Geens was bevoegd voor Justitie en was als vicepremier na de afkondiging van de zogenaamde federale fase meer betrokken bij het beheer van de coronacrisis. Volgens hem was de "sense of urgency" wel degelijk aanwezig binnen de regering. Daarbij gaf hij een opsomming van de opeenvolgende vergaderingen en maatregelen die in de maanden februari, maart en april vorig jaar plaatsvonden. "Er is toen een sanitaire en logistieke operatie gestart die niet is gestopt." Hij verdedigde ook de keuze om de internationale markt op te gaan om textielen mondmaskers voor elke Belg te verzekeren. In die periode was het duidelijk geworden dat mondmaskers een rol zouden spelen in de exit-strategie. Er waren gesprekken geweest met modefederatie Creamoda om daarvoor een beroep te doen op Belgische productie. Maar het was volgens Geens duidelijk dat die er niet zou in slagen op korte termijn zo veel maskers te leveren. Textielen maskers moeten immers manueel worden gemaakt. De mondmaskersaga bracht Kamerlid Geens, die overigens van verschillende partijen lof kreeg voor zijn gedetailleerde en empathische getuigenis, tot het luik intelligent stockbeheer. Hij brak er een lans voor dat de productie van bepaald materiaal absoluut in Europa moet gebeuren, "én alleen in Europa. We moeten de knowhow in Europa in eigen handen houden." Het kan misschien interessant zijn dat een bepaald product bijvoorbeeld heen en weer tussen landen moet worden getransporteerd, bijvoorbeeld via het Suezkanaal, maar in tijden van crisis kan dat ernstige gevolgen hebben, legde Geens uit. Alles alleen in België willen produceren, is volgens hem niet haalbaar. Het leidde hem ook tot de conclusie dat lidstaten alleen zo'n crisis niet kunnen oplossen. "De kwaal is grensoverschrijdend, de remedie is ook grensoverschrijdend." Daarbij kijkt hij dus richting Europa. "Europa is ons niveau van nationale productie en ons niveau van oplossing." Afhankelijk zijn van China, de Verenigde Staten of Rusland voor strategische producten is "te vermijden". "Een pandemie moet veel meer op Europees niveau worden aangepakt." Daarbij moet volgens Geens ook meer naar regio's worden gekeken. "Wat heeft Hamburg met München te maken? Heeft Roubaix meer te maken met Nice dan met Moeskroen?" Al toonde Geens zich niet bijster optimistisch, want na een crisis wordt al te vaak overgegaan tot de orde van de dag. Hij trok daarbij de parallel met de eerdere bankencrisis en terreurcrisis. Die werden volgens hem niet goed opgelost, want ze werden gevolgd door respectievelijk een schulden- en migratiecrisis. Net als toen was Europa bij het begin van de coronacrisis niet bevoegd. "Nu moet onze grootste zorg zijn dat er geen tweede crisis volgt, want dat zal pijn doen." De CDV'er stond ook stil bij de gigantische hoeveelheid geld dat elk jaar naar het domein van de brede zorg stroomt, maar dat de overheden ondertussen "dun bemenst" zijn. "Er zitten veel bekwame mensen binnen Volksgezondheid, maar in vergelijking met het geld dat België investeert in die sectoren, zijn ze met te weinig op centraal niveau." Bij de bankencrisis kon Geens een beroep doen op de Nationale Bank, tijdens de terrocrisis was dat het federaal parket. "Denk na over de vraag of we de administratie niet terug moeten gaan versterken", luidde het. (Belga)

Geens was bevoegd voor Justitie en was als vicepremier na de afkondiging van de zogenaamde federale fase meer betrokken bij het beheer van de coronacrisis. Volgens hem was de "sense of urgency" wel degelijk aanwezig binnen de regering. Daarbij gaf hij een opsomming van de opeenvolgende vergaderingen en maatregelen die in de maanden februari, maart en april vorig jaar plaatsvonden. "Er is toen een sanitaire en logistieke operatie gestart die niet is gestopt." Hij verdedigde ook de keuze om de internationale markt op te gaan om textielen mondmaskers voor elke Belg te verzekeren. In die periode was het duidelijk geworden dat mondmaskers een rol zouden spelen in de exit-strategie. Er waren gesprekken geweest met modefederatie Creamoda om daarvoor een beroep te doen op Belgische productie. Maar het was volgens Geens duidelijk dat die er niet zou in slagen op korte termijn zo veel maskers te leveren. Textielen maskers moeten immers manueel worden gemaakt. De mondmaskersaga bracht Kamerlid Geens, die overigens van verschillende partijen lof kreeg voor zijn gedetailleerde en empathische getuigenis, tot het luik intelligent stockbeheer. Hij brak er een lans voor dat de productie van bepaald materiaal absoluut in Europa moet gebeuren, "én alleen in Europa. We moeten de knowhow in Europa in eigen handen houden." Het kan misschien interessant zijn dat een bepaald product bijvoorbeeld heen en weer tussen landen moet worden getransporteerd, bijvoorbeeld via het Suezkanaal, maar in tijden van crisis kan dat ernstige gevolgen hebben, legde Geens uit. Alles alleen in België willen produceren, is volgens hem niet haalbaar. Het leidde hem ook tot de conclusie dat lidstaten alleen zo'n crisis niet kunnen oplossen. "De kwaal is grensoverschrijdend, de remedie is ook grensoverschrijdend." Daarbij kijkt hij dus richting Europa. "Europa is ons niveau van nationale productie en ons niveau van oplossing." Afhankelijk zijn van China, de Verenigde Staten of Rusland voor strategische producten is "te vermijden". "Een pandemie moet veel meer op Europees niveau worden aangepakt." Daarbij moet volgens Geens ook meer naar regio's worden gekeken. "Wat heeft Hamburg met München te maken? Heeft Roubaix meer te maken met Nice dan met Moeskroen?" Al toonde Geens zich niet bijster optimistisch, want na een crisis wordt al te vaak overgegaan tot de orde van de dag. Hij trok daarbij de parallel met de eerdere bankencrisis en terreurcrisis. Die werden volgens hem niet goed opgelost, want ze werden gevolgd door respectievelijk een schulden- en migratiecrisis. Net als toen was Europa bij het begin van de coronacrisis niet bevoegd. "Nu moet onze grootste zorg zijn dat er geen tweede crisis volgt, want dat zal pijn doen." De CDV'er stond ook stil bij de gigantische hoeveelheid geld dat elk jaar naar het domein van de brede zorg stroomt, maar dat de overheden ondertussen "dun bemenst" zijn. "Er zitten veel bekwame mensen binnen Volksgezondheid, maar in vergelijking met het geld dat België investeert in die sectoren, zijn ze met te weinig op centraal niveau." Bij de bankencrisis kon Geens een beroep doen op de Nationale Bank, tijdens de terrocrisis was dat het federaal parket. "Denk na over de vraag of we de administratie niet terug moeten gaan versterken", luidde het. (Belga)