De Bretoense trawler zonk op 15 januari 2004 erg snel voor de kust van Cornwall, in het zuidwesten van Engeland, waar hij in eerder goede weersomstandigheden aan het vissen was. De vijf opvarenden werden naar de zeebodem meegesleurd en overleefden het ongeval niet. Twee van hen werden nooit teruggevonden. De families van de Franse slachtoffers zijn ervan overtuigd dat een onderzeeër in de buurt mogelijk tegen de boot is gebotst. Uit het onderzoek was namelijk gebleken dat drie onderzeeërs - een Duitse, een Nederlandse en een Britse - zich binnen 100 zeemijl van het schip bevonden op het moment dat het zonk. Bovendien waren de vijf opvarenden ervaren zeelui, die niet zomaar een schip zouden doen zinken. De families zijn al jaren in een juridische strijd verwikkeld. Vijf jaar geleden werd de zaak definitief geseponeerd in Frankrijk en de familieleden hoopten dat de drie weken durende hoorzittingen voor het Britse Hooggerechtshof nieuwe elementen aan het licht zouden brengen en de zaak nieuw leven zou inblazen. Het Franse gerecht kon geen uitsluitsel geven op de vraag of het schip zonk door een onderzeeër of omdat het net van het schip bleef hangen aan de zeebodem. De Britse rechter had wel een duidelijke conclusie klaar: de trawler is "gezonken als gevolg van een visserijongeval". Volgens hem was geen enkel ander schip betrokken, ook geen schip onder het wateroppervlak. Mogelijk kwam het net vast te zitten op de zeebodem. "De rechter baseert zich op één rapport dat twee jaar na de feiten is opgesteld door tien Franse militairen", reageert een van de nabestaanden. "Er zijn echter ook heel wat onafhankelijke experts die de hypothese hebben tegengesproken dat een sleepnet was komen vast te zitten op een zandbank." Volgens de advocaat van een van de families, leggen de nabestaanden zich niet neer bij de conclusie. "De zoektocht van de families naar de waarheid zal pas stoppen als een onderzeeër wordt aangeduid als dader", zei hij. (Belga)

De Bretoense trawler zonk op 15 januari 2004 erg snel voor de kust van Cornwall, in het zuidwesten van Engeland, waar hij in eerder goede weersomstandigheden aan het vissen was. De vijf opvarenden werden naar de zeebodem meegesleurd en overleefden het ongeval niet. Twee van hen werden nooit teruggevonden. De families van de Franse slachtoffers zijn ervan overtuigd dat een onderzeeër in de buurt mogelijk tegen de boot is gebotst. Uit het onderzoek was namelijk gebleken dat drie onderzeeërs - een Duitse, een Nederlandse en een Britse - zich binnen 100 zeemijl van het schip bevonden op het moment dat het zonk. Bovendien waren de vijf opvarenden ervaren zeelui, die niet zomaar een schip zouden doen zinken. De families zijn al jaren in een juridische strijd verwikkeld. Vijf jaar geleden werd de zaak definitief geseponeerd in Frankrijk en de familieleden hoopten dat de drie weken durende hoorzittingen voor het Britse Hooggerechtshof nieuwe elementen aan het licht zouden brengen en de zaak nieuw leven zou inblazen. Het Franse gerecht kon geen uitsluitsel geven op de vraag of het schip zonk door een onderzeeër of omdat het net van het schip bleef hangen aan de zeebodem. De Britse rechter had wel een duidelijke conclusie klaar: de trawler is "gezonken als gevolg van een visserijongeval". Volgens hem was geen enkel ander schip betrokken, ook geen schip onder het wateroppervlak. Mogelijk kwam het net vast te zitten op de zeebodem. "De rechter baseert zich op één rapport dat twee jaar na de feiten is opgesteld door tien Franse militairen", reageert een van de nabestaanden. "Er zijn echter ook heel wat onafhankelijke experts die de hypothese hebben tegengesproken dat een sleepnet was komen vast te zitten op een zandbank." Volgens de advocaat van een van de families, leggen de nabestaanden zich niet neer bij de conclusie. "De zoektocht van de families naar de waarheid zal pas stoppen als een onderzeeër wordt aangeduid als dader", zei hij. (Belga)