'Ik weiger mijn stem weg te geven aan die charlatans die hier met hun taarten komen leuren', fulmineerde rusthuisbewoonster Lutgart (85) in de aanloop naar de verkiezingen van mei vorig jaar. De charlatans naar wie ze verwees, waren plaatselijke partijmilitanten die in haar woonzorgcentrum volmachten kwamen ronselen bij bewoners die zelf niet meer konden of wilden gaan stemmen. Lutgart liet zich niet ringeloren, maar veel van haar generatiegenoten wel. Het is dus een heel goede zaak dat de Vlaamse regering in de marge van haar beslissing om de opkomstplicht bij gemeenteraadsverkiezingen af te schaffen ook maatregelen wil nemen om die onkiese praktijken aan banden te leggen.
...

'Ik weiger mijn stem weg te geven aan die charlatans die hier met hun taarten komen leuren', fulmineerde rusthuisbewoonster Lutgart (85) in de aanloop naar de verkiezingen van mei vorig jaar. De charlatans naar wie ze verwees, waren plaatselijke partijmilitanten die in haar woonzorgcentrum volmachten kwamen ronselen bij bewoners die zelf niet meer konden of wilden gaan stemmen. Lutgart liet zich niet ringeloren, maar veel van haar generatiegenoten wel. Het is dus een heel goede zaak dat de Vlaamse regering in de marge van haar beslissing om de opkomstplicht bij gemeenteraadsverkiezingen af te schaffen ook maatregelen wil nemen om die onkiese praktijken aan banden te leggen.Maar daarmee hebben rusthuisbewoners hun stemrecht nog niet terug. Het is immers niet omdat hun stem niet meer wordt misbruikt dat ze hem zelf kunnen uitbrengen. Natuurlijk zijn er mensen op leeftijd die niet langer wilsbekwaam zijn of totaal geen boodschap meer hebben aan verkiezingen. Maar de voorbije jaren heb ik ook heel wat tachtigers en negentigers ontmoet die ervan houden om hun stem te blijven uitbrengen. Daar hebben ze ook recht op, alleen kunnen sommigen dat heel moeilijk afdwingen. Dat komt in de eerste plaats doordat ze geen idee hebben hoe ze bij de stembus moeten geraken. Zelf kunnen ze niet meer autorijden, het openbaar vervoer is hen een te grote uitdaging, hun kinderen wonen niet in de buurt en een taxi is te duur. En wat als het stembureau zich op de eerste verdieping van een school bevindt of ze een uur moeten aanschuiven voor ze aan de beurt zijn? Het gevolg is dat gemiddeld amper 10 procent van de rusthuisbewoners gaat stemmen. Ook bij tachtigplussers die nog thuis wonen, zou de participatie ver onder het gemiddelde liggen.Wat ook niet helpt, is dat sommige huisartsen ongevraagd (al dan niet in samenspraak met de directie van een woonzorgcentrum) medische attesten uitdelen aan rusthuisbewoners en andere ouderen. Zelfs de dokter van Fons Verplaetse (90), ooit kabinetschef van premier Wilfried Martens en gouverneur van de Nationale Bank, maakte een paar weken voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 aanstalten om zo'n attest voor hem te schrijven. Zwaar beledigd stuurde Verplaetse die huisarts wandelen, maar veel van zijn leeftijdgenoten durven dat niet. Wordt de opkomstplicht straks afgeschaft, dan zal er zelfs geen zo'n document meer nodig zijn. Ongetwijfeld zullen er dan nóg meer ouderen thuisblijven op verkiezingsdag.Tenzij de Vlaamse overheid er iets aan doet. Vandaag al zijn er al woonzorgcentra die aangepast vervoer inzetten naar stembussen in de buurt of hun cafetaria op verkiezingsdag veranderen in een stembureau voor bewoners én kiezers uit de wijk. En dat blijkt te werken. In woonzorgcentrum De Vijvers in Gentbrugge, bijvoorbeeld, gaat liefst tweede derde van de bewoners stemmen sinds ze dat in eigen huis kunnen doen. Er zijn ook lokale besturen die dergelijke initiatieven opzetten. Maar als we écht willen dat iedereen die wil stemmen daar - ongeacht zijn geboortejaar - ook echt de kans toe krijgt, zal het marsorder uit Vlaanderen moeten komen. In de aanloop naar de vorige verkiezingen schreef ik daar al eens een opiniestuk over. Ik eindigde met de aankondiging dat ouderen die niet meer zelfstandig naar de stembus konden geraken me een seintje mochten geven. Op mijn oproep kwamen heel wat reacties van mensen die hetzelfde wilden doen. Twee van hen namen zelfs contact op met een woonzorgcentrum in de buurt met de vraag of er bewoners waren die een lift naar het kiesbureau nodig hadden. Allebei kregen ze nul op het rekest. Niemand wou gaan stemmen, beweerde de directie. En wilden sommigen het wel, dan zou dat alleen maar problemen met de verzekeringen opleveren. Zelf heb ik uiteindelijk twee dames op leeftijd die nog thuis woonden naar het stemhokje begeleid. Een van hen leunde tijdens het wachten zwaar op mijn arm. Een stoel stond er niet. Toen ze eindelijk aan de beurt was, zag ze er behoorlijk uitgeput uit. 'Maar mevrouwtje toch', zei de voorzitter van het stembureau. 'Waarom bent u hierheen gekomen? Op uw leeftijd hoeft dat toch helemaal niet meer?'