De Brusselse kortgedingrechter besliste dat de IS-strijdsters Tatiana Wielandt (26) en Bouchra Abouallal (25) en hun zes kinderen, die in een Koerdisch kamp verblijven, naar België gerepatrieerd moeten worden. De gewezen staatssecretaris Theo Francken (N-VA) reageerde zoals gewoonlijk op Twitter: 'Lang leve het kalifaat dankzij de Belgische rechtsstaat.'

Francken beweert het tegendeel, maar geen redelijk mens gelooft dat België het kalifaat in leven houdt.

Hoe hij tot de krasse uitspraak komt, en op welke feitelijke en juridische gegevens zijn mening stoelt, vermeldt Francken niet. De lengte van een tweet staat bovendien in schril contrast met een beslissing van de kortgedingrechter: de tweet telt 140 tekens, de beslissing is 23 bladzijden lang, vermeldt de feiten en de juridische gegevens en is degelijk gemotiveerd. Ernstig kan je dergelijke uitlating van een gewezen staatssecretaris dus niet noemen, fatsoenlijk evenmin.

Geen enkel redelijk mens gelooft dat de België het kalifaat in leven wil houden. Francken beweert het tegendeel, omdat hij weet dat hij er bij zijn achterban mee kan scoren, en hij er de anderen de schrik mee op het lijf jaagt. Laat angst nu ook een van de sterkste emoties zijn in de hedendaagse politieke discours.

De beschikking

De rechter stelde vast dat de kinderen zo goed als in gevangenschap verblijven. Hulp is precair, want het is niet uitgesloten dat het oorlogsgebied het kamp bereikt. Bovendien hebben de kinderen een gebrekkige basisverzorging, zowel op het vlak van voeding, onderwijs, gezondheidszorgen en algemene sociale en familiale ontwikkeling. Minstens één van de kinderen lijdt daarenboven aan een chronische ziekte, waaraan het dreigt te overlijden. Over de hoogdringendheid van de repatriëring kan dus geen twijfel bestaan.

Hoewel de eisende partij enkel de terugkomst van de kinderen vroeg, oordeelde de rechter dat zijn beslissing onlosmakelijk verbonden is aan een maatregel ten aanzien van de moeders. De bijstand aan de moeders betreft in dat geval een noodzakelijke voorwaarde om aan het rechterlijk bevel ten aanzien van de kinderen te kunnen voldoen.

Over de hoogdringendheid van de repatriëring kan geen twijfel bestaan.

Volgens de rechter moet de bescherming van de belangen van de kinderen voorop staan. Hij baseert zich daarvoor op het Kinderrechtenverdrag, dat ons land in 1989 ondertekende in New York, en dat sinds 1992 kracht van wet heeft in België. Het verdrag bepaalt dat fouten, tekortkomingen of karakteristieken van hun ouders die hen niet kunnen toegerekend worden, en dus geen reden kunnen vormen om een beschermende maatregel te weigeren. Die verplichting moet worden in acht genomen door alle Belgische overheidsdiensten, bijgevolg ook de diplomatieke en consulaire diensten.

Verantwoordelijkheid

Dat België geen rechtsmacht heeft in het gebied waar de kinderen en hun moeders verblijven, betekent evenwel niet dat ze niets meer kan of hoeft te doen. Ons land heeft immers de mogelijkheid, en de plicht, om hulp en bijstand te verlenen aan de eigen onderdanen. Volgens het consulaire wetboek geldt de plicht voor Belgen die slachtoffer zijn van een ernstig misdrijf, die zich in hechtenis bevinden, of die zich in een extreme noodtoestand bevinden.

Ook deze bepaling is van toepassing: alle in deze zaak betrokken personen hebben namelijk de Belgische nationaliteit, zowel de twee moeders als de zes kinderen. Het zijn dus Belgische onderdanen, die deel uitmaken van de Belgische gemeenschap. Ze bevinden zich kennelijk in een uitzonderlijke noodtoestand, in een oorlogsgebied. De kinderen werden door hun ouders bovendien in uiterst risicovolle omstandigheden gebracht: ze waren er zonder twijfel getuige van ernstige misdrijven, en werden er tegelijk ook slachtoffer van gewelddaden die strafrechtelijk vervolgbaar zijn. De kinderen voldoen bijgevolg ook aan de wettelijke voorwaarden om aanspraak te maken op Belgische consulaire bijstand.

De eerdere beslissing van de Belgische overheid om enkel de kinderen op te nemen, kon daarentegen om meerdere redenen geen stand houden. Eerst en vooral kan België niet weigeren om toegang te verlenen aan Belgische onderdanen, ook niet in het geval dat ze misdrijven begingen. Ten tweede werden de moeders door een Belgische rechtbank veroordeeld, en worden ze bij aankomst in België in een Belgische gevangenis opgesloten.

Het is niet meer dan terecht om de moeders als een risico voor de veiligheid te bestempelen, maar daarom heeft ons land regels en instellingen voor straffen en rehabilitatie.

Het is bovendien ook niet meer dan terecht om de moeders als een risico voor de veiligheid te bestempelen, maar net om die reden beschikt ons land over een regelgeving en instellingen die het potentieel hebben om de bestraffing en de rehabilitatie - met een zo sterk mogelijke beperking van de risico's - te realiseren. Als de moeders in Syrië blijven, heeft ons land daar helemaal geen vat op.

Maar bovenal is de beslissing om kinderen actief van hun ouders te scheiden in strijd met fundamentele mensenrechten. Een dergelijke geografische afstand creëren tussen moeder en kind - om de enige reden dat de moeder misdrijven pleegde - zou immers veel ingrijpender zijn dan hen allebei in België te laten verblijven. Zelfs al zouden de moeders in de gevangenis zitten, en een contactverbod met hun kinderen zouden hebben, waardoor contact quasi onmogelijk wordt, of zelfs definitief verdwijnt.

Niet toelaatbaar?

Natuurlijk kan iedereen die de inhoud van Franckens tweet niet zomaar voor waar aanneemt, en de moeite doet om de beslissing van de rechter te lezen, voor zichzelf uitmaken of de uitlating van Theo Francken toelaatbaar is. De lezer kan zich ook richten naar de internationale regelgeving. Zo heeft De Raad van Europa onder Belgisch voorzitterschap bij de behandeling van de rechten en plichten van de rechters alvast een aanbeveling geschreven om dergelijke onverantwoorde uitspraken te kunnen sanctioneren.

Volgens de Raad moeten de rechters hun beslissingen in alle onafhankelijkheid kunnen nemen, en moeten ze kunnen handelen zonder beperking, zonder beïnvloeding, aanzetting, druk, bedreiging of ongepaste tussenkomst, rechtstreeks of onrechtstreeks. Van wie dan ook, en voor welke reden dan ook, ook van voormalige staatssecretarissen dus. De Raad beveelt ook aan dat lidstaten straffen moeten voorzien voor mensen die rechters toch op een dergelijke manier proberen te beïnvloeden.

Een genuanceerd debat zal Francken worst wezen, er moeten stemmen gehaald worden.

Dat is nu juist wat de heer Francken op dit ogenblik ongestraft mag blijven doen. En het belooft steeds erger te worden: nu hij geen staatssecretaris meer is, en hij zich niet meer hoeft te verontschuldigen wanneer hij door een tweet door het lint gaat, staat er helemaal geen maat meer op. Door de bewering dat de rechter door zijn uitspraak het kalifaat in leven houdt, gaat Francken immers nog een stap verder dan het eerdere verwijt dat rechters wereldvreemd zijn. De rechter in kortgeding wordt nu zelfs verweten mededader te zijn aan het in leven houden van het kalifaat, wat zoveel is als mededaderschap aan terrorisme.

Een genuanceerd debat zal Francken echter worst wezen, want er moeten stemmen gehaald worden. Gewezen Antwerps havenschepen Marc Van Peel (CD&V) had gelijk wanneer hij stelde dat hij de N-VA geen deftige partij meer zou noemen, ook al deed hij dat in het verleden wel.

De Brusselse kortgedingrechter besliste dat de IS-strijdsters Tatiana Wielandt (26) en Bouchra Abouallal (25) en hun zes kinderen, die in een Koerdisch kamp verblijven, naar België gerepatrieerd moeten worden. De gewezen staatssecretaris Theo Francken (N-VA) reageerde zoals gewoonlijk op Twitter: 'Lang leve het kalifaat dankzij de Belgische rechtsstaat.'Hoe hij tot de krasse uitspraak komt, en op welke feitelijke en juridische gegevens zijn mening stoelt, vermeldt Francken niet. De lengte van een tweet staat bovendien in schril contrast met een beslissing van de kortgedingrechter: de tweet telt 140 tekens, de beslissing is 23 bladzijden lang, vermeldt de feiten en de juridische gegevens en is degelijk gemotiveerd. Ernstig kan je dergelijke uitlating van een gewezen staatssecretaris dus niet noemen, fatsoenlijk evenmin.Geen enkel redelijk mens gelooft dat de België het kalifaat in leven wil houden. Francken beweert het tegendeel, omdat hij weet dat hij er bij zijn achterban mee kan scoren, en hij er de anderen de schrik mee op het lijf jaagt. Laat angst nu ook een van de sterkste emoties zijn in de hedendaagse politieke discours.De rechter stelde vast dat de kinderen zo goed als in gevangenschap verblijven. Hulp is precair, want het is niet uitgesloten dat het oorlogsgebied het kamp bereikt. Bovendien hebben de kinderen een gebrekkige basisverzorging, zowel op het vlak van voeding, onderwijs, gezondheidszorgen en algemene sociale en familiale ontwikkeling. Minstens één van de kinderen lijdt daarenboven aan een chronische ziekte, waaraan het dreigt te overlijden. Over de hoogdringendheid van de repatriëring kan dus geen twijfel bestaan. Hoewel de eisende partij enkel de terugkomst van de kinderen vroeg, oordeelde de rechter dat zijn beslissing onlosmakelijk verbonden is aan een maatregel ten aanzien van de moeders. De bijstand aan de moeders betreft in dat geval een noodzakelijke voorwaarde om aan het rechterlijk bevel ten aanzien van de kinderen te kunnen voldoen.Volgens de rechter moet de bescherming van de belangen van de kinderen voorop staan. Hij baseert zich daarvoor op het Kinderrechtenverdrag, dat ons land in 1989 ondertekende in New York, en dat sinds 1992 kracht van wet heeft in België. Het verdrag bepaalt dat fouten, tekortkomingen of karakteristieken van hun ouders die hen niet kunnen toegerekend worden, en dus geen reden kunnen vormen om een beschermende maatregel te weigeren. Die verplichting moet worden in acht genomen door alle Belgische overheidsdiensten, bijgevolg ook de diplomatieke en consulaire diensten.Dat België geen rechtsmacht heeft in het gebied waar de kinderen en hun moeders verblijven, betekent evenwel niet dat ze niets meer kan of hoeft te doen. Ons land heeft immers de mogelijkheid, en de plicht, om hulp en bijstand te verlenen aan de eigen onderdanen. Volgens het consulaire wetboek geldt de plicht voor Belgen die slachtoffer zijn van een ernstig misdrijf, die zich in hechtenis bevinden, of die zich in een extreme noodtoestand bevinden.Ook deze bepaling is van toepassing: alle in deze zaak betrokken personen hebben namelijk de Belgische nationaliteit, zowel de twee moeders als de zes kinderen. Het zijn dus Belgische onderdanen, die deel uitmaken van de Belgische gemeenschap. Ze bevinden zich kennelijk in een uitzonderlijke noodtoestand, in een oorlogsgebied. De kinderen werden door hun ouders bovendien in uiterst risicovolle omstandigheden gebracht: ze waren er zonder twijfel getuige van ernstige misdrijven, en werden er tegelijk ook slachtoffer van gewelddaden die strafrechtelijk vervolgbaar zijn. De kinderen voldoen bijgevolg ook aan de wettelijke voorwaarden om aanspraak te maken op Belgische consulaire bijstand.De eerdere beslissing van de Belgische overheid om enkel de kinderen op te nemen, kon daarentegen om meerdere redenen geen stand houden. Eerst en vooral kan België niet weigeren om toegang te verlenen aan Belgische onderdanen, ook niet in het geval dat ze misdrijven begingen. Ten tweede werden de moeders door een Belgische rechtbank veroordeeld, en worden ze bij aankomst in België in een Belgische gevangenis opgesloten.Het is bovendien ook niet meer dan terecht om de moeders als een risico voor de veiligheid te bestempelen, maar net om die reden beschikt ons land over een regelgeving en instellingen die het potentieel hebben om de bestraffing en de rehabilitatie - met een zo sterk mogelijke beperking van de risico's - te realiseren. Als de moeders in Syrië blijven, heeft ons land daar helemaal geen vat op.Maar bovenal is de beslissing om kinderen actief van hun ouders te scheiden in strijd met fundamentele mensenrechten. Een dergelijke geografische afstand creëren tussen moeder en kind - om de enige reden dat de moeder misdrijven pleegde - zou immers veel ingrijpender zijn dan hen allebei in België te laten verblijven. Zelfs al zouden de moeders in de gevangenis zitten, en een contactverbod met hun kinderen zouden hebben, waardoor contact quasi onmogelijk wordt, of zelfs definitief verdwijnt.Natuurlijk kan iedereen die de inhoud van Franckens tweet niet zomaar voor waar aanneemt, en de moeite doet om de beslissing van de rechter te lezen, voor zichzelf uitmaken of de uitlating van Theo Francken toelaatbaar is. De lezer kan zich ook richten naar de internationale regelgeving. Zo heeft De Raad van Europa onder Belgisch voorzitterschap bij de behandeling van de rechten en plichten van de rechters alvast een aanbeveling geschreven om dergelijke onverantwoorde uitspraken te kunnen sanctioneren. Volgens de Raad moeten de rechters hun beslissingen in alle onafhankelijkheid kunnen nemen, en moeten ze kunnen handelen zonder beperking, zonder beïnvloeding, aanzetting, druk, bedreiging of ongepaste tussenkomst, rechtstreeks of onrechtstreeks. Van wie dan ook, en voor welke reden dan ook, ook van voormalige staatssecretarissen dus. De Raad beveelt ook aan dat lidstaten straffen moeten voorzien voor mensen die rechters toch op een dergelijke manier proberen te beïnvloeden. Dat is nu juist wat de heer Francken op dit ogenblik ongestraft mag blijven doen. En het belooft steeds erger te worden: nu hij geen staatssecretaris meer is, en hij zich niet meer hoeft te verontschuldigen wanneer hij door een tweet door het lint gaat, staat er helemaal geen maat meer op. Door de bewering dat de rechter door zijn uitspraak het kalifaat in leven houdt, gaat Francken immers nog een stap verder dan het eerdere verwijt dat rechters wereldvreemd zijn. De rechter in kortgeding wordt nu zelfs verweten mededader te zijn aan het in leven houden van het kalifaat, wat zoveel is als mededaderschap aan terrorisme. Een genuanceerd debat zal Francken echter worst wezen, want er moeten stemmen gehaald worden. Gewezen Antwerps havenschepen Marc Van Peel (CD&V) had gelijk wanneer hij stelde dat hij de N-VA geen deftige partij meer zou noemen, ook al deed hij dat in het verleden wel.