Eén van de vereisten van het 'eerlijk proces' is dat het zichtbaar moet gebeuren. Het gerechtelijk vooronderzoek door het parket of een onderzoeksrechter voldoet niet aan deze vereiste omdat het geheim is. Ook de behandeling voor de Raadkamer, een kamer van de rechtbank van eerste aanleg die zich enkel moet uitspreken over de vraag of er voldoende bezwaren zijn om een dossier naar de strafrechter te sturen, heeft hetzelfde gebrek omdat daar met gesloten deuren, zonder publiek, wordt gewerkt.

Fortis-dossier: 'Dit maakt de kloof tussen de burger en justitie nog dieper'

Daarom geschiedt een proces voor de strafrechter in openbare zitting zodat iedereen kan horen wat er gebeurde, welke de feiten zijn, of er misdrijven werden gepleegd, wie daar schuld aan heeft en welke straf daarvoor wordt opgelegd. Indien de Raadkamer moest ingaan op de vordering van het parket te Brussel om het Fortis-dossier niet naar de strafrechter te sturen zal er over dit erg belangrijk dossier geen openbaar debat komen, zullen de burgers niet weten of er misdrijven werden gepleegd en wie daar mogelijks schuld aan heeft. Het dossier zal dan op 'onzichtbare wijze' naar de kelders van het paleis verhuizen.

Gesloten

Dat wat er in de raadkamer wordt gevorderd en gepleit met gesloten deuren, gebeurt zodat buiten wie er bij is niemand het kan horen heeft een aanvaardbare reden: wanneer het onderzoek niets heeft opgeleverd is het onnodig de verdachten publiekelijk bloot te stellen aan mogelijke afkeuring. Dat lijkt in het Fortis-dossier niet het geval te zijn: de verdachten werden door de onderzoeksrechter 'in verdenking' gesteld. Dat betekent dat de rechter die het onderzoek heeft gedaan van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen van schuld zijn voor de door hem onderzochte misdrijven. In deze volgt het parket niet het oordeel van de onderzoeksrechter en vraagt het de buitenvervolgingstelling. Opmerkelijk is ook dat het parket zich niet uitspreekt over het al dan niet bestaan van aanwijzingen van schuld maar er een geheel andere reden wordt aangehaald: het is niet zeker dat er een veroordeling zal komen én de benadeelden zullen vergoed worden. Daarmee volgt het parket het strafrechtelijk beleid zoals dat de gehele voorbije regeerperiode door justitieminister Koen Geens werd gevoerd: 'vercommercialisering' en 'privatisering' van het strafrecht.

Zelfs niet afgekocht

Wat nu staat te gebeuren is zelfs nog erger dan de afgekeurde 'afkoopwet'. De wet waarbij de verdachte zijn schuld en boete kon afkopen werd door het Grondwettelijk Hof afgekeurd juist omdat het geen eerlijk proces was, er enkel een akkoord werd gemaakt over het betalen van een afkoopsom en de strafrechter er zich niet publiekelijk kon over uitspreken. Hier lijkt het parket nog verder te gaan: niet alleen met gesloten deuren maar zelfs zonder een afkoopsom. Het is dan ook de vraag wie verantwoordelijk is voor de door het parket gevolgde houding. Sinds de invoering van het begrip strafrechtelijk beleid is het immers enkel de justitieminister die er voor verantwoordelijk is en zijn de parketmagistraten verplicht dit persoonlijk beleid van de minister uit te voeren. De vraag of er over dit dossier tussen de minister en het parket werd overlegd is volgens mij dus gewettigd. Er is er nog een andere: waarom maakt de justitieminister hier geen gebruik van zijn recht om het parket te verplichten te vervolgen?

Transparantie

Het was een belofte gemaakt na de witte marsen: justitie zou transparanter worden. Koen Geens deed er alles aan om het tegendeel te bekomen: in de afkoopwet gebeurde alles 'vertrouwelijk' in een achterkamertje. Nu gaat het parket nog een stap verder: er moet ook niet meer 'afgekocht' worden. Daarmee verliest het parket de reden van zijn bestaan: vervolgen van mogelijke misdrijven en voor de strafrechter de toepassing van de wet vorderen. Of de benadeelden al of niet worden vergoed is een burgerlijke aangelegenheid en maakt niet de kerntaak van het parket uit. Dat recht zichtbaar moet worden gedaan wordt in dit voor de publieke opinie terecht erg belangrijk dossier nu helemaal onderuit gehaald: geen burger die zal weten wat er in het dossier staat, of er al dan niet aanwijzingen van schuld zijn, waarom de verdachten wél in verdenking werden gesteld maar niet worden vervolgd. Door dit dossier aan de openbare behandeling te onttrekken begraaft het parket ook zijn eigen geloofwaardigheid en wordt de reeds aanzienlijke kloof tussen de burger en justitie alsmaar dieper.