Behalve naar een vaccin zoeken de virologen van het Rega Instituut ook naar een bestaand antiviraal middel dat virusremmend werkt bij personen die besmet zijn met het coronavirus. Ze werken daarvoor met hamsters. Die knaagdieren zijn meer dan muizen geschikt voor dit onderzoek. Voor een nieuwe studie gaf het team van Johan Neyts, Suzanne Kaptein, Joana Rocha-Pereira en Leen Delang gedurende enkele dagen hydroxychloroquine en favipiravir aan hamsters. Van favipiravir, een medicijn dat in Japan tegen het griepvirus wordt gebruikt, werden verschillende dosissen getest. De hamsters werden op twee manieren besmet: door het virus via de neus toe te dienen en door een gezonde hamster samen te zetten met een besmette. Vier dagen na de besmetting keken de onderzoekers hoeveel virus was achtergebleven. Bij de hamsters die een hoge dosis favipiravir kregen en via de neus waren besmet, werd bijna geen actief virus teruggevonden. Bij de beestjes in een kooi met besmette soortgenoten die het middel hadden gekregen, werd ook geen infectieus virus teruggevonden. Dat was wel het geval bij hamsters die het medicijn niet hadden gekregen. Met een lage dosis favipiravir bleef het effect uit. "Het is de hoge dosis die het verschil maakt", zegt Delang. "Dat is belangrijk om te weten, want er worden internationaal klinische studies opgezet om favipiravir op mensen te testen." De studie werd gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift PNAS, Proceedings of the National Academy of Sciences. (Belga)

Behalve naar een vaccin zoeken de virologen van het Rega Instituut ook naar een bestaand antiviraal middel dat virusremmend werkt bij personen die besmet zijn met het coronavirus. Ze werken daarvoor met hamsters. Die knaagdieren zijn meer dan muizen geschikt voor dit onderzoek. Voor een nieuwe studie gaf het team van Johan Neyts, Suzanne Kaptein, Joana Rocha-Pereira en Leen Delang gedurende enkele dagen hydroxychloroquine en favipiravir aan hamsters. Van favipiravir, een medicijn dat in Japan tegen het griepvirus wordt gebruikt, werden verschillende dosissen getest. De hamsters werden op twee manieren besmet: door het virus via de neus toe te dienen en door een gezonde hamster samen te zetten met een besmette. Vier dagen na de besmetting keken de onderzoekers hoeveel virus was achtergebleven. Bij de hamsters die een hoge dosis favipiravir kregen en via de neus waren besmet, werd bijna geen actief virus teruggevonden. Bij de beestjes in een kooi met besmette soortgenoten die het middel hadden gekregen, werd ook geen infectieus virus teruggevonden. Dat was wel het geval bij hamsters die het medicijn niet hadden gekregen. Met een lage dosis favipiravir bleef het effect uit. "Het is de hoge dosis die het verschil maakt", zegt Delang. "Dat is belangrijk om te weten, want er worden internationaal klinische studies opgezet om favipiravir op mensen te testen." De studie werd gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift PNAS, Proceedings of the National Academy of Sciences. (Belga)