In november 2009 werd het idee van een vak over levensbeschouwing, ethiek en filosofie - sindsdien LEF genoemd -, voor het eerst gelanceerd. Sindsdien is het LEF-vak fel besproken, niet in het minst omdat het principieel breekt met het huidige model van de levensbeschouwelijke vakken.

Dit model, waarin leerlingen in officiële scholen apart gezet worden volgens levensbeschouwing en in confessionele scholen enkel onderwijs in één levensbeschouwing kunnen volgen, is niet meer aangepast aan de huidige maatschappelijke context, die onder meer gekenmerkt wordt door secularisering en levensbeschouwelijke diversiteit. Door levensbeschouwelijk onderwijs niet langer gesegregeerd en levensbeschouwelijk gekleurd te organiseren, wil LEF ten volle tegemoet komen aan deze context.

Godsdienstonderwijs: 'Wat we nodig hebben is gedegen kennis over diverse levensbeschouwelijke tradities'

Het vak LEF wil leerlingen niet opvoeden in één levensbeschouwelijke traditie, maar wil adequate kennis bijbrengen over de diversiteit aan levensbeschouwingen in de wereld en in België. Daarnaast is er aandacht voor filosofische en ethische kennis en reflectie, voor kritisch denken en voor burgerschapseducatie. Wie zich ten volle wil ontplooien als burger, moet immers op een redelijke manier in discussie kunnen gaan met zijn medeburgers en hiertoe is een minimale levensbeschouwelijke geletterdheid, net zoals inzicht in wat een samenleving van vrije en gelijke burgers bijeenhoudt en wat de morele en politieke basisvoorwaarden daartoe zijn, onontbeerlijk.

Anders dan de huidige levensbeschouwelijke vakken, valt LEF niet onder de bevoegdheid van de erkende levensbeschouwingen, maar van de staat: de overheid legt eindtermen vast, keurt lerarenopleidingen goed, inspecteert de vakinhoud, benoemt de leerkrachten en is bevoegd voor de leerplannen. Het vak LEF is hiermee geen levensbeschouwelijk vak, maar een vak over levensbeschouwingen, ethiek en filosofie. Het is niet religieus, het is niet anti-religieus, maar het is methodologisch a-religieus, wat betekent dat het principieel geen levensbeschouwelijk standpunt inneemt.

Brede discussie

Ondanks een aantal troeven wordt er over LEF heel wat gediscussieerd. Is het wel mogelijk om op een objectieve of 'neutrale' manier over levensbeschouwingen les te geven? Doen de huidige levensbeschouwelijke vakken al niet voor een groot deel wat er in LEF wordt voorgesteld? Neemt het LEF-voorstel de vrijheid van godsdienst van ouders en leerlingen wel ernstig? En wat met de vrijheid van onderwijs? Katholieke scholen, die in Vlaanderen nog steeds goed zijn voor zo'n 68% van alle leerlingen, zijn immers vrij om hun eigen levensbeschouwelijke accenten te leggen en dus ook om een eigen vak Rooms-katholieke godsdienst in te richten.

Rooms-katholieke godsdienst: back to basics

Dit vak Rooms-katholieke godsdienst kreeg de voorbije week, toen bekend raakte dat er concrete plannen zijn om het vak te hervormen, heel wat media-aandacht. Vooral het gebrek aan kennis over de christelijke traditie is schrijnend en vraagt om een nieuwe aanpak. Dat heel wat leerlingen anno 2016 niet 'levensbeschouwelijk geletterd' zijn en er daarom in de godsdienstlessen best wat (meer) aandacht mag zijn voor de fundamenten van het christendom, vind ik niet meer dan normaal.

Het is echter jammer dat deze wending de zoveelste strategie is om het LEF-voorstel aan banden te leggen. Sinds dit voorstel gelanceerd werd, wordt het immers 'geplaagd' door allerlei anti-LEF strategieën en halen diverse levensbeschouwelijke actoren zowat alle middelen uit de kast om hun eigen belangen te behartigen en de huidige organisatie van de levensbeschouwelijke vakken in stand te houden.

Interlevensbeschouwelijke competenties

Een mooi voorbeeld zijn de interlevensbeschouweljke competenties of kortweg ILC's, waarvan in 2010 - nog geen jaar na het LEF-voorstel - voor het eerst sprake was. Na jarenlange levensbeschouwelijke segregatie dienden de erkende levensbeschouwingen een voorstel in waarin ze zich engageren tot meer samenwerking, opdat interreligieuze competenties en dialoog gestimuleerd zouden kunnen worden.

Dit resulteerde uiteindelijk in de Interlevensbeschouwelijke competenties (2012) en, voor het officieel onderwijs en het GO!, een daaraan gekoppelde Engagementsverklaring (2016). De bedoeling van de competenties is dat er vanuit de eigen levensbeschouwelijke identiteit in dialoog wordt gegaan met andere levensbeschouwingen, bijvoorbeeld via gezamenlijke projecten.

Dialoogscholen: eigenheid en diversiteit

Ook het concept van de dialoogschool verdient de nodige aandacht. Hoewel het concept niet nieuw is, is de huidige invulling ervan deels ook een antwoord op LEF. In de dialoogschool wil men immers, net zoals in het vak LEF, voluit inzetten op "de levensbeschouwelijke dialoog in de klas, de school en de samenleving". Concreet zou dit onder meer kunnen betekenen dat er op scholen met een grote moslimpopulatie optionele islamlessen georganiseerd worden naast de bestaande - en nog steeds verplichte - lessen Rooms-katholieke godsdienst. Met deze strategie zullen allicht heel wat moslims in het katholiek onderwijs gepaaid worden en kan het LEF-voorstel er voorlopig onder de mat worden geschoven.

Burgerschapseducatie

Verder zou ook het hiaat op het gebied van burgerschapseducatie kunnen worden opgevuld zonder LEF. In augustus 2016 maakte Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits immers bekend dat burgerschapseducatie niet langer zal worden opgenomen in de vakoverschrijdende eindtermen, maar dat er in een aantal bestaande vakken vakspecifieke eindtermen inzake burgerschapseducatie zullen worden opgenomen.

Omdat de vrees bestaat dat de integratie van burgerschap in deze vakken niet zal volstaan, start het GO! vanaf januari 2017 proefprojecten rond een apart vak 'burgerzin'. Met deze formule, die in de Franse Gemeenschap al eerder werd doorgevoerd, zet het GO! alvast in op een belangrijk aspect van LEF en ik juich dit voorstel dan ook van harte toe.

In het vrij onderwijs, dat nog steeds het grootste aantal leerlingen telt, ziet het er echter anders uit. Daar zal men, conform de richtlijnen van de Minister, rekening houden met de eindtermen rond burgerschap, maar van een apart vak is er voorlopig geen sprake. Ook dit is een vernuftige strategie om LEF - of een deel ervan - vooral niet in te voeren...

Geen evolutie, maar revolutie

De genoemde strategieën - ICL's, dialoogscholen, burgerschapseducatie en katholiekere godsdienstlessen - vullen elk op hun manier een hiaat op dat ook LEF wil opvullen: het gebrek aan interlevensbeschouwelijke dialoog; het gebrek aan erkenning van levensbeschouwelijke diversiteit; het tekort aan burgerschapseducatie; en de ondermaatse levensbeschouwelijke geletterdheid.

Geen van de vier voorstellen gaat echter ver genoeg. Er is wel evolutie, maar (nog) geen revolutie. Zo zijn de ILC's voorlopig beperkt tot 6 lestijden per schooljaar en blijkt op het terrein dat niet alle leerkrachten even bereidwillig zijn om zich in te spannen voor deze competenties. Bovendien kaderen de ILC's nog steeds in het verzuilde en dus gesegregeerde levensbeschouwelijke onderwijsmodel, terwijl precies dat model om een grondige hervorming vraagt.

Ook de expliciete erkenning van niet-katholieke leerlingen in het katholiek onderwijs is een positieve evolutie, maar gaat niet ver genoeg. Zo zullen alle leerlingen in de dialoogschool nog steeds het vak Rooms-katholieke godsdienst voorgeschoteld krijgen: een vak dat door de Rooms-katholieke Kerk wordt ingericht, dat enkel door gedoopte leerkrachten mag worden geven, en waarin het christendom een duidelijke voorkeurspositie heeft. De vraag is echter of Katholiek Onderwijs Vlaanderen hiermee de identiteit van haar niet-katholieke leerlingen wel helemaal ernstig neemt.

Levensbeschouwlijke geletterdheid

Tot slot is er het idee om leerlingen meer kennis van het christendom bij te brengen en ze zo opnieuw levensbeschouwelijk geletterd te maken. Ook dit voorstel ben ik deels genegen, maar het gaat niet ver genoeg. Het volstaat immers niet om leerlingen meer kennis van één bepaalde levensbeschouwelijke traditie bij te brengen in een samenleving die geseculariseerd en levensbeschouwelijk gediversifieerd is. Wat we nodig hebben is gedegen kennis over diverse levensbeschouwelijke tradities. Binnen de Belgische context mag er zeker meer aandacht worden gegeven aan het christendom dan aan bv. het hindoeïsme of het taoïsme, maar de focus al te zeer vernauwen tot één traditie is niet wenselijk.

10 plagen?

In het boek Exodus lezen we hoe Egypte geteisterd wordt door tien plagen, omdat de farao het joodse volk niet uit de slavernij wil bevrijden en hen niet toestaat aan hun God te offeren. Na tien plagen ziet diezelfde farao, die eindigt als heerser van een land van dood en vernieling, in dat hij een foute beslissing heeft genomen en laat hij het joodse volk gaan naar het Beloofde Land. Ook LEF wordt al enkele jaren door een aantal plagen geteisterd en het 'beloofde land' is voorlopig nog niet in zicht. Net zoals het joodse volk, mogen LEF-aanhangers de moed echter niet opgeven en kunnen we alleen maar hopen dat LEF het met minder dan 10 plagen mag stellen.

In november 2009 werd het idee van een vak over levensbeschouwing, ethiek en filosofie - sindsdien LEF genoemd -, voor het eerst gelanceerd. Sindsdien is het LEF-vak fel besproken, niet in het minst omdat het principieel breekt met het huidige model van de levensbeschouwelijke vakken. Dit model, waarin leerlingen in officiële scholen apart gezet worden volgens levensbeschouwing en in confessionele scholen enkel onderwijs in één levensbeschouwing kunnen volgen, is niet meer aangepast aan de huidige maatschappelijke context, die onder meer gekenmerkt wordt door secularisering en levensbeschouwelijke diversiteit. Door levensbeschouwelijk onderwijs niet langer gesegregeerd en levensbeschouwelijk gekleurd te organiseren, wil LEF ten volle tegemoet komen aan deze context. Het vak LEF wil leerlingen niet opvoeden in één levensbeschouwelijke traditie, maar wil adequate kennis bijbrengen over de diversiteit aan levensbeschouwingen in de wereld en in België. Daarnaast is er aandacht voor filosofische en ethische kennis en reflectie, voor kritisch denken en voor burgerschapseducatie. Wie zich ten volle wil ontplooien als burger, moet immers op een redelijke manier in discussie kunnen gaan met zijn medeburgers en hiertoe is een minimale levensbeschouwelijke geletterdheid, net zoals inzicht in wat een samenleving van vrije en gelijke burgers bijeenhoudt en wat de morele en politieke basisvoorwaarden daartoe zijn, onontbeerlijk. Anders dan de huidige levensbeschouwelijke vakken, valt LEF niet onder de bevoegdheid van de erkende levensbeschouwingen, maar van de staat: de overheid legt eindtermen vast, keurt lerarenopleidingen goed, inspecteert de vakinhoud, benoemt de leerkrachten en is bevoegd voor de leerplannen. Het vak LEF is hiermee geen levensbeschouwelijk vak, maar een vak over levensbeschouwingen, ethiek en filosofie. Het is niet religieus, het is niet anti-religieus, maar het is methodologisch a-religieus, wat betekent dat het principieel geen levensbeschouwelijk standpunt inneemt. Ondanks een aantal troeven wordt er over LEF heel wat gediscussieerd. Is het wel mogelijk om op een objectieve of 'neutrale' manier over levensbeschouwingen les te geven? Doen de huidige levensbeschouwelijke vakken al niet voor een groot deel wat er in LEF wordt voorgesteld? Neemt het LEF-voorstel de vrijheid van godsdienst van ouders en leerlingen wel ernstig? En wat met de vrijheid van onderwijs? Katholieke scholen, die in Vlaanderen nog steeds goed zijn voor zo'n 68% van alle leerlingen, zijn immers vrij om hun eigen levensbeschouwelijke accenten te leggen en dus ook om een eigen vak Rooms-katholieke godsdienst in te richten. Dit vak Rooms-katholieke godsdienst kreeg de voorbije week, toen bekend raakte dat er concrete plannen zijn om het vak te hervormen, heel wat media-aandacht. Vooral het gebrek aan kennis over de christelijke traditie is schrijnend en vraagt om een nieuwe aanpak. Dat heel wat leerlingen anno 2016 niet 'levensbeschouwelijk geletterd' zijn en er daarom in de godsdienstlessen best wat (meer) aandacht mag zijn voor de fundamenten van het christendom, vind ik niet meer dan normaal. Het is echter jammer dat deze wending de zoveelste strategie is om het LEF-voorstel aan banden te leggen. Sinds dit voorstel gelanceerd werd, wordt het immers 'geplaagd' door allerlei anti-LEF strategieën en halen diverse levensbeschouwelijke actoren zowat alle middelen uit de kast om hun eigen belangen te behartigen en de huidige organisatie van de levensbeschouwelijke vakken in stand te houden. Een mooi voorbeeld zijn de interlevensbeschouweljke competenties of kortweg ILC's, waarvan in 2010 - nog geen jaar na het LEF-voorstel - voor het eerst sprake was. Na jarenlange levensbeschouwelijke segregatie dienden de erkende levensbeschouwingen een voorstel in waarin ze zich engageren tot meer samenwerking, opdat interreligieuze competenties en dialoog gestimuleerd zouden kunnen worden. Dit resulteerde uiteindelijk in de Interlevensbeschouwelijke competenties (2012) en, voor het officieel onderwijs en het GO!, een daaraan gekoppelde Engagementsverklaring (2016). De bedoeling van de competenties is dat er vanuit de eigen levensbeschouwelijke identiteit in dialoog wordt gegaan met andere levensbeschouwingen, bijvoorbeeld via gezamenlijke projecten. Ook het concept van de dialoogschool verdient de nodige aandacht. Hoewel het concept niet nieuw is, is de huidige invulling ervan deels ook een antwoord op LEF. In de dialoogschool wil men immers, net zoals in het vak LEF, voluit inzetten op "de levensbeschouwelijke dialoog in de klas, de school en de samenleving". Concreet zou dit onder meer kunnen betekenen dat er op scholen met een grote moslimpopulatie optionele islamlessen georganiseerd worden naast de bestaande - en nog steeds verplichte - lessen Rooms-katholieke godsdienst. Met deze strategie zullen allicht heel wat moslims in het katholiek onderwijs gepaaid worden en kan het LEF-voorstel er voorlopig onder de mat worden geschoven. Verder zou ook het hiaat op het gebied van burgerschapseducatie kunnen worden opgevuld zonder LEF. In augustus 2016 maakte Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits immers bekend dat burgerschapseducatie niet langer zal worden opgenomen in de vakoverschrijdende eindtermen, maar dat er in een aantal bestaande vakken vakspecifieke eindtermen inzake burgerschapseducatie zullen worden opgenomen. Omdat de vrees bestaat dat de integratie van burgerschap in deze vakken niet zal volstaan, start het GO! vanaf januari 2017 proefprojecten rond een apart vak 'burgerzin'. Met deze formule, die in de Franse Gemeenschap al eerder werd doorgevoerd, zet het GO! alvast in op een belangrijk aspect van LEF en ik juich dit voorstel dan ook van harte toe. In het vrij onderwijs, dat nog steeds het grootste aantal leerlingen telt, ziet het er echter anders uit. Daar zal men, conform de richtlijnen van de Minister, rekening houden met de eindtermen rond burgerschap, maar van een apart vak is er voorlopig geen sprake. Ook dit is een vernuftige strategie om LEF - of een deel ervan - vooral niet in te voeren... De genoemde strategieën - ICL's, dialoogscholen, burgerschapseducatie en katholiekere godsdienstlessen - vullen elk op hun manier een hiaat op dat ook LEF wil opvullen: het gebrek aan interlevensbeschouwelijke dialoog; het gebrek aan erkenning van levensbeschouwelijke diversiteit; het tekort aan burgerschapseducatie; en de ondermaatse levensbeschouwelijke geletterdheid. Geen van de vier voorstellen gaat echter ver genoeg. Er is wel evolutie, maar (nog) geen revolutie. Zo zijn de ILC's voorlopig beperkt tot 6 lestijden per schooljaar en blijkt op het terrein dat niet alle leerkrachten even bereidwillig zijn om zich in te spannen voor deze competenties. Bovendien kaderen de ILC's nog steeds in het verzuilde en dus gesegregeerde levensbeschouwelijke onderwijsmodel, terwijl precies dat model om een grondige hervorming vraagt. Ook de expliciete erkenning van niet-katholieke leerlingen in het katholiek onderwijs is een positieve evolutie, maar gaat niet ver genoeg. Zo zullen alle leerlingen in de dialoogschool nog steeds het vak Rooms-katholieke godsdienst voorgeschoteld krijgen: een vak dat door de Rooms-katholieke Kerk wordt ingericht, dat enkel door gedoopte leerkrachten mag worden geven, en waarin het christendom een duidelijke voorkeurspositie heeft. De vraag is echter of Katholiek Onderwijs Vlaanderen hiermee de identiteit van haar niet-katholieke leerlingen wel helemaal ernstig neemt. Tot slot is er het idee om leerlingen meer kennis van het christendom bij te brengen en ze zo opnieuw levensbeschouwelijk geletterd te maken. Ook dit voorstel ben ik deels genegen, maar het gaat niet ver genoeg. Het volstaat immers niet om leerlingen meer kennis van één bepaalde levensbeschouwelijke traditie bij te brengen in een samenleving die geseculariseerd en levensbeschouwelijk gediversifieerd is. Wat we nodig hebben is gedegen kennis over diverse levensbeschouwelijke tradities. Binnen de Belgische context mag er zeker meer aandacht worden gegeven aan het christendom dan aan bv. het hindoeïsme of het taoïsme, maar de focus al te zeer vernauwen tot één traditie is niet wenselijk. In het boek Exodus lezen we hoe Egypte geteisterd wordt door tien plagen, omdat de farao het joodse volk niet uit de slavernij wil bevrijden en hen niet toestaat aan hun God te offeren. Na tien plagen ziet diezelfde farao, die eindigt als heerser van een land van dood en vernieling, in dat hij een foute beslissing heeft genomen en laat hij het joodse volk gaan naar het Beloofde Land. Ook LEF wordt al enkele jaren door een aantal plagen geteisterd en het 'beloofde land' is voorlopig nog niet in zicht. Net zoals het joodse volk, mogen LEF-aanhangers de moed echter niet opgeven en kunnen we alleen maar hopen dat LEF het met minder dan 10 plagen mag stellen.