U zou de bühne niet delen met teruggekeerde Syriëstrijders, zoals in maart nog leek te zullen gebeuren, maar met schapen. Klopt dat?
...

U zou de bühne niet delen met teruggekeerde Syriëstrijders, zoals in maart nog leek te zullen gebeuren, maar met schapen. Klopt dat? Frank Focketyn: Ja. Mijn collega Chris Thys en ik spelen tussen acht schapen, een hond, negen volwassenen en een kinderkoor. Er is ook een vredesduif, maar die gaat telkens weer vliegen. Iedereen die op de scène staat, is tijdens de audities gerekruteerd. Eén zin uit de castingoproep verhitte de gemoederen: 'U hebt gevochten voor de IS, of bent strijdvaardig voor andere religies?' Syriëstrijders boden zich niet aan, maar wel mensen van diverse pluimage. Elke auditie was een interview waarin Milo Rau, artistiek leider van NTGent, polste naar iemands overtuiging. Al die interviews hebben we gefilmd. Het publiek zal ze te zien krijgen, want het stuk gaat over het bouwen van 'ons' Lam Gods. Op de scène staat een enorm raamwerk, het is tegelijk een drieluik en een video-installatie. De beeldschermen zijn het equivalent van de twaalf panelen waaruit het Lam Gods uit 1432 van de gebroeders Van Eyck bestaat. Zij gebruikten gewone Gentenaars als model. Rau doet hetzelfde: hij vult de schermen met hedendaagse opdrachtgevers, gelovigen en burgers. Wie is wie? Focketyn: Ik geef een paar voorbeelden: koorleider Wim Claeys speelt God en vertelt over zijn opa, een SS'er. De maagd Maria wordt vertolkt door Fatima Ezzarhouni, wier zoon stierf als Syriëstrijder. En Rames Abdullah is een jonge Afghaan die Sint-Christoffel speelt en over zijn vlucht uit Afghanistan vertelt. Telkens als hij die overzeese tocht in dat gammele bootje beschrijft, ben ik verbijsterd. En ben ik dankbaar dat ik mensen als hij mag ontmoeten. Ikzelf ben een van de opdrachtgevers en vertel over mijn band met de natuur. Mijn moeder stierf toen ik achttien was. Zij heeft mij geleerd om dankbaar te zijn - dankbaar dat zij en ik elkaar achttien jaar hebben mogen kennen. Ze leefde in het hier en nu, en dat doe ik ook. Milo Rau schreef in zijn manifest voor NTGent, dat tien stelregels omvat, dat de repetities deels buiten het theater plaatsvinden. Waar zijn jullie voor Lam Gods naartoe gegaan? Focketyn:(droog) Ik heb een elfde regel toegevoegd: 'Theater is niet in een manifest te vatten'. Om op je vraag te antwoorden: we zijn naar een palliatief centrum getrokken en naar de gevangenis van Oudenaarde, waar we mensen spraken die hun broer hadden gedood - zoals Kaïn in de Bijbel zijn broer Abel vermoordt. Ook die verhalen komen in het stuk voor. Dat is heftig. En toch sluipt er, ondanks alles, humor in. Wacht maar af! We eindigen waar we begonnen: bij onze wollige vrienden. De seizoensbrochure van NTGent staat vol bloedige schapenkoppen. Hebben jullie die dieren eigenhandig geslacht? Focketyn: Nee, maar tijdens de voorstelling laten we wel een gefilmde slachting zien. Waarom? Die cleane vleespakketjes die je in het koelvak ziet, zijn gevuld met stukken van geslachte dieren: we staan daar liever niet bij stil, maar dat is de realiteit. Net zoals de vertelde verhalen in Lam Gods dat zijn. Lam Gods laat je luisteren naar de kleurrijke stad. Er wordt verteld, gezongen én gezwegen. Ik hou van die stilte. Ik moet nu denken aan de stilte-vol-concentratie net voor de uitvoering van Mozarts Ave Verum: hoe prachtig is die niet? Wat volgt, raakt je daardoor nóg meer.