'Weg met de tramsporen' klonk het vanuit verschillende hoeken na een tragisch ongeval waarbij een Gentse fietser uitgleed over de tramsporen, zwaar ten val kwam en overleed. Als fervent fietser en schepen van Mobiliteit begrijp ik die kreet. Net zoals honderden Gentenaars maakte ik zelf ook al kennis met het wegdek nadat ik met de fiets vastraakte in de tramsporen. Maar de trams vervangen door de spoorloze trambussen, zoals velen willen is een slecht idee.

Ruimte voor fietsers

Gent heeft de tram nodig, niet in het minst voor de veiligheid van voetgangers en fietsers. Vaak zie ik dat fietsers het openbaar vervoer als tegenstander zien, omwille van de tramsporen of omwille van het rijgedrag van sommige buschauffeurs. Opnieuw: een begrijpelijke reactie. Maar als we in Gent meer ruimte willen scheppen voor voetgangers en fietsers, dan speelt het openbaar vervoer daar een cruciale rol in. Onder meer door het circulatieplan maakten in Gent veel automobilisten de overstap van de auto naar de fiets. Maar dat is niet voor iedereen een oplossing. Daarom hebben we een fijnmazig en stipt openbaar vervoer nodig, zodat nog meer mensen de auto laten staan. Zo komt er opnieuw ruimte vrij, opnieuw in het voordeel van voetgangers en fietsers.

Gentse fietsers hebben trams nodig, en meer ambitie van De Lijn.

Meer reizigers op tram en bus vraagt om meer capaciteit. Op snelle en betrouwbare lijnen kunnen we dat enkel realiseren met trams. Trams hebben een capaciteit en een comfort dat trambussen nooit kunnen evenaren. De gemiddelde trambus heeft een derde van de capaciteit van een Albatrostram. Op de drukste tramlijnen in Gent rijdt om de zes minuten een tram. Dan maar een trambus om de 2 minuten? Dat valt gewoon niet te organiseren (zelfs niet als De Lijn morgen wél genoeg werkingsmiddelen zou krijgen). Bovendien is de trambus door zijn veel kortere levensduur op de lange termijn duurder dan een tram. Er zijn ook nog twijfels over wendbaarheid en comfort.

Driekwart ongevallen

De oproep om trams weg te halen is nog om een andere reden een vreemde zaak. Als een kwart van de Gentse fietsongevallen te wijten is aan tramsporen, waar is de andere driekwart dan aan te wijten? Ik vrees dat ik het antwoord ken. Scherp gesteld: meer trams betekenen minder auto's en dus minder ongevallen. Voor de Gentse wandel- en fietsveiligheid hebben we dus net meer trams nodig. En dan is het verbazingwekkend dat De Lijn op alle mogelijke manieren afwezig blijft in dit debat. De ongevallen op de tramsporen halen het draagvlak voor de tram en voor nieuwe tramprojecten onderuit. Dan mogen we toch verwachten dat De Lijn het heel offensief opneemt voor de tram. Maar de zware besparingsoperaties van de vorige legislaturen hebben De Lijn zeer kwetsbaar en onzeker gemaakt. Het lijkt er soms op dat De Lijn zelf niet meer gelooft in het openbaar vervoer. Dat is de ware erfenis van de vorige ministers van Mobiliteit.

Die afwezige, onzekere houding van De Lijn dringt ook door in de bedrijfsvoering. Ik ben ervan overtuigd dat de onveiligheid op de tramsporen kan worden aangepakt. In andere landen zijn er tests en experimenten met systemen om tramsporen veilig te maken zoals soepele vulrubbers. Hier gebeurt dat niet. Wij beroepen er ons toch op een innovatieve regio te zijn? De Lijn zou dat onderzoek moeten aanzwengelen maar berust in de vaststelling dat het niet gemakkelijk is.

In Gent heeft De Lijn het wegdek tussen en naast de tramsporen allang opgegeven.

Zelfde vaststelling als het gaat over het wegdek tussen en naast de sporen. Als een eigen bedding voor de tram niet mogelijk is en de sporen worden aangelegd waar ook fietsers rijden, dan zou dat wegdek tussen en langs de sporen piekfijn in orde moeten zijn. In Gent is de situatie bijna overal omgekeerd, met putten, weggezakte kasseien en afbrokkelend asfalt. Dat maakt het gevaarlijk voor voetgangers en fietsers. In Gent heeft De Lijn het wegdek tussen en naast de tramsporen allang opgegeven. Wie gaat winkelen in de Veldstraat kan het met eigen ogen zien.

De Lijn zou signalisatie kunnen aanbrengen die fietsers helpt. Of een screening doen van de ruimte naast het spoor om comfortabel en veilig fietsen te garanderen. Maar dat gebeurt niet (meer). De Vlaamse Regering heeft in de vorige legislaturen zo zwaar bespaard bij De Lijn dat zelfs basisactiviteiten niet meer kunnen worden uitgevoerd.

Mijn indruk is dat de huidige Vlaamse Minister van Mobiliteit en de nieuwe topvrouw van De Lijn wel geloven in het potentieel van De Lijn. Ze hebben een zware taak om De Lijn weer op de sporen (jawel!) te zetten. Want wat de Gentse fietsers en voetgangers vooral nodig hebben, is de ondubbelzinnige ambitie van de Vlaamse Regering om te zorgen voor performant openbaar vervoer.

Filip Watteeuw is Schepen van Mobiliteit, Publieke Ruimte en Stedenbouw in Gent.

'Weg met de tramsporen' klonk het vanuit verschillende hoeken na een tragisch ongeval waarbij een Gentse fietser uitgleed over de tramsporen, zwaar ten val kwam en overleed. Als fervent fietser en schepen van Mobiliteit begrijp ik die kreet. Net zoals honderden Gentenaars maakte ik zelf ook al kennis met het wegdek nadat ik met de fiets vastraakte in de tramsporen. Maar de trams vervangen door de spoorloze trambussen, zoals velen willen is een slecht idee.Gent heeft de tram nodig, niet in het minst voor de veiligheid van voetgangers en fietsers. Vaak zie ik dat fietsers het openbaar vervoer als tegenstander zien, omwille van de tramsporen of omwille van het rijgedrag van sommige buschauffeurs. Opnieuw: een begrijpelijke reactie. Maar als we in Gent meer ruimte willen scheppen voor voetgangers en fietsers, dan speelt het openbaar vervoer daar een cruciale rol in. Onder meer door het circulatieplan maakten in Gent veel automobilisten de overstap van de auto naar de fiets. Maar dat is niet voor iedereen een oplossing. Daarom hebben we een fijnmazig en stipt openbaar vervoer nodig, zodat nog meer mensen de auto laten staan. Zo komt er opnieuw ruimte vrij, opnieuw in het voordeel van voetgangers en fietsers. Meer reizigers op tram en bus vraagt om meer capaciteit. Op snelle en betrouwbare lijnen kunnen we dat enkel realiseren met trams. Trams hebben een capaciteit en een comfort dat trambussen nooit kunnen evenaren. De gemiddelde trambus heeft een derde van de capaciteit van een Albatrostram. Op de drukste tramlijnen in Gent rijdt om de zes minuten een tram. Dan maar een trambus om de 2 minuten? Dat valt gewoon niet te organiseren (zelfs niet als De Lijn morgen wél genoeg werkingsmiddelen zou krijgen). Bovendien is de trambus door zijn veel kortere levensduur op de lange termijn duurder dan een tram. Er zijn ook nog twijfels over wendbaarheid en comfort. De oproep om trams weg te halen is nog om een andere reden een vreemde zaak. Als een kwart van de Gentse fietsongevallen te wijten is aan tramsporen, waar is de andere driekwart dan aan te wijten? Ik vrees dat ik het antwoord ken. Scherp gesteld: meer trams betekenen minder auto's en dus minder ongevallen. Voor de Gentse wandel- en fietsveiligheid hebben we dus net meer trams nodig. En dan is het verbazingwekkend dat De Lijn op alle mogelijke manieren afwezig blijft in dit debat. De ongevallen op de tramsporen halen het draagvlak voor de tram en voor nieuwe tramprojecten onderuit. Dan mogen we toch verwachten dat De Lijn het heel offensief opneemt voor de tram. Maar de zware besparingsoperaties van de vorige legislaturen hebben De Lijn zeer kwetsbaar en onzeker gemaakt. Het lijkt er soms op dat De Lijn zelf niet meer gelooft in het openbaar vervoer. Dat is de ware erfenis van de vorige ministers van Mobiliteit. Die afwezige, onzekere houding van De Lijn dringt ook door in de bedrijfsvoering. Ik ben ervan overtuigd dat de onveiligheid op de tramsporen kan worden aangepakt. In andere landen zijn er tests en experimenten met systemen om tramsporen veilig te maken zoals soepele vulrubbers. Hier gebeurt dat niet. Wij beroepen er ons toch op een innovatieve regio te zijn? De Lijn zou dat onderzoek moeten aanzwengelen maar berust in de vaststelling dat het niet gemakkelijk is.Zelfde vaststelling als het gaat over het wegdek tussen en naast de sporen. Als een eigen bedding voor de tram niet mogelijk is en de sporen worden aangelegd waar ook fietsers rijden, dan zou dat wegdek tussen en langs de sporen piekfijn in orde moeten zijn. In Gent is de situatie bijna overal omgekeerd, met putten, weggezakte kasseien en afbrokkelend asfalt. Dat maakt het gevaarlijk voor voetgangers en fietsers. In Gent heeft De Lijn het wegdek tussen en naast de tramsporen allang opgegeven. Wie gaat winkelen in de Veldstraat kan het met eigen ogen zien. De Lijn zou signalisatie kunnen aanbrengen die fietsers helpt. Of een screening doen van de ruimte naast het spoor om comfortabel en veilig fietsen te garanderen. Maar dat gebeurt niet (meer). De Vlaamse Regering heeft in de vorige legislaturen zo zwaar bespaard bij De Lijn dat zelfs basisactiviteiten niet meer kunnen worden uitgevoerd. Mijn indruk is dat de huidige Vlaamse Minister van Mobiliteit en de nieuwe topvrouw van De Lijn wel geloven in het potentieel van De Lijn. Ze hebben een zware taak om De Lijn weer op de sporen (jawel!) te zetten. Want wat de Gentse fietsers en voetgangers vooral nodig hebben, is de ondubbelzinnige ambitie van de Vlaamse Regering om te zorgen voor performant openbaar vervoer. Filip Watteeuw is Schepen van Mobiliteit, Publieke Ruimte en Stedenbouw in Gent.