In Europa gaan er meer dan 56 miljoen gezonde levensjaren verloren door voedingsgebonden ziekten, zo berekende de Wereld Gezondheidsorganisatie. De I.Family Studie, een groot Europees onderzoeksproject over gezondheid, voeding en levensstijl bij gezinnen, roept overheden en gezondheidswerkers op om niet langer te aarzelen en gezinnen te helpen een gezondere levensstijl na te streven! De omgeving bepaalt het voedings- en bewegingspatroon van kinderen en gezinnen, dus om hun gezondheid te verbeteren, moet het beleid daar gaan ingrijpen.

'Gezinnen kunnen de strijd tegen obesitas niet op eigen houtje voeren'

De afgelopen tien jaar volgde dit project de ontwikkeling van ruim 16.000 kinderen van 2 tot 10 jaar en hun gezin tijdens de overgang van de kindertijd naar de adolescentie. Ze deden dit in acht landen, waaronder België, en onderzochten welke biologische-, gedrags-, sociale- en omgevingsfactoren van invloed zijn op voeding en zo mee de gezondheid bepalen van Europese gezinnen. Dit leverde verschillende interessante bevindingen op waar ook ons land dringend mee aan de slag moet, bijvoorbeeld door de invoering van een kindnorm voor voeding.

Sociale achtergrond en leefomgeving, maar ook geslacht spelen een rol

Het probleem van overgewicht en obesitas bij kinderen tussen 2 en 10 jaar is niet overal in Europa even groot. Van zuid naar noord dalen de percentages van bijna 40% tot minder dan 10%. Meisjes hebben in vergelijking met jongens meer kans om te dik te worden. Kinderen uit gezinnen met lagere sociaal economische status of met migratieachtergrond, de kansarme gezinnen, zijn vaker obees dan kinderen uit gezinnen met een hogere socio-economische positie. Bij het opgroeien wordt dit effect nog sterker. In de opvolgstudie na zes jaar blijken overgewicht en obesitas bijna tweemaal zo veel voor te komen bij kinderen in een gezin met een lage socio-economische status als bij kinderen in een gezin met hoge socio-economische status. Europese kinderen eten met zijn allen te veel energierijk voedsel, maar een echt ongezond voedingspatroon komt veel meer voor bij kinderen uit armere gezinnen waar de ouders laag opgeleid zijn. Ten slotte suggereren een aantal resultaten een verband tussen slaaptekort en een hoger gewicht, vooral bij lagere schoolkinderen.

Ook qua fysieke activiteit scoren de onderzochte kinderen niet goed en zijn de verschillen tussen landen groot. Een derde komt niet aan de vooropgestelde 60 minuten bewegen per dag. Goed ontworpen publieke buitenruimtes en veilige, goed met elkaar verbonden voorzieningen zijn de sleutels tot een toename van lichamelijke activiteit. Open ruimtes zijn voor de jongere kinderen belangrijk, terwijl wandel- en fietsroutes voor adolescenten primeren.

Wat hun gewicht, lichaamscompositie, risicofactoren voor ziekte en voeding betreft zijn gezinsleden met elkaar te vergelijken. Ouders laten zich voor hun oordeel over het gewicht van hun kind beïnvloeden door het gewicht van kinderen om hen heen. Kinderen en jongeren zelf gaan zich eerder vergelijken met leeftijdsgenoten. Zeker tieners gaan veel meer ongezond eten als hun vrienden dat ook doen en ze zijn pas actiever als hun vrienden dat ook zijn.

Hoe televisie en computer het eetgedrag van kinderen mee bepalen

De kans dat kinderen energierijk voedsel en gezoete dranken eten, is veel groter wanneer ze naar reclame kijken die deze ongezonde producten promoot. Kinderen blootgesteld aan commerciële televisie hebben meer kans om frisdranken te consumeren, ongeacht of hun ouders regels opleggen voor de duur van het televisie kijken. Kinderen die vaak vragen naar producten die ze kennen van tv-reclame krijgen een uitgesproken voorkeur voor vettig eten en maken bijgevolg meer kans op overgewicht. Veel tv kijken en computeren hebben een negatieve impact op het welzijn van kinderen. Ten slotte blijken tv-kijken tijdens de maaltijd, een tv in de slaapkamer en meer dan 1 uur per dag tv- kijken allemaal de kans op overgewicht en obesitas te verhogen.

Een succesvolle operatie kan alleen met een kindnorm voor voeding

De I.Family study toont aan dat kinderen en jongeren de leidraad moeten worden in maatregelen. Alleen dan hebben zij meer garantie op een gezondere levensstijl en betere levenskwaliteit. Kinderen en jongeren hebben recht op een leefmilieu en consumptiegoederen die hun gezondheid niet bedreigen of schaden. Gezonde voeding is niet louter een individuele verantwoordelijkheid, maar vraagt actie van de overheid, gezondheidswerkers, voedingsindustrie, reclame en vele stakeholders samen. En dat is nu net de kern de kindnorm voor voeding die de Gezinsbond vraagt.

De meeste landen spenderen middelen aan sensibiliseren en informeren van consumenten over gezonde voeding. Maar gezondheidseducatie en informatie alleen zijn niet voldoende en zeker niet kostenefficiënt. Slechts bij bepaalde groepen leidt dit op korte termijn tot enige verbetering in het voedingspatroon. Meer dwingende maatregelen zoals regulering van reclame en ingrijpen in de leefomgeving of taksen hebben meer invloed op de individuele keuzes van mensen. De obesitasepidemie bij zowel kinderen als volwassenen dwingt de maatschappij om nu te reageren. En hoewel sommige van deze maatregelen misschien tot meer conflicten kunnen leiden bij relevante stakeholders, zullen ze op langere termijn minder kosten en meer gezondheidswinst opleveren.

Lieve Declerck houdt zich bij de Gezinsbond bezig met onder meer mantel- en thuiszorg en (geestelijke) gezondheidszorg.

In Europa gaan er meer dan 56 miljoen gezonde levensjaren verloren door voedingsgebonden ziekten, zo berekende de Wereld Gezondheidsorganisatie. De I.Family Studie, een groot Europees onderzoeksproject over gezondheid, voeding en levensstijl bij gezinnen, roept overheden en gezondheidswerkers op om niet langer te aarzelen en gezinnen te helpen een gezondere levensstijl na te streven! De omgeving bepaalt het voedings- en bewegingspatroon van kinderen en gezinnen, dus om hun gezondheid te verbeteren, moet het beleid daar gaan ingrijpen. De afgelopen tien jaar volgde dit project de ontwikkeling van ruim 16.000 kinderen van 2 tot 10 jaar en hun gezin tijdens de overgang van de kindertijd naar de adolescentie. Ze deden dit in acht landen, waaronder België, en onderzochten welke biologische-, gedrags-, sociale- en omgevingsfactoren van invloed zijn op voeding en zo mee de gezondheid bepalen van Europese gezinnen. Dit leverde verschillende interessante bevindingen op waar ook ons land dringend mee aan de slag moet, bijvoorbeeld door de invoering van een kindnorm voor voeding. Het probleem van overgewicht en obesitas bij kinderen tussen 2 en 10 jaar is niet overal in Europa even groot. Van zuid naar noord dalen de percentages van bijna 40% tot minder dan 10%. Meisjes hebben in vergelijking met jongens meer kans om te dik te worden. Kinderen uit gezinnen met lagere sociaal economische status of met migratieachtergrond, de kansarme gezinnen, zijn vaker obees dan kinderen uit gezinnen met een hogere socio-economische positie. Bij het opgroeien wordt dit effect nog sterker. In de opvolgstudie na zes jaar blijken overgewicht en obesitas bijna tweemaal zo veel voor te komen bij kinderen in een gezin met een lage socio-economische status als bij kinderen in een gezin met hoge socio-economische status. Europese kinderen eten met zijn allen te veel energierijk voedsel, maar een echt ongezond voedingspatroon komt veel meer voor bij kinderen uit armere gezinnen waar de ouders laag opgeleid zijn. Ten slotte suggereren een aantal resultaten een verband tussen slaaptekort en een hoger gewicht, vooral bij lagere schoolkinderen.Ook qua fysieke activiteit scoren de onderzochte kinderen niet goed en zijn de verschillen tussen landen groot. Een derde komt niet aan de vooropgestelde 60 minuten bewegen per dag. Goed ontworpen publieke buitenruimtes en veilige, goed met elkaar verbonden voorzieningen zijn de sleutels tot een toename van lichamelijke activiteit. Open ruimtes zijn voor de jongere kinderen belangrijk, terwijl wandel- en fietsroutes voor adolescenten primeren.Wat hun gewicht, lichaamscompositie, risicofactoren voor ziekte en voeding betreft zijn gezinsleden met elkaar te vergelijken. Ouders laten zich voor hun oordeel over het gewicht van hun kind beïnvloeden door het gewicht van kinderen om hen heen. Kinderen en jongeren zelf gaan zich eerder vergelijken met leeftijdsgenoten. Zeker tieners gaan veel meer ongezond eten als hun vrienden dat ook doen en ze zijn pas actiever als hun vrienden dat ook zijn. De kans dat kinderen energierijk voedsel en gezoete dranken eten, is veel groter wanneer ze naar reclame kijken die deze ongezonde producten promoot. Kinderen blootgesteld aan commerciële televisie hebben meer kans om frisdranken te consumeren, ongeacht of hun ouders regels opleggen voor de duur van het televisie kijken. Kinderen die vaak vragen naar producten die ze kennen van tv-reclame krijgen een uitgesproken voorkeur voor vettig eten en maken bijgevolg meer kans op overgewicht. Veel tv kijken en computeren hebben een negatieve impact op het welzijn van kinderen. Ten slotte blijken tv-kijken tijdens de maaltijd, een tv in de slaapkamer en meer dan 1 uur per dag tv- kijken allemaal de kans op overgewicht en obesitas te verhogen.De I.Family study toont aan dat kinderen en jongeren de leidraad moeten worden in maatregelen. Alleen dan hebben zij meer garantie op een gezondere levensstijl en betere levenskwaliteit. Kinderen en jongeren hebben recht op een leefmilieu en consumptiegoederen die hun gezondheid niet bedreigen of schaden. Gezonde voeding is niet louter een individuele verantwoordelijkheid, maar vraagt actie van de overheid, gezondheidswerkers, voedingsindustrie, reclame en vele stakeholders samen. En dat is nu net de kern de kindnorm voor voeding die de Gezinsbond vraagt.De meeste landen spenderen middelen aan sensibiliseren en informeren van consumenten over gezonde voeding. Maar gezondheidseducatie en informatie alleen zijn niet voldoende en zeker niet kostenefficiënt. Slechts bij bepaalde groepen leidt dit op korte termijn tot enige verbetering in het voedingspatroon. Meer dwingende maatregelen zoals regulering van reclame en ingrijpen in de leefomgeving of taksen hebben meer invloed op de individuele keuzes van mensen. De obesitasepidemie bij zowel kinderen als volwassenen dwingt de maatschappij om nu te reageren. En hoewel sommige van deze maatregelen misschien tot meer conflicten kunnen leiden bij relevante stakeholders, zullen ze op langere termijn minder kosten en meer gezondheidswinst opleveren.Lieve Declerck houdt zich bij de Gezinsbond bezig met onder meer mantel- en thuiszorg en (geestelijke) gezondheidszorg.