'There's no such thing as a free lunch' is een oneliner die ook in coronatijden zijn diensten bewijst. Midden negentiende eeuw lokte de Amerikaanse horeca volk met een 'gratis lunch' voor wie drank bestelde. Uiteindelijk bleek de prijs van het eten in de drankrekening verrekend. Over de batterij aan economische steunmaatregelen hoor je vandaag hetzelfde zeggen. Je kunt geen economische analyse van de coronacrisis meer lezen zonder dat je vroeg of laat op een 'free lunch' stoot. Of beter: het gebrek eraan. Voor niets gaat de zon op.
...

'There's no such thing as a free lunch' is een oneliner die ook in coronatijden zijn diensten bewijst. Midden negentiende eeuw lokte de Amerikaanse horeca volk met een 'gratis lunch' voor wie drank bestelde. Uiteindelijk bleek de prijs van het eten in de drankrekening verrekend. Over de batterij aan economische steunmaatregelen hoor je vandaag hetzelfde zeggen. Je kunt geen economische analyse van de coronacrisis meer lezen zonder dat je vroeg of laat op een 'free lunch' stoot. Of beter: het gebrek eraan. Voor niets gaat de zon op. De laatste maanden hebben we schuldenbergen opgebouwd die werkelijk onvoorstelbaar zijn. Dat het bbp in het tweede kwartaal met 12,2 procent terugviel, dat valt nog te bevatten. Dat ons begrotingstekort drie keer groter was dan het Europese gemiddelde roept al meer prangende vragen op - waarom kost alles bij ons altijd meer? Maar wie kan zich ook maar bij benadering een beeld vormen van de 750 miljard euro van het eerste steunprogramma van de Europese Centrale Bank, dat er kwam na een videoconferentie met voorzitter Christine Lagarde aan haar keukentafel? En waarom maken we ons daar veel minder zorgen over dan over, pakweg, mondmaskers in de openlucht? Geld drukken en alles is opgelost, zeggen politici en economen. Is het zo simpel? In een recente column voor VoxEU, een onlineplatform voor economen, moest zelfs Paul De Grauwe toegeven dat de massale coronasteun voor bedrijven en werknemers niet zonder gevolgen zou blijven. Nee, schreef de econoom van de London School of Economics, 'er is geen free lunch', maar het is een pak minder erg dan anderen beweren. Het vers gedrukte geld zal wel leiden tot inflatie, en dus stijgende prijzen, maar minder spectaculair dan algemeen wordt verwacht. Vorige week herhaalde hij zijn boodschap nog eens in Het Nieuwsblad: de overheid moet massaal geld in de economie blijven pompen. Dat hoeft niet in een ramp te eindigen, want 'er is geld met hopen'. De Grauwe, de sfeerbeheerder van de Belgische economie, blijft op hetzelfde spijkertje kloppen: de situatie is zeer ernstig, maar het komt goed. Hij staat daarin niet alleen. In de veelbesproken paper Economisch beleid in tijden van corona, geschreven door onder meer de Gentse econoom Gert Peersman, staat ongeveer dezelfde boodschap: nee, ook daar is er 'geen free lunch', maar als de rente lager blijft dan de economische groei plus inflatie, zal de opgebouwde schuld de komende jaren, of in het slechtste geval decennia, langzaam wegsmelten. Maar er zijn vragen. In een doorwrocht stuk stelde The Economist twee weken geleden ook scherp op de 'fiscal stimulus', het soort beleid dat De Grauwe en Peersman verdedigen. Die overheidsinvesteringen (en lastenverlagingen) impliceren wel, volgens het Britse blad, dat de rente laag moet blijven, onder meer omdat de centrale banken rente betalen op de reserves die banken bij hen plaatsen. Meer geld betekent meer reserves, en dus meer rentebetalingen. De Grauwe is in VoxEU heel duidelijk op dat punt: die rentebetalingen van de centrale bank op de bankreserves moeten gewoon afgeschaft worden. Maar welke politicus zal dat van de banken durven afpakken? En het blad had ook minder technische vragen: waar zal de overheid in de komende jaren geld vinden voor de vergrijzing en de klimaatuitdagingen? Nóg meer schulden maken? De belangrijkste vraag is meteen ook de meest politieke: zal de buslading vers geld de kloof tussen arm en rijk doen afnemen, of juist doen toenemen? Massaal extra geld in de economie pompen verkleint de kloof volgens sommige economen. Maar wordt dat vers geld wel evenredig verdeeld? Anderen benadrukken dat de extra schuld ooit moet worden terugbetaald en dat rijke mensen daarvan zullen profiteren: armen hebben doorgaans minder schuldpapier dan rijken. De consensus onder economen is, zoals gewoonlijk, ver te zoeken. Nu de politiek, van klassiek links over Bart De Wever tot zelfs Donald Trump, minstens lippendienst bewijst aan het idee dat meer herverdeling gewenst is, zouden we dringend zicht moeten krijgen op hoe het vers gedrukte geld de verhoudingen tussen rijk en arm regelt. Het heeft er alle schijn van dat een antwoord op die vraag belangrijker is dan de finesses van het mondkapjesgebod in parken en bossen. Het succes van de voedselbanken toont aan dat een gratis lunch voor een groeiend aantal landgenoten meer dan welkom is.