Hoogopgeleide mannen dragen meer bij aan de zorg voor de kinderen in de Vlaamse gezinnen. Mannen dragen ook meer bij aan zorgtaken naarmate het aantal werkuren van de vrouw toeneemt. Bijna drie vierde van de ondervraagden vindt dat ze de zorg voor de kinderen eerlijk verdelen met de partner. Een kwart van de vrouwen vindt dat ze meer zorgt voor de kinderen dan eerlijk is, tegenover een vijfde van de mannen die vinden dat ze minder zorgen dan eerlijk is. Meer actieve hulp en meer betrokkenheid van de partner worden genoemd als verbeterpunten. Vooral tijdens de ochtend- en de avondpiek in he gezinsleven is meer hulp van de partner welkom. Hindernissen voor een betere verdeling van de zorgtaken zijn het werk, maar ook een LAT-relatie (niet samenwonen bemoeilijkt een gelijke verdeling van de zorgtaken) en het feit dat de nieuwe partner niet de vader van het kind is. Dit blijken frequent voorkomende argumenten te zijn om de zorg niet te delen met de partner. Iets meer dan vier op tien van de ondervraagden krijgt onbetaalde hulp bij de zorg voor en opvang van kinderen. Vooral (schoon)ouders worden dan genoemd, maar ook broers en zussen. Bijna één op drie van de respondenten geeft aan dat ze betaalde opvang voor de kinderen gebruiken. Vier op tien vrouwen vinden dat ze meer huishoudelijke taken opnemen dan eerlijk is, tegenover nog geen 5 procent van de mannen. Iets meer dan de helft van de vrouwen vindt dat de taken eerlijk verdeeld zijn, tegenover bijna zeven op tien van de mannen. De verdeling van de huishoudelijke taken wordt dus duidelijk als minder eerlijk ervaren dan de verdeling van de zorgtaken, met name door vrouwen. (Belga)

Hoogopgeleide mannen dragen meer bij aan de zorg voor de kinderen in de Vlaamse gezinnen. Mannen dragen ook meer bij aan zorgtaken naarmate het aantal werkuren van de vrouw toeneemt. Bijna drie vierde van de ondervraagden vindt dat ze de zorg voor de kinderen eerlijk verdelen met de partner. Een kwart van de vrouwen vindt dat ze meer zorgt voor de kinderen dan eerlijk is, tegenover een vijfde van de mannen die vinden dat ze minder zorgen dan eerlijk is. Meer actieve hulp en meer betrokkenheid van de partner worden genoemd als verbeterpunten. Vooral tijdens de ochtend- en de avondpiek in he gezinsleven is meer hulp van de partner welkom. Hindernissen voor een betere verdeling van de zorgtaken zijn het werk, maar ook een LAT-relatie (niet samenwonen bemoeilijkt een gelijke verdeling van de zorgtaken) en het feit dat de nieuwe partner niet de vader van het kind is. Dit blijken frequent voorkomende argumenten te zijn om de zorg niet te delen met de partner. Iets meer dan vier op tien van de ondervraagden krijgt onbetaalde hulp bij de zorg voor en opvang van kinderen. Vooral (schoon)ouders worden dan genoemd, maar ook broers en zussen. Bijna één op drie van de respondenten geeft aan dat ze betaalde opvang voor de kinderen gebruiken. Vier op tien vrouwen vinden dat ze meer huishoudelijke taken opnemen dan eerlijk is, tegenover nog geen 5 procent van de mannen. Iets meer dan de helft van de vrouwen vindt dat de taken eerlijk verdeeld zijn, tegenover bijna zeven op tien van de mannen. De verdeling van de huishoudelijke taken wordt dus duidelijk als minder eerlijk ervaren dan de verdeling van de zorgtaken, met name door vrouwen. (Belga)