De Giro begint, net zoals de voorbije drie jaar, met een korte tijdrit. In Turijn krijgen de renners 8,6 km voorgeschoteld, een tijdrit voor hardrijders waarin wereldkampioen Ganna een eerste keer kan uitpakken en het roze kan veroveren. Daarna is er een eerste kans voor de sprinters in de rit van Stupinigi naar Novara. Mogelijk zijn die daags nadien opnieuw aan zet, maar een helling met de top op zo'n 15 km van de finish, 2,6 km aan 6,8%, zou wel eens roet in het eten kunnen gooien en er voor kunnen zorgen dat een kleine groep naar de aankomst in Canale trekt. Al op de vierde dag moeten de klimmers, en klassementsrenners, uit hun pijp komen met de rit van Piacenza naar Sestola en de eerste aankomst bergop, de Colle Passerino, 4,3 km lang aan 9,9% gemiddeld. Vooral de eerste kilometers zijn bijzonder steil. Bovenaan ligt de finish nog niet, de renners leggen nadien nog 2,5 km af tot aan de meet, deels dalend, deels bergop. Vandaar dat deze etappe niet het etiket 'aankomst bergop' kreeg opgekleefd. In 2016 pakte de jonge Giulio Ciccone in Sestola zijn eerste profzege. Benieuwd of hij dit kunstje kan overdoen. Op dag vijf zijn de sprinters opnieuw aan zet in Cattolica en die kans zullen ze grijpen, want daags nadien wacht een loodzware rit van de Grotte di Frasassi naar Ascoli Piceno, slechts 160 km, maar wel met 3.400 hoogtemeters onderweg. De aankomst is op de San Giacomo, een loper van 15,5 km aan 6,1% gemiddeld. Vrijdag 14 mei is er een derde kans voor de sprinters. In het weekend zijn de aanvallers aan zet op zaterdag, vooraleer de klassementsrenners wellicht opnieuw aan de bak moeten met de rit naar Campo Felice, over 158 km met 3400 hoogtemeters en de tweede aankomst bergop. De klim is 6,6 km lang, waarvan de laatste 1,6 km onverhard en bijzonder steil met stukken tot 14%. Voor de rustdag op dinsdag staat er nog een rit van L'Aquila naar Foligno voor de sprinters op het programma. De tweede week serveert meteen één van de mooiste etappes in deze Giro, al zal niet elke renner het daar mee eens zijn. Dan vertrekt het peloton vanuit Perugia naar Montalcino voor een 'Strade Bianche light'. De renners moeten in de laatste 70 km vier witte grindstroken bedwingen, goed voor 35,2 km stof en afzien. Het klassement kan hier door elkaar geschud worden indien een favoriet pech kent of uitpakt. Op donderdag zijn de aanvallers aan zet in de rit van Siena naar Bagno die Romagna, over 212 km en met 3700 hoogtemeters. Vrijdag mogen de sprinters een vijfde keer hun kans wagen van Ravenna naar Verona. Op zaterdag wacht de gevreesde aankomst op de Monte Zoncolan, de derde aankomst bergop. Deze keer gaat het via Sutrio, zoals dat nog maar één keer eerder gebeurde: in 2003 toen de Zoncolan zijn debuut maakte in de Giro. De renners moeten 14,1 km klimmen aan gemiddeld 8,5%, met uitschieters in de laatste drie kilometer van 14 tot 26%. Zondag gaat het van Grado naar Gorizia, deels over Sloveense wegen. De aanvallers mogen zich wellicht uitleven vooraleer op maandag de koninginnenrit wordt verreden. Die telt de meeste hoogtemeters in deze Giro: 5700 tussen Sacile en de aankomst na een afdaling in Cortina d'Ampezzo. Daarvoor moet het peloton vier Dolomietencols bedwingen, waarvan drie op meer dan 2000 meter hoogte. Op dinsdag staat de tweede rustdag op het programma, in de slotweek ligt het zwaartepunt van deze Giro met nog drie aankomsten bergop. Al meteen op woensdag is het klimmen geblazen met de vierde aankomst bergop, de rit naar Sega di Ala waarin mogelijk de aanvallers hun kans mogen wagen. Wellicht volgt een strijd op twee fronten, want ook de klassementsrenners moeten de slotklim van 11,2 km aan 9,8% overleven. Op donderdag volgt de zesde en laatste kans voor de sprinters voor de grote apotheose op vrijdag, zaterdag en zondag. Klimmers die nog tijd willen nemen op de snellere jongens in de tijdrit moeten vrijdag en zaterdag aan de bak. In de rit van vrijdag van Abbiategrasso naar Alpe di Mera, met 3.400 hoogtemeters, doet de Giro onbekend terrein aan en finishen we een vijfde keer bergop na 9,7 km aan 9,0% gemiddeld. Het steilste deel zit in de laatste vijf km met uitschieters tot 15%. Tot slot is er een laatste keer vuurwerk bergop in de zaterdagrit waarbij 4200 hoogtemeters moeten bedwongen worden en we met de Alpe Motta een nieuwe aankomst bergop krijgen voorgeschoteld. De klim is slechts 7,3 km aan 7,6% gemiddeld. Maar schijn bedriegt, want er ligt een afdaling van 1 km ongeveer in het midden. Op zondag eindigt de Giro met een vlakke tijdrit over 30,3 km en is de eindwinnaar van 2021 gekend. Wordt het even spannend als vorig jaar toen drie renners nog om het roze streden of krijgen we een verplicht nummer zoals in 2019 toen al duidelijk werd dat Richard Carapaz niet meer uit het roze kon gereden worden? (Belga)

De Giro begint, net zoals de voorbije drie jaar, met een korte tijdrit. In Turijn krijgen de renners 8,6 km voorgeschoteld, een tijdrit voor hardrijders waarin wereldkampioen Ganna een eerste keer kan uitpakken en het roze kan veroveren. Daarna is er een eerste kans voor de sprinters in de rit van Stupinigi naar Novara. Mogelijk zijn die daags nadien opnieuw aan zet, maar een helling met de top op zo'n 15 km van de finish, 2,6 km aan 6,8%, zou wel eens roet in het eten kunnen gooien en er voor kunnen zorgen dat een kleine groep naar de aankomst in Canale trekt. Al op de vierde dag moeten de klimmers, en klassementsrenners, uit hun pijp komen met de rit van Piacenza naar Sestola en de eerste aankomst bergop, de Colle Passerino, 4,3 km lang aan 9,9% gemiddeld. Vooral de eerste kilometers zijn bijzonder steil. Bovenaan ligt de finish nog niet, de renners leggen nadien nog 2,5 km af tot aan de meet, deels dalend, deels bergop. Vandaar dat deze etappe niet het etiket 'aankomst bergop' kreeg opgekleefd. In 2016 pakte de jonge Giulio Ciccone in Sestola zijn eerste profzege. Benieuwd of hij dit kunstje kan overdoen. Op dag vijf zijn de sprinters opnieuw aan zet in Cattolica en die kans zullen ze grijpen, want daags nadien wacht een loodzware rit van de Grotte di Frasassi naar Ascoli Piceno, slechts 160 km, maar wel met 3.400 hoogtemeters onderweg. De aankomst is op de San Giacomo, een loper van 15,5 km aan 6,1% gemiddeld. Vrijdag 14 mei is er een derde kans voor de sprinters. In het weekend zijn de aanvallers aan zet op zaterdag, vooraleer de klassementsrenners wellicht opnieuw aan de bak moeten met de rit naar Campo Felice, over 158 km met 3400 hoogtemeters en de tweede aankomst bergop. De klim is 6,6 km lang, waarvan de laatste 1,6 km onverhard en bijzonder steil met stukken tot 14%. Voor de rustdag op dinsdag staat er nog een rit van L'Aquila naar Foligno voor de sprinters op het programma. De tweede week serveert meteen één van de mooiste etappes in deze Giro, al zal niet elke renner het daar mee eens zijn. Dan vertrekt het peloton vanuit Perugia naar Montalcino voor een 'Strade Bianche light'. De renners moeten in de laatste 70 km vier witte grindstroken bedwingen, goed voor 35,2 km stof en afzien. Het klassement kan hier door elkaar geschud worden indien een favoriet pech kent of uitpakt. Op donderdag zijn de aanvallers aan zet in de rit van Siena naar Bagno die Romagna, over 212 km en met 3700 hoogtemeters. Vrijdag mogen de sprinters een vijfde keer hun kans wagen van Ravenna naar Verona. Op zaterdag wacht de gevreesde aankomst op de Monte Zoncolan, de derde aankomst bergop. Deze keer gaat het via Sutrio, zoals dat nog maar één keer eerder gebeurde: in 2003 toen de Zoncolan zijn debuut maakte in de Giro. De renners moeten 14,1 km klimmen aan gemiddeld 8,5%, met uitschieters in de laatste drie kilometer van 14 tot 26%. Zondag gaat het van Grado naar Gorizia, deels over Sloveense wegen. De aanvallers mogen zich wellicht uitleven vooraleer op maandag de koninginnenrit wordt verreden. Die telt de meeste hoogtemeters in deze Giro: 5700 tussen Sacile en de aankomst na een afdaling in Cortina d'Ampezzo. Daarvoor moet het peloton vier Dolomietencols bedwingen, waarvan drie op meer dan 2000 meter hoogte. Op dinsdag staat de tweede rustdag op het programma, in de slotweek ligt het zwaartepunt van deze Giro met nog drie aankomsten bergop. Al meteen op woensdag is het klimmen geblazen met de vierde aankomst bergop, de rit naar Sega di Ala waarin mogelijk de aanvallers hun kans mogen wagen. Wellicht volgt een strijd op twee fronten, want ook de klassementsrenners moeten de slotklim van 11,2 km aan 9,8% overleven. Op donderdag volgt de zesde en laatste kans voor de sprinters voor de grote apotheose op vrijdag, zaterdag en zondag. Klimmers die nog tijd willen nemen op de snellere jongens in de tijdrit moeten vrijdag en zaterdag aan de bak. In de rit van vrijdag van Abbiategrasso naar Alpe di Mera, met 3.400 hoogtemeters, doet de Giro onbekend terrein aan en finishen we een vijfde keer bergop na 9,7 km aan 9,0% gemiddeld. Het steilste deel zit in de laatste vijf km met uitschieters tot 15%. Tot slot is er een laatste keer vuurwerk bergop in de zaterdagrit waarbij 4200 hoogtemeters moeten bedwongen worden en we met de Alpe Motta een nieuwe aankomst bergop krijgen voorgeschoteld. De klim is slechts 7,3 km aan 7,6% gemiddeld. Maar schijn bedriegt, want er ligt een afdaling van 1 km ongeveer in het midden. Op zondag eindigt de Giro met een vlakke tijdrit over 30,3 km en is de eindwinnaar van 2021 gekend. Wordt het even spannend als vorig jaar toen drie renners nog om het roze streden of krijgen we een verplicht nummer zoals in 2019 toen al duidelijk werd dat Richard Carapaz niet meer uit het roze kon gereden worden? (Belga)