Het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) benadrukte al meermaals het gebrek aan onafhankelijk toezicht en controle in België. Bovendien merkte het CPT op dat er geen formele klachtenprocedure bestond voor gedetineerden en adviseerde het de Belgische overheid al in 1993 om een effectief beklagrecht voor gedetineerden te ontwikkelen. In de "Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden" van 12 januari 2005 werd zo'n wet wel voorzien, maar die was niet voldoende afgebakend, waardoor ze meer dan vijftien jaar een dode letter bleef. Maar vanaf 1 oktober komt het beklagrecht voor gedetineerden er eindelijk. Om de procedures in goede banen te leiden heeft de CTRG in elke gevangenis een speciale klachtencommissie opgericht, met telkens drie leden, waaronder één jurist. Die commissie gaat volledig onafhankelijk te werk in de behandeling en beoordeling van de klachten. Gedetineerden kunnen vanaf donderdag bij een klachtencommissie aankloppen als ze vinden dat een beslissing van de directeur hun rechten niet respecteert of niet redelijk is. Het gaat bijvoorbeeld om een tuchtsanctie, een fouille op het lichaam of het weigeren van bezoek. Binnen de zeven dagen na de beslissing moet de gedetineerde per post of mail een klachtenformulier bezorgen aan de klachtencommissie. Die zal dan eventueel bemiddeling voorstellen met de directeur of een hoorzitting houden waarop de gedetineerde zijn verhaal doet. Binnen de twee weken na de klacht zal de klachtencommissie een beslissing nemen. Als de klacht gegrond wordt verklaard, kan de beslissing van de directeur vernietigd of herzien worden. Ook de gevolgen van de betrokken beslissing worden nietig verklaard. Als die niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, komt er een tegemoetkoming voor de gedetineerde, zoals een extra wandeling. Als de klacht van de gedetineerde ongegrond of onontvankelijk verklaard wordt, blijft de beslissing van de directeur behouden. Als de gevangene niet akkoord is met de beslissing van de klachtencommissie, kan hij daartegen in beroep gaan. Daarvoor is een Nederlandstalige en een Franstalige beroepscommissie opgericht. Nadien is er ook nog een cassatiemogelijkheid bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. (Belga)

Het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) benadrukte al meermaals het gebrek aan onafhankelijk toezicht en controle in België. Bovendien merkte het CPT op dat er geen formele klachtenprocedure bestond voor gedetineerden en adviseerde het de Belgische overheid al in 1993 om een effectief beklagrecht voor gedetineerden te ontwikkelen. In de "Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden" van 12 januari 2005 werd zo'n wet wel voorzien, maar die was niet voldoende afgebakend, waardoor ze meer dan vijftien jaar een dode letter bleef. Maar vanaf 1 oktober komt het beklagrecht voor gedetineerden er eindelijk. Om de procedures in goede banen te leiden heeft de CTRG in elke gevangenis een speciale klachtencommissie opgericht, met telkens drie leden, waaronder één jurist. Die commissie gaat volledig onafhankelijk te werk in de behandeling en beoordeling van de klachten. Gedetineerden kunnen vanaf donderdag bij een klachtencommissie aankloppen als ze vinden dat een beslissing van de directeur hun rechten niet respecteert of niet redelijk is. Het gaat bijvoorbeeld om een tuchtsanctie, een fouille op het lichaam of het weigeren van bezoek. Binnen de zeven dagen na de beslissing moet de gedetineerde per post of mail een klachtenformulier bezorgen aan de klachtencommissie. Die zal dan eventueel bemiddeling voorstellen met de directeur of een hoorzitting houden waarop de gedetineerde zijn verhaal doet. Binnen de twee weken na de klacht zal de klachtencommissie een beslissing nemen. Als de klacht gegrond wordt verklaard, kan de beslissing van de directeur vernietigd of herzien worden. Ook de gevolgen van de betrokken beslissing worden nietig verklaard. Als die niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, komt er een tegemoetkoming voor de gedetineerde, zoals een extra wandeling. Als de klacht van de gedetineerde ongegrond of onontvankelijk verklaard wordt, blijft de beslissing van de directeur behouden. Als de gevangene niet akkoord is met de beslissing van de klachtencommissie, kan hij daartegen in beroep gaan. Daarvoor is een Nederlandstalige en een Franstalige beroepscommissie opgericht. Nadien is er ook nog een cassatiemogelijkheid bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. (Belga)