Uit recente cijfers van de UGent blijkt dat 64 procent van de Belgen tussen 16 en 69 jaar minstens één keer seksueel geweld meemaakten in hun leven. Zo gaf vier vijfde van meisjes en vrouwen aan ooit slachtoffer te zijn, tegenover de helft van de jongens en mannen. Bij 16 procent van de vrouwen en 5 procent van de mannen ging het zelfs specifiek om verkrachting. Volgens de Vrouwenraad zijn er 43.000 verkrachtingen per jaar, dat wil zeggen minstens 100 verkrachtingen per dag. Volgens Vlaams parlementslid Celia Groothedde zijn er verschillende manieren om seksueel geweld tegen te gaan, maar een van de belangrijkste hefbomen is preventie. "Voorkomen is in dit geval zo veel beter dan moeten genezen", aldus Groothedde. Daarom moet de overheid volgens haar werk maken van die preventie. "Als de Vlaamse regering voluit inzet op preventie en een respectvolle, brede maatschappelijke dialoog start, heeft ze daarmee een heel krachtig instrument om seksueel geweld tegen te gaan", klinkt het. Maar de Groen-politica wil graag een stap verder gaan en kijken of ook de media geen extra inspanning kan doen. In berichtgeving over seksueel geweld sluipen volgens Groothedde nog iets te vaak "ingewortelde stereotypen en mythen" binnen. "Mogelijke slachtoffers die als verleiders worden voorgesteld, termen als 'passionele moord' als het over dodelijk partnergeweld gaat, outing van mogelijke slachtoffers die een aanklacht indienden... zulke voorvallen zijn onbedoeld heel stigmatiserend", meent Groothedde. Dat soort terminologie kan volgens haar het trauma voor de slachtoffers verergeren en het taboe rond seksueel geweld vergroten. Groothedde pleit daarom voor een soort deontologische code om journalisten een paar vuistregels mee te geven voor een correcte verslaggeving rond seksueel geweld. Zo'n code bestaat ook al een tijdje voor berichtgeving rond zelfdoding. "Daar kan ook een structurele doorverwijzing bij horen, zoals naar de Zorgcentra na Seksueel Geweld, hulplijnen zoals 1712 of overheidswebsites als seksueelgeweld.be", zegt Groothedde. (Belga)

Uit recente cijfers van de UGent blijkt dat 64 procent van de Belgen tussen 16 en 69 jaar minstens één keer seksueel geweld meemaakten in hun leven. Zo gaf vier vijfde van meisjes en vrouwen aan ooit slachtoffer te zijn, tegenover de helft van de jongens en mannen. Bij 16 procent van de vrouwen en 5 procent van de mannen ging het zelfs specifiek om verkrachting. Volgens de Vrouwenraad zijn er 43.000 verkrachtingen per jaar, dat wil zeggen minstens 100 verkrachtingen per dag. Volgens Vlaams parlementslid Celia Groothedde zijn er verschillende manieren om seksueel geweld tegen te gaan, maar een van de belangrijkste hefbomen is preventie. "Voorkomen is in dit geval zo veel beter dan moeten genezen", aldus Groothedde. Daarom moet de overheid volgens haar werk maken van die preventie. "Als de Vlaamse regering voluit inzet op preventie en een respectvolle, brede maatschappelijke dialoog start, heeft ze daarmee een heel krachtig instrument om seksueel geweld tegen te gaan", klinkt het. Maar de Groen-politica wil graag een stap verder gaan en kijken of ook de media geen extra inspanning kan doen. In berichtgeving over seksueel geweld sluipen volgens Groothedde nog iets te vaak "ingewortelde stereotypen en mythen" binnen. "Mogelijke slachtoffers die als verleiders worden voorgesteld, termen als 'passionele moord' als het over dodelijk partnergeweld gaat, outing van mogelijke slachtoffers die een aanklacht indienden... zulke voorvallen zijn onbedoeld heel stigmatiserend", meent Groothedde. Dat soort terminologie kan volgens haar het trauma voor de slachtoffers verergeren en het taboe rond seksueel geweld vergroten. Groothedde pleit daarom voor een soort deontologische code om journalisten een paar vuistregels mee te geven voor een correcte verslaggeving rond seksueel geweld. Zo'n code bestaat ook al een tijdje voor berichtgeving rond zelfdoding. "Daar kan ook een structurele doorverwijzing bij horen, zoals naar de Zorgcentra na Seksueel Geweld, hulplijnen zoals 1712 of overheidswebsites als seksueelgeweld.be", zegt Groothedde. (Belga)