De Europese staatshoofden en regeringsleiders breken zich al weken het hoofd over een herstelfonds dat de Europese economie weer op de rails moet krijgen na de klap van de coronapandemie. De eurogroep - de Europese ministers van Financiën - raakte het vorige maand al eens over de oprichting van het fonds, maar de verdeling van het geld - welke landen, regio's en sectoren zijn het zwaarst getroffen? - blijft voer voor discussie. Ook over de technische modaliteiten wordt nog druk gepalaverd: moet de steun bestaan uit subsidies en/of leningen, hoe groot moet de financiële slagkracht zijn, en waar moet het geld vandaan komen? Hoe dan ook moet het herstelfonds op de een of andere manier gelinkt worden aan de Europese meerjarenbegroting. De onderhandelingen over het volgende budget voor de jaren 2021 tot 2027 liepen volop toen de coronacrisis losbarstte. De Europese Commissie moet nu met een compromisvoorstel komen, maar de Franse regering doet alvast een duit in het zakje. Parijs ijvert voor een extra injectie van 150 tot 300 miljard euro per jaar in de Europese begroting tot en met 2023. Dat geld zou hoofdzakelijk uit de uitgifte van obligaties komen, die door de 27 lidstaten gewaarborgd worden. Alleen zou het de bedoeling zijn om de aansprakelijkheid van elk EU-land te beperken tot het eigen aandeel in het gemeenschappelijke bruto binnenlands product van de EU, een verschil met de controversiële 'eurobonds'. De middelen zouden grotendeels in de vorm van subsidies naar de zwaarst getroffen lidstaten gaan. Een deel kan ook in de vorm van een lening worden uitbetaald, maar dan wel met een looptijd tot 2060 en aan zeer lage interesten. De Europese landen met gezonde begrotingen, Nederland op kop, zijn sterk gekant tegen de gezamenlijke uitgifte van schuld. Zij willen niet opdraaien voor de financiële problemen van Zuid-Europese lidstaten als Spanje en Italië, die het zwaarst getroffen zijn door het coronavirus en nu al een hoog begrotingstekort en dito schuldgraad torsen. De Europese ministers van Financiën buigen zich vrijdagmiddag over de modaliteiten van een ander aspect van de Europese coronasteun: de inzet van het Europese noodfonds ESM, dat de extra gezondheidskosten op korte termijn moet helpen opvangen. De staatshoofden en regeringsleiders legden tijdens de Europese top van eind april de brede principes voor de toegang tot de kredietlijn vast, maar de ministers moeten het nog eens worden over de concrete voorwaarden. De inzet van het Europees Stabilisatiemechanisme is vooral in Zuid-Europa controversieel, omdat het fonds in het leven is geroepen na de Griekse schuldencrisis om te vermijden dat eurolanden geen geld meer konden ophalen op de kapitaalmarkten en dus in theorie bedacht is met - soms pijnlijke - saneringsvoorwaarden. De Europese Commissie stelt alvast voor om enkel te controleren of het geld effectief aan de gezondheidszorg wordt gespendeerd, en geen ad hoc controles ter plaatse te doen. Het geld moet voor 1 juni beschikbaar zijn. (Belga)

De Europese staatshoofden en regeringsleiders breken zich al weken het hoofd over een herstelfonds dat de Europese economie weer op de rails moet krijgen na de klap van de coronapandemie. De eurogroep - de Europese ministers van Financiën - raakte het vorige maand al eens over de oprichting van het fonds, maar de verdeling van het geld - welke landen, regio's en sectoren zijn het zwaarst getroffen? - blijft voer voor discussie. Ook over de technische modaliteiten wordt nog druk gepalaverd: moet de steun bestaan uit subsidies en/of leningen, hoe groot moet de financiële slagkracht zijn, en waar moet het geld vandaan komen? Hoe dan ook moet het herstelfonds op de een of andere manier gelinkt worden aan de Europese meerjarenbegroting. De onderhandelingen over het volgende budget voor de jaren 2021 tot 2027 liepen volop toen de coronacrisis losbarstte. De Europese Commissie moet nu met een compromisvoorstel komen, maar de Franse regering doet alvast een duit in het zakje. Parijs ijvert voor een extra injectie van 150 tot 300 miljard euro per jaar in de Europese begroting tot en met 2023. Dat geld zou hoofdzakelijk uit de uitgifte van obligaties komen, die door de 27 lidstaten gewaarborgd worden. Alleen zou het de bedoeling zijn om de aansprakelijkheid van elk EU-land te beperken tot het eigen aandeel in het gemeenschappelijke bruto binnenlands product van de EU, een verschil met de controversiële 'eurobonds'. De middelen zouden grotendeels in de vorm van subsidies naar de zwaarst getroffen lidstaten gaan. Een deel kan ook in de vorm van een lening worden uitbetaald, maar dan wel met een looptijd tot 2060 en aan zeer lage interesten. De Europese landen met gezonde begrotingen, Nederland op kop, zijn sterk gekant tegen de gezamenlijke uitgifte van schuld. Zij willen niet opdraaien voor de financiële problemen van Zuid-Europese lidstaten als Spanje en Italië, die het zwaarst getroffen zijn door het coronavirus en nu al een hoog begrotingstekort en dito schuldgraad torsen. De Europese ministers van Financiën buigen zich vrijdagmiddag over de modaliteiten van een ander aspect van de Europese coronasteun: de inzet van het Europese noodfonds ESM, dat de extra gezondheidskosten op korte termijn moet helpen opvangen. De staatshoofden en regeringsleiders legden tijdens de Europese top van eind april de brede principes voor de toegang tot de kredietlijn vast, maar de ministers moeten het nog eens worden over de concrete voorwaarden. De inzet van het Europees Stabilisatiemechanisme is vooral in Zuid-Europa controversieel, omdat het fonds in het leven is geroepen na de Griekse schuldencrisis om te vermijden dat eurolanden geen geld meer konden ophalen op de kapitaalmarkten en dus in theorie bedacht is met - soms pijnlijke - saneringsvoorwaarden. De Europese Commissie stelt alvast voor om enkel te controleren of het geld effectief aan de gezondheidszorg wordt gespendeerd, en geen ad hoc controles ter plaatse te doen. Het geld moet voor 1 juni beschikbaar zijn. (Belga)