Dat is een toename met 15 procent in vergelijking met twee jaar geleden. Een en ander blijkt uit een bevraging van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) bij haar leden.

De signalen van polarisering die de gemeenten krijgen zijn erg divers, zegt de VVSG. De meest zichtbare vorm evenwel draait rond etnisch-culturele verschillen, vaak op basis van nationaliteit. Ongeveer een op de drie gemeenten benoemt dit als het grootste spanningsveld in de gemeente. Radicalisering gesteund op een islamistische ideologie blijft voor de meeste gemeenten de grootste bezorgdheid, met daar tegenover de aanwezigheid van anti-islam en extreemrechtse groeperingen.

Wij-zij gevoel

'Dat uitgesproken wij-zij gevoel vinden we terug in zowel centrumsteden als landelijke gemeenten', zegt Wim Dries, voorzitter van de VVSG. Zo kan bijvoorbeeld de komst van een nieuw asielcentrum een bron van spanning zijn. Maar ook de huidige pandemie verdeelt groepen in de samenleving sterker op diverse vlakken.`

Lokale besturen die signalen opvangen, doen dat hoofdzakelijk via sociale media (80 procent). Het lijkt het kanaal bij uitstek om te ventileren, frustraties te uiten en in sommige gevallen over te gaan tot bedreigingen en het aanzetten tot haat, zegt de VVSG. 'De toon wordt harder (...) De aanpak van haatspraak wordt een grote uitdaging de komende jaren.'

Samenleving evolueert niet op een goede manier

De meeste gemeenten antwoorden op signalen van radicalisering met hun dagdagelijks (sociale) beleid. Sinds 2018 moet iedere gemeente een lokale integrale veiligheidscel (LIVC-R) hebben, een lokale overlegstructuur met de lokale politie, de gemeente en sociale actoren. Toch blijft het LIVC-R in een groot deel van de gemeenten beperkt tot een politioneel-bestuurlijk overleg en blijven te veel sociale partners weg, zegt de VVSG.

Bij alle overheden en instanties moet het dringende besef en de bereidheid aanwezig zijn om dit probleem aan te pakken, stelt de VVSG. 'Onze samenleving evolueert niet op een goede manier. Lokaal staat men dicht bij de mensen en ziet men dit het eerst en van zeer dichtbij. Een zeker urgentiebesef moet nu ook aanwezig zijn bij beleidsmakers en partners zodat we het tij kunnen keren.'

Dat is een toename met 15 procent in vergelijking met twee jaar geleden. Een en ander blijkt uit een bevraging van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) bij haar leden.De signalen van polarisering die de gemeenten krijgen zijn erg divers, zegt de VVSG. De meest zichtbare vorm evenwel draait rond etnisch-culturele verschillen, vaak op basis van nationaliteit. Ongeveer een op de drie gemeenten benoemt dit als het grootste spanningsveld in de gemeente. Radicalisering gesteund op een islamistische ideologie blijft voor de meeste gemeenten de grootste bezorgdheid, met daar tegenover de aanwezigheid van anti-islam en extreemrechtse groeperingen.'Dat uitgesproken wij-zij gevoel vinden we terug in zowel centrumsteden als landelijke gemeenten', zegt Wim Dries, voorzitter van de VVSG. Zo kan bijvoorbeeld de komst van een nieuw asielcentrum een bron van spanning zijn. Maar ook de huidige pandemie verdeelt groepen in de samenleving sterker op diverse vlakken.` Lokale besturen die signalen opvangen, doen dat hoofdzakelijk via sociale media (80 procent). Het lijkt het kanaal bij uitstek om te ventileren, frustraties te uiten en in sommige gevallen over te gaan tot bedreigingen en het aanzetten tot haat, zegt de VVSG. 'De toon wordt harder (...) De aanpak van haatspraak wordt een grote uitdaging de komende jaren.'De meeste gemeenten antwoorden op signalen van radicalisering met hun dagdagelijks (sociale) beleid. Sinds 2018 moet iedere gemeente een lokale integrale veiligheidscel (LIVC-R) hebben, een lokale overlegstructuur met de lokale politie, de gemeente en sociale actoren. Toch blijft het LIVC-R in een groot deel van de gemeenten beperkt tot een politioneel-bestuurlijk overleg en blijven te veel sociale partners weg, zegt de VVSG. Bij alle overheden en instanties moet het dringende besef en de bereidheid aanwezig zijn om dit probleem aan te pakken, stelt de VVSG. 'Onze samenleving evolueert niet op een goede manier. Lokaal staat men dicht bij de mensen en ziet men dit het eerst en van zeer dichtbij. Een zeker urgentiebesef moet nu ook aanwezig zijn bij beleidsmakers en partners zodat we het tij kunnen keren.'