De hele zomer door zal de Vrijdaggroep reflecteren over onze drang naar een "risicoloze samenleving". De vraag hoe om te gaan met risico's stond evident centraal in de hele discussie rond de covid-19 pandemie maar raakt, op een dieper niveau, aan alle aspecten van ons leven en onze samenleving. Onze antwoorden op deze vragen zullen dan ook een bepalende impact hebben op de wereld van morgen.

Op welke leeftijd mochten jullie buiten spelen zonder toezicht van een volwassene? En jullie kinderen, op welke leeftijd hebben zij hetzelfde kunnen doen? Volgens een studie uit 2020 ligt de leeftijd waarop Britse kinderen alleen buiten mogen spelen twee jaar hoger dan die waarop hun ouders dat mochten. De reden daarvoor is de huidige ouderlijke wens om, kost wat kost, hun kroost te beschermen tegen elke vorm van gevaar. Een equivalente studie bestaat niet voor België maar ook in ons land lijkt het erop dat kinderen steeds meer risicoavers worden opgevoed. Uit de World Risk Poll blijkt dat Belgen, in het algemeen, ook erg ongerust zijn: 42 procent van de Belgische respondenten, bevraagd net voor de uitbraak van pandemie, denkt dat ze over 5 jaar minder veilig zullen zijn. Dat maakt Belgen ongeruster dan hun Franse, Duitse, Nederlandse, Luxemburgse en zelfs Britse buren.

Nochtans wordt de Belgische samenleving steeds veiliger. Zo is in de afgelopen eeuw de armoede afgenomen, de criminaliteit gedaald en het risico op ongevallen verminderd. Het is deze paradox - een afname van de reële risico's maar tegelijkertijd een toename van de risicoperceptie - die de socioloog Ulrich Beck ertoe bracht het einde van de 20ste eeuw een 'reflexieve moderniteit' te noemen.

In dit nieuwe tijdperk is de aard van de risico's die de mens loopt, namelijk veranderd. Daar waar men vroeger dreigde opgegeten te worden door wilde dieren, lijkt de mens zelf de bron te zijn van de hedendaagse gevaren.

Vanuit een individueel oogpunt lijkt een slechte 'levensstijl' de belangrijkste doodsoorzaak te zijn. Vanuit collectief oogpunt moet de mens het hoofd bieden aan de gevaren die voortvloeien uit de schade die hij aan zijn omgeving toebrengt. Zelfs de huidige pandemie kan in optiek gelinkt worden aan menselijke activiteiten die de habitatten van andere species terugdringen.

Leven, het grootste risico

Als de mens de oorzaak is van vele gevaren, is de verleiding groot om deze risico's absoluut te willen beheersen. Hedendaagse instellingen worden steeds meer gevraagd om te doen aan een zekere mate van risicobeheer en ons te beschermen. Het min of meer uitgesproken doel is om ons zo lang mogelijk in leven te houden.

Tot op zekere hoogte zijn deze inspanningen succesvol geweest, gezien de bliksemsnelle stijging van de levensverwachting van de Belgische bevolking. Het leven blijft echter een 'ziekte waaraan we uiteindelijk allemaal sterven', zoals Paul Morand ooit zei. Onsterfelijkheid is ongrijpbaar en 'geen risico' bestaat niet.

Geen risico bestaat niet, dus is de vraag: wat willen we?

Dus wat willen we? Zijn wij in staat de risico's die moeten worden vermeden te identificeren en onder woorden te brengen? Willen wij die risico's verminderen, met het gevaar dat wij onze fundamentele vrijheden moeten opgeven? In hoeverre zijn wij in staat om met onzekerheid te leven? Hoe gaan wij om met de kwestie van de verantwoordelijkheid voor deze risico's, vooral als wij de oorzaken ervan niet kunnen wegnemen? Tot slot, hoe kunnen wij als democratische samenleving over deze kwesties beraadslagen?

Het snelgroeiende gebied van de risicoanalyse heeft deze vragen de afgelopen decennia benaderd door een gedepolitiseerde lens, gericht op individueel gedrag. De voorgestelde remedies zijn voornamelijk van psychologische aard: 'duwtjes' die ons helpen om redelijke beslissingen te nemen, 'ondanks onszelf'. Maar afgezien van dit individuele standpunt blijft de vraag hoe een maatschappelijke en politieke consensus tot stand kan worden gebracht over deze moderne risico's en de gevolgen van de beperking ervan in termen van middelen en individuele vrijheden.

Dit is des te belangrijker omdat die risico's het begrip 'verantwoordelijk zijn' in een ander perspectief plaatsen. Wat betekent falen dan? Is dat iets waarover we ons schuldig moeten voelen of waaruit we kunnen leren? En wat zijn de gevolgen dan voor de veiligheid, maar ook de vrijheid, van anderen? Deze vragen hebben een enorme impact op ons idee van vooruitgang en perfectie. Zo zijn er tal van beroemde ondernemers die hun succes toeschrijven aan de leerschool die gepaard ging met eerdere mislukkingen. Omgekeerd komt het zelden voor dat een politicus zijn succes toeschrijft aan een eerder politiek falen.

Tenslotte kan de depolitisering van het gebied van de risicoanalyse, waarbij de nadruk ligt op het individu en wetenschappelijke methoden, buiten elke politieke, sociologische of antropologische context, ons er ook van weerhouden de politisering van de angst werkelijk te begrijpen. Wie profiteert van onze angsten en verontwaardiging?

Voor een kind is buiten spelen met anderen, zonder toezicht van een volwassene, een echte leerschool in het samenleven, in het samenwerken en in het oplossen van conflicten zonder een beroep te doen op een externe autoriteit. Dergelijke leerschool gaat noodzakelijkerwijs gepaard met het nemen van risico's. In dit nieuwe, moderne tijdperk waarin wij leven, is het dan ook noodzakelijk de spelregels te herbekijken, deze nieuwe risico's te begrijpen, ons collectieve tolerantieniveau te bepalen, alsook de impact in te schatten van de drang naar risicobeperking op onze fundamentele vrijheden. Al was het maar om ons af te vragen op welke leeftijd kinderen zonder toezicht buiten mogen spelen.

Op welke leeftijd mochten jullie buiten spelen zonder toezicht van een volwassene? En jullie kinderen, op welke leeftijd hebben zij hetzelfde kunnen doen? Volgens een studie uit 2020 ligt de leeftijd waarop Britse kinderen alleen buiten mogen spelen twee jaar hoger dan die waarop hun ouders dat mochten. De reden daarvoor is de huidige ouderlijke wens om, kost wat kost, hun kroost te beschermen tegen elke vorm van gevaar. Een equivalente studie bestaat niet voor België maar ook in ons land lijkt het erop dat kinderen steeds meer risicoavers worden opgevoed. Uit de World Risk Poll blijkt dat Belgen, in het algemeen, ook erg ongerust zijn: 42 procent van de Belgische respondenten, bevraagd net voor de uitbraak van pandemie, denkt dat ze over 5 jaar minder veilig zullen zijn. Dat maakt Belgen ongeruster dan hun Franse, Duitse, Nederlandse, Luxemburgse en zelfs Britse buren.Nochtans wordt de Belgische samenleving steeds veiliger. Zo is in de afgelopen eeuw de armoede afgenomen, de criminaliteit gedaald en het risico op ongevallen verminderd. Het is deze paradox - een afname van de reële risico's maar tegelijkertijd een toename van de risicoperceptie - die de socioloog Ulrich Beck ertoe bracht het einde van de 20ste eeuw een 'reflexieve moderniteit' te noemen. In dit nieuwe tijdperk is de aard van de risico's die de mens loopt, namelijk veranderd. Daar waar men vroeger dreigde opgegeten te worden door wilde dieren, lijkt de mens zelf de bron te zijn van de hedendaagse gevaren. Vanuit een individueel oogpunt lijkt een slechte 'levensstijl' de belangrijkste doodsoorzaak te zijn. Vanuit collectief oogpunt moet de mens het hoofd bieden aan de gevaren die voortvloeien uit de schade die hij aan zijn omgeving toebrengt. Zelfs de huidige pandemie kan in optiek gelinkt worden aan menselijke activiteiten die de habitatten van andere species terugdringen. Als de mens de oorzaak is van vele gevaren, is de verleiding groot om deze risico's absoluut te willen beheersen. Hedendaagse instellingen worden steeds meer gevraagd om te doen aan een zekere mate van risicobeheer en ons te beschermen. Het min of meer uitgesproken doel is om ons zo lang mogelijk in leven te houden. Tot op zekere hoogte zijn deze inspanningen succesvol geweest, gezien de bliksemsnelle stijging van de levensverwachting van de Belgische bevolking. Het leven blijft echter een 'ziekte waaraan we uiteindelijk allemaal sterven', zoals Paul Morand ooit zei. Onsterfelijkheid is ongrijpbaar en 'geen risico' bestaat niet. Dus wat willen we? Zijn wij in staat de risico's die moeten worden vermeden te identificeren en onder woorden te brengen? Willen wij die risico's verminderen, met het gevaar dat wij onze fundamentele vrijheden moeten opgeven? In hoeverre zijn wij in staat om met onzekerheid te leven? Hoe gaan wij om met de kwestie van de verantwoordelijkheid voor deze risico's, vooral als wij de oorzaken ervan niet kunnen wegnemen? Tot slot, hoe kunnen wij als democratische samenleving over deze kwesties beraadslagen? Het snelgroeiende gebied van de risicoanalyse heeft deze vragen de afgelopen decennia benaderd door een gedepolitiseerde lens, gericht op individueel gedrag. De voorgestelde remedies zijn voornamelijk van psychologische aard: 'duwtjes' die ons helpen om redelijke beslissingen te nemen, 'ondanks onszelf'. Maar afgezien van dit individuele standpunt blijft de vraag hoe een maatschappelijke en politieke consensus tot stand kan worden gebracht over deze moderne risico's en de gevolgen van de beperking ervan in termen van middelen en individuele vrijheden.Dit is des te belangrijker omdat die risico's het begrip 'verantwoordelijk zijn' in een ander perspectief plaatsen. Wat betekent falen dan? Is dat iets waarover we ons schuldig moeten voelen of waaruit we kunnen leren? En wat zijn de gevolgen dan voor de veiligheid, maar ook de vrijheid, van anderen? Deze vragen hebben een enorme impact op ons idee van vooruitgang en perfectie. Zo zijn er tal van beroemde ondernemers die hun succes toeschrijven aan de leerschool die gepaard ging met eerdere mislukkingen. Omgekeerd komt het zelden voor dat een politicus zijn succes toeschrijft aan een eerder politiek falen. Tenslotte kan de depolitisering van het gebied van de risicoanalyse, waarbij de nadruk ligt op het individu en wetenschappelijke methoden, buiten elke politieke, sociologische of antropologische context, ons er ook van weerhouden de politisering van de angst werkelijk te begrijpen. Wie profiteert van onze angsten en verontwaardiging? Voor een kind is buiten spelen met anderen, zonder toezicht van een volwassene, een echte leerschool in het samenleven, in het samenwerken en in het oplossen van conflicten zonder een beroep te doen op een externe autoriteit. Dergelijke leerschool gaat noodzakelijkerwijs gepaard met het nemen van risico's. In dit nieuwe, moderne tijdperk waarin wij leven, is het dan ook noodzakelijk de spelregels te herbekijken, deze nieuwe risico's te begrijpen, ons collectieve tolerantieniveau te bepalen, alsook de impact in te schatten van de drang naar risicobeperking op onze fundamentele vrijheden. Al was het maar om ons af te vragen op welke leeftijd kinderen zonder toezicht buiten mogen spelen.