Schoolbesturen bepalen mee de kwaliteit van onderwijs en zijn belangrijk voor het goed functioneren van scholen. Alleen heeft de overheid maar weinig zicht op de kenmerken, de werking en de beleidsvoering van die schoolbesturen. Plannen van de Vlaamse regering om het landschap van de schoolbesturen te hervormen, en met name een schaalvergroting te realiseren, haalden de eindstreep niet. Het Rekenhof nam nu de wereld van de schoolbesturen onder de loep. Het Rekenhof schreef 162 inrichtende machten (schoolbesturen) en 594 schooldirecties aan met vragen om zo zicht te krijgen op de kenmerken en de werking van de schoolbesturen in Vlaanderen. Uit de resultaten blijkt dat schoolbesturen gemiddeld 8 leden tellen, dat 44,4 procent van de bestuursleden bestuurservaring heeft, dat 35,5 procent onderwijservaring heeft en dat 32 procent van de bestuursleden vrouwelijk is. Opmerkelijk: 11 procent van de besturen telt geen enkel bestuurslid met onderwijservaring. Het Rekenof vroeg de besturen ook of ze voldoende expertise hadden op allerlei beleidsdomeinen. De drie beleidsdomeinen waar het vaakst expertise ontbreekt, zijn het zorg- en GOK-beleid (in 31 procent van de schoolbesturen), het pedagogisch beleid (21 procent) en het participatiebeleid (19 procent). Volgens het Rekenhof stelt de overheid zich eerder terughoudend op tegenover de schoolbesturen, maar kan de onderwijskwaliteit wel "bevorderd" worden door rekening te houden met een aantal aanbevelingen. Zo kan de overheid bijvoorbeeld schoolbesturen oproepen om in hun samenstelling "voldoende diversiteit inzake ervaring en competenties" te voorzien en om de samenwerking tussen besturen en directeuren voortdurend te evalueren en verbeteren. (Belga)