Rajapaksa was de kandidaat van de Singalees-boeddhistische partij Sri Lanka Podujana Peramuna (SLPP). Hij haalde het met 52,25 procent van de stemmen, tegenover 41,99 procent voor zijn tegenstander Sajith Premadasa. De nieuwe president voerde een nationalistisch getinte campagne met de nadruk op veiligheid, na de zelfmoordaanslagen in april. Toen kwamen 269 mensen om het leven bij aanslagen op luxehotels en christelijke kerken. De eedaflegging vond plaats voor een historische boeddhistische tempel in Anuradhapura, een stad op 180 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Colombo. "De nationale veiligheid garanderen zal een hoge prioriteit zijn voor mij", zei Rajapaksa in zijn toespraak. Ook de strijd tegen drugs, de georganiseerde misdaad en geweld tegen vrouwen en kinderen noemde hij topprioriteiten. "We willen neutraal blijven in ons buitenlands beleid en uit alle conflicten tussen wereldmachten blijven", voegde hij toe. Rajapaksa is de jongere broer van voormalig president Mahinda Rajapaksa, die van 2005 tot 2015 aan de macht was. Hijzelf was toen minister van Defensie, en leidde de militaire campagne tegen de Tamiltijgers. Die werden in 2009 definitief verslagen. (Belga)