Vorige week zaterdag zou de allereerste Pride plaatsvinden in de Kaukasus. De eer was aan de Georgische hoofdstad Tbilisi. Echter deden de dreigingen met terreuraanslagen en de georchestreerde politieke onrust de Pride-organisatoren de das om. Ze werden gedwongen het uit te stellen. Het begon allemaal toen de overheid twee weken geleden aankondigde dat ze de Pride-optocht niet langer wouden beveiligen. Toen een vijftal LGBTQI-activisten daarop naar het overheidsgebouw trokken om bescherming te eisen, werden ze opgewacht door een honderdtal orthodoxe gelovigen. Die dreigden er mee de LGBTQI-demonstranten te vermoorden als ze niet meteen vertrokken. De politie moest tussenbeide komen om een bloedbad te vermijden. De dag daarna kondigde de presidente van Georgië aan dat LGBTQI-demonstraten moesten stoppen met religieuze groeperingen te provoceren. De officieuze leider van Georgië - de oligarch Levan Vasadze - kondigde aan patrouilles uit te sturen om homoseksuelen in elkaar te slaan. De Pride-organisatoren slaakten een kreet om internationale hulp.

Georgië en Hongarije laten zien dat de strijd voor LBGTQ-gelijkheid verre van gestreden is.

Ik schakelde meteen mijn diplomatieke contacten in om achter de schermen druk te zetten op de Georgische overheid. Ik besloot ook om zelf naar Georgië te vertrekken. Hoe meer 'internationals' aanwezig waren, hoe meer de overheid zich verantwoordelijk zou voelen om de bescherming van de Pride-optocht op zich te nemen. De politieke onrust van de voorbije week - die volgens sommigen georchestreerd werd om de aandacht af te leiden van de Pride - deed de Pride-organisatoren besluiten dat het te onveilig was om de optocht te laten doorgaan. Ik ben in het verleden al wel achtervolgd geweest in Oekraïne. In Wit-Rusland werden contacten van me opgepakt nadat ze een meeting met mij hadden in Brussel. Maar in Georgië werd ik constant achtervolgd en gefilmd door twee mannen - wellicht lid van een door Ruslandgesteunde orthodox-extremistische groepering. Ze doen het om me bang te maken en/of informatie te verzamelen die ze later voor afpersing zouden kunnen gebruiken.

De manier waarop deze homo- en transfobe organisaties zich de voorbije jaren georganiseerd hebben, doet vermoeden dat hier veel meer achter zit dan een strijd voor traditionele familiewaarden. Voor autocratische regimes als Rusland is het mislukken van een Pride-optocht een geopolitieke overwinning op het Westen. Meer zelfs, Rusland heeft van de strijd tegen LGBTQI-gelijkheid hun voornaamste 'soft power'-eigenschap van hun buitenlandbeleid gemaakt.

De voorbije maanden verbleef ik in de Hongaarse hoofdstad Boedapest voor een onderzoek naar Russische inmenging in de strijd tegen LGBTQI-rechten. Mijn onderzoek is nog niet gepubliceerd, maar de inmenging rond LGBTQI-rechten in Hongarije door Rusland kan getraceerd tot de hoogste regionen van de Hongaarse politiek. Uit mijn onderzoek blijkt dat er in de jaren negentig in de VS een netwerk van organisaties werd opgericht die internationaal traditionele familiewaarden moest gaan propaganderen. Ook Rusland is al actief binnen deze beweging sinds het bestaan.

De organisaties verzamelen zich binnen de koepelorganisatie de International Organisation For Families, die jaarlijks het beruchte homo- en transfobe World Congress of Families organiseert. Op papier lijken ze dus een Amerikaanse organisatie, maar als je kijkt naar de structuur daarachter blijkt al snel dat Rusland de plak zwaait. Binnen deze organisatie zijn achter de schermen oligarchen die erg dicht staan bij Vladimir Poetin actief. Het zijn diezelfde oligarchen die beschuldigd worden voor de oorlog in Oost-Oekraïne of de inmenging in de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten.

Voor Rusland is het mislukken van een Pride-optocht een geopolitieke overwinning op het Westen.

Nu blijkt dat de Hongaarse minister voor familiezaken en erg goeie vriendin van Viktor Orban, op wel erg structurele basis contacten heeft met Russische individuen die werken voor deze oligarchen. Viktor Orban sprak ook in 2017 het World Congress of Families toe terwijl die plaatsvond in Boedapest. Sinds Hongarije voor het eerst deelnam aan activiteiten van het World Congress of Families zien we een verhoging van het homofobe discours in Hongarije. In 2011 paste de Orban-regering de grondwet aan en werd zo het holebihuwelijk uitgesloten. Onlangs linkte de parlementsvoorzitter adoptie door homokoppels nog aan pedofilie. Hongarije voerde dit jaar ook een nieuw familiebeleid in die op de Russische televisie tien minuten in prime-time geprezen werd als het grote voorbeeld voor Europa.

Ook op het niveau van de Europese Unie blijkt Hongarije enige vorm van vooruitgang tegen te houden. Sinds 2014 vetoën de Hongaarse ministers ieder beleidsvoorstel voor meer LGBTQI-rechten in de Raad van de Europese Unie. Het zogenaamde Horizon Directive - die een algemene discriminatiewetgeving moet invoeren in de EU - wordt al meer dan tien jaar tegengehouden. Indirect houdt Rusland LGBTQI-rechten tegen via Hongarije in de EU.

Het Georgische en Hongaarse voorbeeld bewijzen dat de strijd voor LGBTQI-gelijkheid nog verre van gestreden is. Terwijl we in het liberale Westen allemaal het gevoel hebben dat het de goede richting uitgaat, is in grote delen van de wereld het tegendeel waar. De internationale krachten tegen LGBTQI-rechten vormen ook een reële bedreiging voor de LGBTQI-gemeenschap in het Westen.

We zullen als LGBTQI-gemeenschap pas echt vrij zijn als we dat overal ter wereld zijn. Als je dus de komende maanden ergens in het Westen deelneemt aan een Pride, sta dan vooral ook even stil bij de mensen die de vrijheid niet hebben om te tonen en vieren wie ze zijn.

Vorige week zaterdag zou de allereerste Pride plaatsvinden in de Kaukasus. De eer was aan de Georgische hoofdstad Tbilisi. Echter deden de dreigingen met terreuraanslagen en de georchestreerde politieke onrust de Pride-organisatoren de das om. Ze werden gedwongen het uit te stellen. Het begon allemaal toen de overheid twee weken geleden aankondigde dat ze de Pride-optocht niet langer wouden beveiligen. Toen een vijftal LGBTQI-activisten daarop naar het overheidsgebouw trokken om bescherming te eisen, werden ze opgewacht door een honderdtal orthodoxe gelovigen. Die dreigden er mee de LGBTQI-demonstranten te vermoorden als ze niet meteen vertrokken. De politie moest tussenbeide komen om een bloedbad te vermijden. De dag daarna kondigde de presidente van Georgië aan dat LGBTQI-demonstraten moesten stoppen met religieuze groeperingen te provoceren. De officieuze leider van Georgië - de oligarch Levan Vasadze - kondigde aan patrouilles uit te sturen om homoseksuelen in elkaar te slaan. De Pride-organisatoren slaakten een kreet om internationale hulp. Ik schakelde meteen mijn diplomatieke contacten in om achter de schermen druk te zetten op de Georgische overheid. Ik besloot ook om zelf naar Georgië te vertrekken. Hoe meer 'internationals' aanwezig waren, hoe meer de overheid zich verantwoordelijk zou voelen om de bescherming van de Pride-optocht op zich te nemen. De politieke onrust van de voorbije week - die volgens sommigen georchestreerd werd om de aandacht af te leiden van de Pride - deed de Pride-organisatoren besluiten dat het te onveilig was om de optocht te laten doorgaan. Ik ben in het verleden al wel achtervolgd geweest in Oekraïne. In Wit-Rusland werden contacten van me opgepakt nadat ze een meeting met mij hadden in Brussel. Maar in Georgië werd ik constant achtervolgd en gefilmd door twee mannen - wellicht lid van een door Ruslandgesteunde orthodox-extremistische groepering. Ze doen het om me bang te maken en/of informatie te verzamelen die ze later voor afpersing zouden kunnen gebruiken. De manier waarop deze homo- en transfobe organisaties zich de voorbije jaren georganiseerd hebben, doet vermoeden dat hier veel meer achter zit dan een strijd voor traditionele familiewaarden. Voor autocratische regimes als Rusland is het mislukken van een Pride-optocht een geopolitieke overwinning op het Westen. Meer zelfs, Rusland heeft van de strijd tegen LGBTQI-gelijkheid hun voornaamste 'soft power'-eigenschap van hun buitenlandbeleid gemaakt. De voorbije maanden verbleef ik in de Hongaarse hoofdstad Boedapest voor een onderzoek naar Russische inmenging in de strijd tegen LGBTQI-rechten. Mijn onderzoek is nog niet gepubliceerd, maar de inmenging rond LGBTQI-rechten in Hongarije door Rusland kan getraceerd tot de hoogste regionen van de Hongaarse politiek. Uit mijn onderzoek blijkt dat er in de jaren negentig in de VS een netwerk van organisaties werd opgericht die internationaal traditionele familiewaarden moest gaan propaganderen. Ook Rusland is al actief binnen deze beweging sinds het bestaan. De organisaties verzamelen zich binnen de koepelorganisatie de International Organisation For Families, die jaarlijks het beruchte homo- en transfobe World Congress of Families organiseert. Op papier lijken ze dus een Amerikaanse organisatie, maar als je kijkt naar de structuur daarachter blijkt al snel dat Rusland de plak zwaait. Binnen deze organisatie zijn achter de schermen oligarchen die erg dicht staan bij Vladimir Poetin actief. Het zijn diezelfde oligarchen die beschuldigd worden voor de oorlog in Oost-Oekraïne of de inmenging in de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Nu blijkt dat de Hongaarse minister voor familiezaken en erg goeie vriendin van Viktor Orban, op wel erg structurele basis contacten heeft met Russische individuen die werken voor deze oligarchen. Viktor Orban sprak ook in 2017 het World Congress of Families toe terwijl die plaatsvond in Boedapest. Sinds Hongarije voor het eerst deelnam aan activiteiten van het World Congress of Families zien we een verhoging van het homofobe discours in Hongarije. In 2011 paste de Orban-regering de grondwet aan en werd zo het holebihuwelijk uitgesloten. Onlangs linkte de parlementsvoorzitter adoptie door homokoppels nog aan pedofilie. Hongarije voerde dit jaar ook een nieuw familiebeleid in die op de Russische televisie tien minuten in prime-time geprezen werd als het grote voorbeeld voor Europa. Ook op het niveau van de Europese Unie blijkt Hongarije enige vorm van vooruitgang tegen te houden. Sinds 2014 vetoën de Hongaarse ministers ieder beleidsvoorstel voor meer LGBTQI-rechten in de Raad van de Europese Unie. Het zogenaamde Horizon Directive - die een algemene discriminatiewetgeving moet invoeren in de EU - wordt al meer dan tien jaar tegengehouden. Indirect houdt Rusland LGBTQI-rechten tegen via Hongarije in de EU. Het Georgische en Hongaarse voorbeeld bewijzen dat de strijd voor LGBTQI-gelijkheid nog verre van gestreden is. Terwijl we in het liberale Westen allemaal het gevoel hebben dat het de goede richting uitgaat, is in grote delen van de wereld het tegendeel waar. De internationale krachten tegen LGBTQI-rechten vormen ook een reële bedreiging voor de LGBTQI-gemeenschap in het Westen. We zullen als LGBTQI-gemeenschap pas echt vrij zijn als we dat overal ter wereld zijn. Als je dus de komende maanden ergens in het Westen deelneemt aan een Pride, sta dan vooral ook even stil bij de mensen die de vrijheid niet hebben om te tonen en vieren wie ze zijn.