Met een knikje in zijn pas, het gevolg van een recente operatie aan de linkerknie, stapt Dirk Braeckman door de bovenverdieping van de Antwerpse Zeno X Gallery. Hij wijst naar de beelden aan de muur links van hem, beelden die hij zelf heeft gemaakt en die donkere vlakken met slechts hier en daar een flinter licht tonen, en al sprekend zoekt hij naar woorden.
...

Met een knikje in zijn pas, het gevolg van een recente operatie aan de linkerknie, stapt Dirk Braeckman door de bovenverdieping van de Antwerpse Zeno X Gallery. Hij wijst naar de beelden aan de muur links van hem, beelden die hij zelf heeft gemaakt en die donkere vlakken met slechts hier en daar een flinter licht tonen, en al sprekend zoekt hij naar woorden. Wat zien we in zijn nieuwe beelden? Een slapende vrouw? Kreupelhout? De weerspiegeling van een rij stadsdaken in een venster? Iets wat op een ontbloot been lijkt? Veel wil Braeckman er niet over kwijt. Zijn werk behoeft geen uitleg en er wordt op deze wereld al genoeg gepraat. Dus zwijgt hij even. Vier, vijf tellen lang. Vervolgens trekt hij zijn pet wat dieper over het hoofd, tot die zijn ogen bijna volledig beschermt tegen het zonlicht dat rijkelijk naar binnen valt. De pet is zwart, net als de jas, de schoenen en de broek. Ooit vroeg iemand of hij dan werkelijk zo depressief was, met al dat zwart en het ogenschijnlijke gebrek aan humor in zijn werk. Braeckman vond dat wel een goede 'klucht'. Humor is juist ontzettend belangrijk in zijn leven, antwoordde hij, en ook in zijn werk is het onderhuids steeds aanwezig. Nu zegt hij, na de vraag of er voor zijn beelden een ideale 'kijktijd' bestaat, een incubatieperiode waarna de dingen duidelijker worden, dat hij geen handleiding heeft. 'Of je nu een seconde naar een beeld van mij kijkt of een uur, het is me gelijk. Maar het is wel de bedoeling dat je als kijker telkens je eigen waarneming in twijfel trekt, dat je je afvraagt of er achter de eerste oppervlakkige laag nog een diepere laag schuilt.' FERNWEH heet de tentoonstelling. Ze toont zestien nieuwe werken, die allemaal tijdens het afgelopen coronajaar zijn gemaakt. En in dat jaar, zo blijkt, is er voor de fotograaf veel veranderd. *** Op zijn veertiende wilde Dirk Braeckman garagist worden. Auto's en motoren, dat was zijn leven. Later kwam daar de schilderkunst bij, dankzij Gustave Courbets L'origine du monde onder meer, essentieel om Braeckmans werk te begrijpen, het keert als een echo in zijn beelden terug. 'Ik zag het voor het eerst in Parijs, met mijn ouders', zegt hij. 'Terwijl iedereen naar het prentje aan het kijken was, was ik vooral onder de indruk van de virtuositeit waarop het geschilderd was: de textuur van de verf, het materiële. Het maakte een enorme indruk.' Na een opleiding aan de academie ging hij schilderen, maar dan wel met foto's. Hij wilde wroeten en zwoegen in een donkere kamer, niet in een atelier. 'Dat fysieke proces waarbij je het beeld beetje bij beetje ziet opkomen en je met licht en chemicaliën altijd nog kunt ingrijpen, boeide me ongelooflijk. In vergelijking met kleurenfotografie zag je in zwart-wit wél wat er gebeurde en kon je tijdens het proces nog spelen met het licht. Om die reden heb ik vrij snel voor zwart-wit gekozen.' Het liefst werkte hij 's nachts, in zijn eentje, wanneer om hem heen alles was stilgevallen. De telefoon, het verkeer, de altijd drukke buitenwereld. Het is die verstilling, die traagheid die zijn beelden zo aantrekkelijk maakt. Al voel je ook steeds een grote spanning, alsof er op het moment van afdrukken telkens net een misdrijf is gebeurd. Niet toevallig haalde hij veel inspiratie uit een boek van de Belgisch-Amerikaanse schrijver Luc Sante, een verzameling crime scene photos van de politie in New York, waar Braeckman een tijdje woonde. 'Zonder de dead bodies, het subject, was de suggestie des te groter.' Sante noemde de beelden van Braeckman ooit unexploded bombs, niet- ontplofte bommen. De fotograaf vindt het nog altijd de beste omschrijving van zijn werk. 'Je kunt het niet beter verwoorden', zegt hij. Zo bouwde hij jaren aan zijn oeuvre en verwierf hij stukje bij beetje meer bekendheid. Hij mocht koning Albert II en koningin Paola portretteren en vertegenwoordigde zijn land op de 57e Biënnale van Venetië, in 2017. Tussen de lange werkweken in de donkere kamer en de vele expo's door laafde Braeckman zich aan het volle leven in de stad. In het uitgaan vond hij de vrijheid die hij nodig had, de prikkels die hem opnieuw voortstuwden. *** Maar toen besloot Braeckman anders te gaan leven. Sinds maart vorig jaar, toen de claustrofobische sfeer die al jaren in zijn werk hing opeens werkelijkheid werd, staat hij vroeg op en gaat hij op tijd slapen. In zijn donkere kamer komt hij voorlopig amper nog. Hij brengt veel tijd door in Waarschoot, het dorpje in het Meetjesland waar hij is opgegroeid en waar hij al jaren een tweede atelier heeft, naast dat in Gent. Weg van de stad hervond hij een vergeten kant van zichzelf, een die opleeft in de rust van de natuur. 'Ik voel een zekere verzadiging wat het nachtleven en de stad betreft', zegt hij. 'Er zijn ook veel dingen gebeurd: mijn beide ouders zijn kort na elkaar overleden en ik ben weer op den buiten gaan wonen, dat heeft allemaal een invloed op een mens. Mijn vrienden schrikken zich dood als ze 's morgens vroeg bellen en ik hen zeg dat ik al wakker ben, en niet nog wakker. Vroeger haatte ik ochtenden, nu ben ik om 6 uur 's morgens soms al heel geconcentreerd aan het werk.' Op zijn 62e heeft hij het gevoel op een kruispunt te zijn aanbeland. 2020 was een jaar van introspectie en reflectie, maar ook een van gemis. 'Ik reis graag en ook al besef ik maar al te goed dat het een groot privilege is, ik mis het enorm. Meestal reis ik voor mijn werk, voor expo's in het buitenland, maar pas toen dat plots wegviel, besefte ik hoezeer die reizen tegelijk ook mijn werk inspireren.' Vandaar de titel van de expo, FERNWEH, het pijnlijke verlangen naar een plek ergens ver weg. En vandaar ook de nieuwe manier van werken die Braeckman zichzelf aanleerde. 'Vroeger werkte ik vooral op basis van opnames die ik buiten mijn atelier gemaakt had, belegen negatieven vaak, die ik dan in mijn donkere kamer bewerkte. Maar deze beelden zijn bijna allemaal in mijn atelier ontstaan en digitaal tot stand gekomen.' Het wroeten en zwoegen in de donkere kamer werd fysiek te zwaar, dat lukt even niet meer. En tegelijk zijn de digitale technieken de laatste jaren ongelooflijk geëvolueerd, merkte hij. 'Nu ben ik er klaar voor, dat voel ik echt. Dus ben ik door mijn archief gegaan, heb ik er enkele beelden uitgekozen die ik uitgeprint heb en daarna opnieuw gefotografeerd, verschillende keren zelfs, en zo ben ik via allerlei accidenten tot deze beelden gekomen: allemaal digitale prints, maar meestal wel vertrokken vanuit een analoge opname.' Sommige beelden heeft hij zelfs bewerkt met verf, alsof de schilder in Braeckman na al die jaren opnieuw aan de oppervlakte komt. Al werkt hij al lang niet meer alleen. Ook deze keer stonden zijn vaste assistenten hem bij in de zoektocht naar het juiste papier, de juiste inkt, de juiste manier van printen, opdat de tactiliteit van zijn werk behouden zou blijven. 'Ik ben nog meer dan anders aan het onderzoeken geweest wat er allemaal kan. Ik geef niet snel op, ik blijf altijd zoeken tot ik een klik heb met het beeld. Dat moment zou ik magisch durven te noemen, daar draait het voor mij allemaal om.' Dat zo veel toeschouwers zijn werk willen aanraken, is een van Braeckmans handelsmerken. Na een tentoonstelling moeten zijn assistenten dikwijls de vingerafdrukken op de getoonde beelden wegwerken, een keer zelfs een afdruk in lippenstift van een vrouwenmond. 'Wat ik belangrijk vind, is dat mijn werk blijft aanslaan bij jonge mensen. Zij zijn het eerlijkste publiek: ze beoordelen mijn werk nog zonder al te veel voorkennis en ze kijken er niet naar vanuit het idee om er eventueel in te beleggen. Dat ze mijn werk af en toe aanraken is eigenlijk een kleine ramp, maar is tegelijk dus ook wel flatterend.' *** Anders dan je zou verwachten van een kunstenaar van wie het werk zo vrij van actualiteit, maar zo vol van tijd is - 'Het is, zou ik haast zeggen, de tijd zelf die opkijkt, in stomme verbazing, in verbijstering soms - van achter een deur of in badkamertegels, of als een vreemd licht dat gespreid is over een sprei', schreef Bernard Dewulf er ooit over - volgt Braeckman het nieuws op de voet. Hij verslindt kranten en tijdschriften, en zal een praatprogramma of documentaire altijd verkiezen boven een fictiefilm of een boek. 'Weinig mensen weten dat, maar ik lees en kijk meer over de actualiteit dan over kunst. Mijn werk is alleen onderhuids geëngageerd en heeft geen directe referentie aan politiek, maar voor mij persoonlijk is dat engagement wel belangrijk. Het een kan niet zonder het ander. Zonder mijn nieuws-gierigheid zou mijn werk niet kunnen bestaan, ik zou dit soort beelden nooit kunnen maken zonder al die prikkels uit de echte wereld.' Vrolijk wordt hij er niet altijd van. De hoge vlucht van fake news, het onrecht, de geopolitieke spelletjes die vooral de zwaksten treffen, het zorgt voor onrust in zijn hoofd. 'Ik kan niet tegen leugens, en tegenwoordig is liegen bijna normaal. Dat vind ik verontrustend. In de kunst mag je liegen, vind ik, dat zijn witte leugens waarmee je mensen in hun verbeelding stort. Je moet bijna liegen, het is totaal verantwoord. Maar als je pretendeert verslag te doen moet je zo objectief en integer mogelijk zijn.' Als kind al kon hij niet tegen onrecht. Vanwaar het komt, hij heeft geen idee. Hoe dan ook zijn het de twee zielen die in hem huizen en die ook in zijn werk tevoorschijn komen: het woeste, ruwe van de actualiteit en de zachtheid van de kunst. Na zijn middelbare studie kreeg hij het advies om aan de universiteit politieke en sociale wetenschappen te gaan studeren. Hij twijfelde lang, maar koos toen toch voor de kunst. 'Ik had het idee dat ik voor die studie pol & soc te gevoelig was en dat ik mijn gevoeligheid beter kon gebruiken in mijn kunst. Maar ik heb het altijd als een soort verscheurdheid aangevoeld. Was mijn functioneren in de kunstwereld wel geëngageerd genoeg? Ik geloof niet in pamflettaire kunst, ik vind dat ze te weinig slagkracht heeft en soms zelfs averechts werkt, maar met het ouder worden wil ik wel meer en meer iets meegeven via mijn kunst. Samen met Els Dietvorst heb ik een boek gemaakt waarin vijftig internationale kunstenaars iets vertellen over alles wat met onrecht te maken heeft, en daaruit zijn dan weer workshops voortgekomen, maar het frustreert me dat zulke initiatieven zo weinig impact hebben.' Misschien moet hij er nog wat in groeien, denkt hij. Maar tegelijk moet het wel vooruitgaan. Hij heeft nog heel wat in te halen, heeft hij het gevoel, en de tijd die hem rest krimpt alleen maar. Is Braeckman dan zelf ook een niet-ontplofte bom? 'Ja', antwoordt hij zonder twijfelen. 'Dat denk ik wel. Het is niet omdat ik meer en meer de rustige omgevingen opzoek dat ik zelf ook rustiger word. Ontspannen is voor mij moeilijk, ik moet altijd bezig zijn. Ik heb al veel dingen uitgeprobeerd, zelfs alternatieve dingen zoals meditatie, maar dat marcheert voorlopig niet te goed voor mij. Wellicht ben ik er nog te ongeduldig voor. Maar maak je geen zorgen, ik kan mijn eigen onrust nog wel even aan.' Twee ouders die zijn gestorven, een omslag van de nacht naar de dag, meditatie die vooralsnog niet tegen de fernweh opweegt: in het leven van Dirk Braeckman is er het voorbije jaar wel degelijk veel veranderd. Maar dat hoef je dus allemaal niet te weten om naar zijn werk te kunnen kijken.