Een groep van 19 Oost-Vlaamse gerechtsdeurwaarders kocht in 2017 een groot industrieel gebouw in Oostakker om de in beslag genomen spullen van mensen die hun schulden niet kunnen betalen openbaar te verkopen. Het is een van de duurste veilingzalen van gerechtsdeurwaarders van het land. In tegenstelling tot de meeste andere veilingzalen wordt deze niet geëxploiteerd door een vzw, maar door een commerciële vennootschap (VGGO), opgericht door die gerechtsdeurwaarders.

Een fiscaal advocaat die op verzoek van Knack de jaarrekeningen analyseerde, stelde vast dat de zaal geen commercieel succes is. De zaak wordt drijvende gehouden met bijna 300.000 euro die op een blijkbaar onrechtmatige manier versluisd werd naar de rekening van de commerciële vennootschap, én door de schuldenaars hoge kosten aan te rekenen.

Op die manier worden enkele gerechtsdeurwaarders in alle stilte en op rekening van mensen met schulden eigenaar van een onroerend goed ter waarde van ruim 1,3 miljoen euro. Of zoals een anonieme gerechtsdeurwaarder aan Knack vertelde: 'Het is alsof een terdoodveroordeelde zelf zijn schavot moet timmeren, en als er hout te kort is een boom in zijn eigen boomgaard moet omhakken.'

Frank Maryns, voorzitter van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, laat in een reactie aan Knack weten dat hij de zaak zal laten onderzoeken en contact zal opnemen met de betrokkenen.

Dat de zaal in Oostakker onrechtstreeks gefinancierd wordt door schuldenaren ziet Maryns niet als een groot probleem: 'Dat gebeurt elders misschien ook.' Toch geeft hij toe dat het niet de bedoeling is dat gerechtsdeurwaarders op die manier eigenaar worden van een commercieel vastgoed ter waarde van meer dan één miljoen euro: 'Dat behoort niet tot de kerntaken van een gerechtsdeurwaarder.'