Gilkinet hoopt naar eigen zeggen meer mensen te overtuigen om de wagen in te ruilen voor goedkopere en minder vervuilende alternatieven zoals de trein en wil dat onder meer doen door een groter treinaanbod. In elk station moet er om de dertig minuten een trein vertrekken, in het hart van de grote agglomeraties zelfs om de tien minuten. "Wat de grootstedelijke netten betreft ben ik het daar zeker mee eens, om het kwartier is daar eigenlijk een echt minimum", vindt Lauwers. Lauwers noemt het verder "verstandig" dat Gilkinet zich niet blindstaart op de Brusselse Noord-Zuidverbinding. "Hij kan op dit moment beter naar alternatieven in Brussel en daarbuiten zoeken", vindt Lauwers. "Zo was Mechelen vroeger het belangrijkste spoorkruispunt, daar zou je bijvoorbeeld een lijn uit Luik naartoe kunnen sturen." Investeringen in infrastructuur zijn in ieder geval nodig, meent Lauwers, want het aantal reizigers is de voorbije jaren fors gestegen en het spoornet botst op zijn limieten. "Het spoornet moet een ruggengraat vormen zoals het wegennet dat is", zegt hij. Lauwers merkt naar eigen zeggen ook op dat tariefflexibiliteit om reizen in de daluren te stimuleren geen taboe (meer) lijkt bij het spoor, "terwijl het dat voor het autoverkeer wel nog is". (Belga)

Gilkinet hoopt naar eigen zeggen meer mensen te overtuigen om de wagen in te ruilen voor goedkopere en minder vervuilende alternatieven zoals de trein en wil dat onder meer doen door een groter treinaanbod. In elk station moet er om de dertig minuten een trein vertrekken, in het hart van de grote agglomeraties zelfs om de tien minuten. "Wat de grootstedelijke netten betreft ben ik het daar zeker mee eens, om het kwartier is daar eigenlijk een echt minimum", vindt Lauwers. Lauwers noemt het verder "verstandig" dat Gilkinet zich niet blindstaart op de Brusselse Noord-Zuidverbinding. "Hij kan op dit moment beter naar alternatieven in Brussel en daarbuiten zoeken", vindt Lauwers. "Zo was Mechelen vroeger het belangrijkste spoorkruispunt, daar zou je bijvoorbeeld een lijn uit Luik naartoe kunnen sturen." Investeringen in infrastructuur zijn in ieder geval nodig, meent Lauwers, want het aantal reizigers is de voorbije jaren fors gestegen en het spoornet botst op zijn limieten. "Het spoornet moet een ruggengraat vormen zoals het wegennet dat is", zegt hij. Lauwers merkt naar eigen zeggen ook op dat tariefflexibiliteit om reizen in de daluren te stimuleren geen taboe (meer) lijkt bij het spoor, "terwijl het dat voor het autoverkeer wel nog is". (Belga)