het thuisland telkens het immense voordeel heeft voor de eigen aanhang te spelen. Zeker in de openingswedstrijd, die beter niet verloren wordt, kan dat doorslaggevend zijn. Het zijn niet zozeer de tegenstanders, maar wel de verplaatsingen die de Belgen de meeste problemen kunnen opleveren. Ook Roberto Martinez gaf eerder al aan dat we voor twee lastige uitwedstrijden staan. De bondscoach ziet het falen van het Eurostadion als een gemiste kans voor ons land. De Rode Duivels kennen Rusland en al zeker Sint-Petersburg erg goed. In de stad van de Tsaren gingen ze er bijna twee jaar geleden in de halve finales van het WK uit tegen Frankrijk, om er vervolgens enkele dagen later historisch brons te pakken tegen Engeland. Eind 2019 veegden de Rode Duivels Rusland nog met 1-4 van de mat in het Krestovskistadion, in een rechtstreeks duel om de groepswinst - een echte test was het nooit. Sinds de val van de Sovjet-Unie kon Rusland geen enkele keer winnen van België. Ook Denemarken kan geen stap in het onbekende genoemd worden, de Nations League-groepsfase vormde vorig jaar een uitstekende testcase. In groep 2 van de A-divisie werd er op de openingsspeeldag met 0-2 gewonnen in Kopenhagen, na doelpunten van Jason Denayer en Dries Mertens. Het was tevens de eerste interland waarin we een realistischer België te zien kregen, minder frivool en met de focus op het resultaat. Het WK van 2018 wees immers ook uit dat balbezit en dominantie niet garant staan voor zeges op het hoogste internationale toneel. Die lijn zal naar alle waarschijnlijkheid ook doorgetrokken worden op het EK. De slotwedstrijd van de groepsfase werd in Leuven met 4-2 gewonnen van de Denen, na goals van Youri Tielemans, Romelu Lukaku (2x) en Kevin De Bruyne. Het waren de eerste interlands tussen beide landen in twintig jaar. In Kopenhagen kwam er toen een 2-2 gelijkspel uit de bus, in een oefeninterland in aanloop naar EURO 2000. (Belga)