Glaskunstenares Elisabeth Leenknegt: ‘Ik worstel wat met het imposter syndrome’

Elisabeth Leenknegt: ‘Wij zijn gelukkige mensen omdat we met onze handen werken.’ © CARMEN DE VOS
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Op je hoofd staan is volgens glaskunstenares en juwelenontwerpster Elisabeth Leenknegt de beste manier om zorgen te verdrijven. ‘Alsof je een poort openzet en alle spanning uit je lichaam wegvloeit.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Op haar armen, haar decolleté, maar ook net boven haar beide oogleden draagt juwelenontwerpster en glaskunstenares Elisabeth Leenknegt de sporen van haar handwerk. Als een wafel bestrooid met poedersuiker is haar huid bezaaid met kleine, bleke vlekken. Het zijn littekens van brandwonden, van al die keren dat een verdoken luchtbel een glasbolletje uit elkaar deed spatten en er gloeiende gensters op haar armen, handen en net boven haar ogen landden.

‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat iemand in het atelier naar de brandwondenzalf grijpt’, zegt ze. ‘We letten op, we zijn zo voorzichtig mogelijk, maar glas is een heel gevoelig materiaal. Bovendien ben ik nogal verstrooid. Soms bouw ik lagen op, dan moet je de juiste glassoorten bij elkaar zetten, maar dan vergis ik me en springt alles uit elkaar.’

Ze wrijft over haar onderarmen, bekijkt het grillige patroon van stippen alsof ze een ontwerp keurt. ‘De eerste jaren dat ik experimenteerde met mijn materiaal en zocht hoever ik kon gaan, waren de ergste. Misschien had ik me beter moeten beschermen, maar eigenlijk vind ik het allemaal niet erg. Waar ik wel heel waakzaam voor ben, zijn schadelijke dampen. Er zijn genoeg glasblazers gestorven omdat men de risico’s nog niet kende.’

Wat zijn die risico’s?

Elisabeth Leenknegt: Kanker. Er zijn glassoorten die vroeger doodgewoon waren maar die nu absoluut verboden zijn. Uraniumglas, bijvoorbeeld. Het is prachtig groen, maar niet gezond om mee te werken. Ook bij de goudsmeden in het atelier kijk ik nauwkeurig na of de afzuigkap boven hun hoofd aanstaat.

Staat u er soms bij stil, dat de kunst die u beoefent uw gezondheid kan schaden?

Leenknegt: Ik kom uit een familie van glaskunstenaars. Mijn grootvader maakte glasramen met lood en voordat mijn vader sculpturen creëerde, werkte hij ook vaak met lood. Een van de kenmerken van loodvergiftiging is dat je een beetje dement wordt. Mijn grootvader is gestorven toen hij 73 was en hij was heel verstrooid. Ook mijn vader is een vreselijk warhoofd. Soms vraag ik me af of het karakterologisch is, of toch een gevolg van al dat lood. Het enige wat je kunt doen, is zorg dragen voor al je medewerkers, voor hun lichaam en hun geest. Ik wil dat ze zich hier goed voelen en dat ze, wanneer ze ’s avonds thuiskomen bij hun gezin, niet uitgeput zijn. Ik ben ervan overtuigd dat wij gelukkige mensen zijn omdat we met onze handen werken. Maar we zitten wel de hele dag. Om dat te doorbreken gaan we sinds kort twee keer per week samen sporten. Dan hangen we een briefje aan de deur. ‘Sorry, gesloten, we zijn naar de yoga.’ Dat is dan even de prioriteit. Ik ben iemand die veel sport nodig heeft. Sinds een jaar sport ik vijf keer per week.’

Als ondernemer is het not done om dat te zeggen, maar ik heb veel beslissingen op het gevoel genomen.

Dat is inderdaad veel.

Leenknegt: Twee keer per week yoga, twee keer per week met mijn personal trainer, en een keer per week muurklimmen. Bij mij is het alles of niets.

Wat doet dat met u?

Leenknegt: Enerzijds is het onderhoud, zorgen dat met het ouder worden je lichaam niet verzandt. Maar het is vooral ontlading. Alsof ik een poort openzet en alle spanning uit mijn lichaam wegvloeit. Kopstand bij yoga is de beste manier om zorgen te verdrijven. Dan komen er blijkbaar veel endorfines vrij.

Waarom maakt handwerk gelukkig, denkt u?

Leenknegt: Ik hoor dat van veel mensen die tijdens corona hun leven een andere wending hebben gegeven. Ze zijn een moestuin begonnen, of bakken brood omdat ze willen aarden en iets creëren. Wat dat met onze geest doet, is moeilijk uit te leggen, maar ik merk zelf het verschil. De momenten waarop ik me slecht en opgejaagd voel, zijn de momenten waarop ik te lang voor de computer heb gezeten of te veel met mijn telefoon bezig ben geweest. Maar als ik mijn brander aanzet en mijn glazen bolletjes draai, valt alle rompslomp van me af en kom ik tot rust. Vuur kalmeert mij altijd, maar het is ook een handeling die in het geheugen van mijn lichaam is opgeslagen. Ik hoef er niet bij na te denken, het gaat vanzelf. En als ik klaar ben, zie ik vaak beter hoe ik andere zaken die in mijn hoofd gonzen moet aanpakken. Het is een vorm van meditatie.

Als ik u hoor vertellen, lijkt het alsof lichaam en geest stevig in balans zijn.

Leenknegt: Het is in ieder geval beter dan een paar jaar geleden. Moeder zijn, creëren, zorg dragen voor achttien medewerkers, verbouwen, je relatie onderhouden: dat allemaal combineren, is best pittig. Ik ben ook mijn eigen grootste valkuil. Altijd heb ik wel duizend pistes die ik nog wil exploreren. Op een bepaald moment was het gewoon te veel. Mijn geest is heel sterk, die jakkert door en maakt me wijs dat ik het allemaal wel aankan. Maar als het te veel is, blokkeert mijn lichaam.

Op welke manier?

Leenknegt: Door een fout gelopen keizersnede na mijn eerste bevalling heb ik veel littekenweefsel in mijn buik. De artsen zeggen dat het een zuiver mechanisch mankement is, maar ik merk dat overdreven stress daar invloed op heeft. Dan stokt mijn spijsvertering en moet ik naar het ziekenhuis voor weer een operatie, waardoor er extra littekenweefsel bijkomt. Ik moet dat echt vermijden. De laatste keer gebeurde het nadat ik plagiaat had ontdekt. Ik ben daar heel gevoelig voor, ik weiger dat te relativeren. Het is diefstal. Punt. Ik had etentjes gepland, er was een expo, toen kwam dat erbij en ben ik in het ziekenhuis beland. Nu probeer ik mezelf te beschermen om het niet zover te laten komen.

En dat lukt?

Leenknegt: Nu de kinderen wat groter zijn, steeds beter. Ik ben 45, mijn zonen zijn 5 en bijna 10. Ik heb laat kinderen gekregen.

Was daar een reden voor?

Leenknegt: Ik had niet echt een kinderwens, mijn man wel, maar ik wilde vooral vrij zijn en koesterde weinig moederlijke gevoelens. Ik heb altijd een vol leven gehad. We bezochten expo’s, vernissages, gingen uit, hadden vrienden met wie we van alles organiseerden. Mijn werk is ook zo arbeidsintensief, het zijn trage processen die me volledig kunnen opslorpen. Toen we nog boven het atelier woonden, gebeurde het geregeld dat ik beneden iets ging halen of naar het toilet moest en bleef hangen aan een werktafel om iets af te werken, alsof het aan me trok. Ik wist niet hoe ik dat moest regelen met kinderen erbij. Nu zou ik ze niet meer kunnen missen, ze maken me zo gelukkig, zeker als we allemaal samen in ons werkkot bezig zijn. Maar het is ook moeilijk geweest.

Ik las dat u uit Gent vertrokken bent omdat u de drukte niet meer aankon?

Leenknegt: Tien jaar geleden, ja. Allemaal een beetje in dezelfde periode. Ik had rust nodig. Ik had een eerste winkel in de Bennesteeg (pal in het centrum, nvdr). Overdag stond ik in de winkel, ’s avonds en ’s nachts maakte ik juwelen. We gingen op stap, organiseerden ambachtenbeurzen. Allemaal fijn en als je jong bent, kun je dat combineren. Maar op een bepaald moment was het genoeg. Ik wilde me honderd procent kunnen focussen op mijn werk, en daarvoor moest ik weg van de overvloed aan indrukken die ik in de stad had. Als ik in een creatieve vibe zit, is dat allesomvattend. Het is een sluis die opengaat en alles wat ik zie, hoor, ruik, pik ik op. Ik slaap niet, ik ben een spons. Dat is geweldig, maar ook overweldigend en vermoeiend. Voor mij is het goed om de hoeveelheid prikkels die ik binnenkrijg een beetje te sturen. Ik ben blij dat ik nu midden in de Vlaamse Ardennen woon, omringd door prachtige natuur. En als ik naar de stad wil, stap ik met mijn fiets op de trein en kan ik me weer even onderdompelen in indrukken. Meestal komen daar dan drie collecties tegelijk uit voort.

Zou u uzelf omschrijven als hoogsensitief?

Leenknegt: Ik denk het wel, ja. We ontwerpen ook rouwjuwelen. Ik kan de gesprekken daarover niet aan. Het is voor mij te intens en medewerkers zijn daar gewoon beter in. Vroeger werd dat natuurlijk niet zo benoemd. Ik was het kind dat rood aanliep en begon te huilen als het iets triestigs las. Heel timide en teruggetrokken, ook. Als ik eraan terugdenk, lijkt het alsof ik mijn hele kindertijd stilletjes tekenend heb doorgebracht. Met het ouder worden leer je praten en communiceren. Maar voor een groep blijft dat moeilijk. Ik heb me omringd met een legertje medewerkers die het spreken van mij overnemen. Ik zit in een geborgen omgeving die ik om me heen heb gebouwd om te doen wat ik graag doe.

Ik was het kind dat rood aanliep en begon te huilen als het iets triestigs las. Heel timide en teruggetrokken, ook.

Uw ouders wilden u nochtans ver van de kunst en het artistieke milieu houden.

Leenknegt: Dat klopt. In ons gezin is mijn broer de echte rebel. Hij heeft informatica gestudeerd terwijl mijn ouders er alles aan deden om computers uit ons huis te weren omdat ze vreesden dat het verkeerd zou lopen met onze wereld. Tegen mij zei mijn moeder: ‘Je hebt goede punten, ga maar naar de universiteit.’ Ik volgde dat braafjes en heb archeologie gestudeerd. Mijn moeder wilde me voor alles beschermen tegen de onzekerheid en de intensiteit van een artistiek leven. Ze is van opleiding restaurateur van oud textiel, maar ze heeft zichzelf omgeschoold tot smid door met haar ogen te stelen van oude smeden in Kwaremont, waar mijn vader vandaan komt. Ze hebben altijd samengewerkt. Mijn vader ontwerpt de sculpturen, mijn moeder selecteert en smeedt. ‘Hadden we iets anders gedaan, dan waren we met onze drive al honderd keer binnen geweest’, zegt ze soms al lachend. Toen ik haar zo’n twintig jaar geleden belde met de mededeling dat ik een winkel zou openen om mijn eigen juwelen te verkopen, raadde ze me dat nogal stellig af. ‘Doe dat ernaast. Kies voor stabiliteit.’ Ik had een fijne baan in het Huis van Alijn in Gent (het ‘Museum van het dagelijks leven’, nvdr), maar ik voelde: dat komt goed met die juwelen. Als ondernemer is het not done om dat te zeggen, maar ik heb veel beslissingen op het gevoel genomen en meestal zijn die goed uitgedraaid.

Zoals?

Leenknegt: Op een bepaald moment werden mijn juwelen verkocht in 35 winkels over de hele wereld. Ik had een Japanse agent, een Chinese agent, vraag me niet waarom. Iedereen had het over succes want we groeiden. Maar wij ervaarden dat helemaal anders. Met iedere winkel die erbij kwam, werkten we gewoon harder en we dachten: we zijn een sweatshop in België met hoge lonen. We waren een fabriek aan het worden, onze bewegingsruimte was minimaal, want er moest twee keer per jaar een collectie liggen en ook nog eens een precollectie. Dit is het dan, dacht ik, dit zal het zijn. En daarvoor heb ik al die jaren gewerkt? Dat zag ik niet zitten. We zijn ermee gestopt en hebben alles omgegooid. Niet meer die winkels overal, maar ons atelier, onze eigen verkooppunten en kwalitatief maatwerk. Lokaal is volgens mij echt de toekomst. Met alles wat er om ons heen gebeurt, zullen we meer zelfbedruipend moeten leren leven. Kijken naar wat er is en hoe het op een andere manier kan.

U werkt graag met goud, maar goud is zelden lokaal?

Leenknegt: Nieuw goud niet, maar er is genoeg ander goud. Als archeoloog ben ik een beschermer van alles wat in de grond zit. Zolang je iets niet nodig hebt, laat je het beter zitten. Er is genoeg goud in omloop om te doen wat wij doen. We werken enkel met gerecycleerd goud, en het liefst maken we van een oud juweel van jouw omaatje of een andere dierbare iets nieuws. Dan heb je de materie van je voorouder bij jou, als een soort talisman.

U volgde braaf, zei u daarnet, maar ooit leidde u een liederlijk leven.

Leenknegt: Bij mij is het vaak alles of niets. We gingen zwaar op stap, en daar vloeiden dan weer maffe ontmoetingen en samenwerkingen uit voort. Maar het heeft ook voor een kantelpunt gezorgd. Een van onze beste vrienden had te veel gedronken, kreeg een ongeluk en is in een rolstoel beland. Dat heeft een enorme impact op mij gehad. Hoe een leven door een stommiteit in een vingerknip zo drastisch kan draaien. Ik heb twee erge dingen in mijn leven meegemaakt. Dat is er een van.

Mag ik naar het andere vragen?

Leenknegt: Toen ik negentien was, is een van mijn vriendinnen omgekomen bij een familiedrama. Ze was bij mij net voor het gebeurde. Ik heb lang gedacht dat ik haar heb laten gaan. Dat was zwaar om te verwerken, maar ook het feit dat iedereen plots naar mij keek als ‘dat meisje van wie de vriendin dood is’. Al die ogen op mij, een timide persoon, dat was horror.

Bent u daarvoor ooit in therapie geweest?

Leenknegt: Nee, ik ben daar zelf uitgeraakt. Omdat ik gevoelig en introvert ben, heb ik tal van copingmechanismen ontwikkeld. Zaken raken me, maar ik waak erover dat ze me niet helemaal onderuithalen. Mijn man en ik hebben wel een goede psycholoog. Soms gaan we alleen, soms samen. We zijn dat beginnen te doen toen onze kinderen zo klein waren en het soms allemaal te zwaar werd. Ik leg hem zelden issues voor, maar ik bespreek met hem het kluwen van zaken die op mijn to-dolijst staan. Praktische beslommeringen kunnen me overweldigen. Hij helpt me om alles in perspectief te plaatsen en te kiezen voor waar ik me goed bij voel. Bolletjes draaien, bijvoorbeeld.

Hebt u tijd genoeg voor alles waar u van droomt?

Leenknegt: Steeds vaker durf ik momenten te stelen. Vroeger had ik een boekje, De vijfurenweek.

Vijf?

Leenknegt: Ja, het was compleet utopisch, maar als ondernemer moest je jezelf zo misbaar maken dat je daarop uitkwam. Mijn man en ik hebben altijd de droom gehad nog eens naar het buitenland te trekken. Dan moet mijn atelier zonder mij blijven draaien. Ik ben daar voor een stuk in geslaagd. Ik kan momenten afsnoepen, op een middag wegstappen en de trein naar zee nemen. Voorlopig wringt dat nog. Omdat ik ook wel wat worstel met het imposter syndrome. Nu gaan ze ontdekken dat ik eigenlijk niets kan, denk ik dan. Maar ook die gedachte kan ik steeds beter loslaten.

Bolletjes draaien brengt rust. De zee ook?

Leenknegt: O ja, even dag zeggen aan de zee is al heel belangrijk voor mij geweest. Als ik het even niet meer weet, is het goed om aan zee te zijn. Ze maakt tabula rasa in mijn hoofd.

Elisabeth Leenknegt

– Geboren in 1977, woont en werkt in Ronse

– Studeerde archeologie aan de UGent

– Onderzocht als dochter en kleindochter van glaskunstenaars oude glasblazerstechnieken en specialiseerde zich in glazen bolletjes

– Opende in 2002 een eerste winkel met eigen juwelen in Gent

– Verhuisde haar atelier in 2012 naar een gerenoveerde zeepfabriek in Ronse

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content