Het was een maatregel waarvoor vooral de liberalen in de regering-Michel zich op de borst klopten, bij de voorstelling van het zomerakkoord eind vorige maand. Niet enkel wie als werknemer bijverdient in de horeca, maar ook in de kleinhandel en retailsector kan dat voortaan doen tegen gunstige arbeidsvoorwaarden, zoals flink lagere fiscale en sociale bijdragen.
...

Het was een maatregel waarvoor vooral de liberalen in de regering-Michel zich op de borst klopten, bij de voorstelling van het zomerakkoord eind vorige maand. Niet enkel wie als werknemer bijverdient in de horeca, maar ook in de kleinhandel en retailsector kan dat voortaan doen tegen gunstige arbeidsvoorwaarden, zoals flink lagere fiscale en sociale bijdragen. 'Men spoort bedrijven zo aan om de verantwoordelijkheden van het sociaal contract te ontlopen, dat de ruggengraat vormt van de welvaartsstaat en ervoor zorgde dat België de economische crisis zonder veel kleerscheuren doorstond', waarschuwt Steven Hill (59), die op ons verzoek ook de beslissingen van het Belgische Zomerakkoord tegen het licht hield. De Amerikaanse auteur, blogger en politiek activist publiceerde meerdere boeken over democratie, de 'Uberisering' van de economie en de - in zijn ogen - superioriteit van het West-Europese verzorgingsstaatmodel. Steven Hill: In de hele westerse wereld zien we steeds meer jobs met een precair statuut opduiken. Door de financieel-economische crisis, die begon in 2007, verloren heel wat middenklassers hun werk. Dat waren vaak voltijdse en volwaardige jobs. Nu het herstel is ingezet, moeten we vaststellen dat de jobs die in de plaats komen vaak deeltijds, slecht betaald en fragiel zijn. Een uitstekend voorbeeld zijn de jobs gecreëerd door de digitale economie, zoals Uberchauffeurs, arbeid in de e-commerce of freelance dienstverleners. Die jobs worden omschreven als hip en cool, maar de realiteit is na een aantal maanden, wanneer flexibiliteit omslaat in onzekerheid, helaas niet meer zo fraai. De jobs gaan vaak gepaard met ongunstige voorwaarden, ook voor fundamentele zaken zoals sociale zekerheid. In Duitsland of de VS hebben mensen met zo'n baan vaak geen recht op een werkloosheidsvergoeding of degelijke compensatie bij arbeidsongevallen. Hill: Dat is goed, maar ook daarin schuilt een gevaar. Door die flexibiliteit toe te laten, creëer je een race to the bottom bij werkgevers. Ze worden ertoe aangezet steeds meer mensen met een statuut van flexi-jobber aan te stellen, anders hebben ze een nadeel ten opzichte van de concurrentie. Doordat er minder bijdragen voor de staatskas uit voortvloeien, kan dat het systeem van de sociale zekerheid ondermijnen. Een beperkt aantal van zulke jobs kan een economie wel aan. Maar in hoeveel sectoren laat je ze toe? In België komt er nu een serieuze uitbreiding, en er zijn al zo veel budgettaire problemen. Wanneer je een zekere kritische massa aan flexi-jobs bereikt, ondermijn je het sociale contract dat sinds de Tweede Wereldoorlog het fundament vormt van de westerse welvaartsstaten en hen enkel maar heeft doen groeien. Niemand weet wat die kritische massa precies is. Bovendien is consumptie de motor van elke kapitalistische economie. Als werknemers in een precaire arbeidssituatie niet voldoende verdienen, maar ook als ze zelfs alleen maar het idee hebben dat hun koopkracht daalt, beknibbelen ze op hun uitgaven. Dat zorgt voor een neerwaartse spiraal die kan leiden tot een recessie. Een economie is heel delicaat. Als je steeds meer flexi-jobs toelaat, speel je met een van de belangrijkste componenten van een economisch systeem en arbeidsmarkt. En dan is er nog het gevaar van flexibele digitale jobs die volledig ontsnappen aan het oog van de fiscus. Van de inkomsten die online worden ontvangen, wordt een groot deel nooit aangegeven. Onder een bepaald niveau heeft dat weinig effect. Maar die jobs zijn de snelst groeiende sector in de arbeidsmarkt, en we zijn heel slecht in de controle erop. Hill: De staat ontvangt minder, maar de noden van de werknemers worden natuurlijk niet lager. Ik zag dat vakbonden in België zich daar terecht zorgen over maken. In Duitsland is het zo dat veel flexibele werknemers zelf instaan voor een deel van de sociale en fiscale bijdragen. Daar betaalt de werkgever bovendien soms geen enkele bijdrage voor het pensioen van de werknemer. Als je als werkgever van een Belgische flexi-jobber geen socialezekerheidsbijdragen hoeft te betalen, maar slechts 25 procent aan werkgeversbijdragen, begint de sneeuwbal in de foute richting te rollen. In België in het bijzonder heeft de sociale zekerheid gefunctioneerd als een stabilisator voor de effecten van de crisis. De rol van zo'n sociaal vangnet tijdens een economische neergang wordt onderschat. Veel van die tijdelijke uitkeringen worden door consumptie rechtstreeks opnieuw in de economie gepompt en vormen dus een belangrijke economische stimulus. Mensen die al voldoende hebben, potten inkomsten veel meer op. Hill: Dat is juist. We moeten beseffen dat arbeidsmarkten aan het verschuiven zijn. We moeten het sociaal contract aanpassen aan de werkelijkheid. De beste manier om dat te doen, is alle jobs gelijk behandelen en allemaal evenveel recht op sociale zekerheid geven. Als je verschillende jobs combineert, wordt het ook moeilijker om collectief je arbeidsrechten af te dwingen. Veel economen en academici schrijven heel positief over flexiwerk. Maar zij krijgen elke maand een royaal salaris, en kunnen in de zomer wekenlang betaald met vakantie. Hill: In elk land wordt er geklaagd over te hoge arbeidskosten. Zolang die voor iedereen in een land gelijk zijn, is het een probleem dat budgettair op te lossen valt. Maar nu zal er druk komen op elke retailer om flexi-jobbers aan te nemen, omdat ze goedkoper zijn. Als het wegwerken van de loonhandicap een belangrijk argument is, begrijp ik de uitbreiding van het systeem naar de kleinhandel en retailsector niet goed. Het is een van de grootste economische sectoren. Als de Belgische regering flexi-jobs niet alleen zal toelaten voor kleine ondernemingen zoals bakkers en slagers, maar ook voor grotere winkelketens, heeft dat mogelijk een invloed op tienduizenden werknemers. Retail is evenwel nauwelijks een exportsector en treedt veel minder in concurrentie met andere landen. Als België beter wil concurreren met zijn buurlanden, moet het eerder onderdelen van de economie viseren zoals de maakindustrie, de financiële sector of de havens. Hill: Ik ben niet tegen flexibiliteit. Er zijn legitieme redenen om flexibiliteit te willen: om de mobiliteit te verhogen, om te beantwoorden aan vraag en aanbod. Je moet je aanpassen aan de economische cyclus. Een onderdeel daarvan kan bijvoorbeeld zijn om deeltijds pensioen toe te laten. Ik las dat de Belgische regering gepensioneerden wil toelaten om 500 euro onbelast bij te verdienen. Dat lijkt me een goede aanzet. Maar wil je je sociale zekerheid in gevaar brengen in ruil voor flexibele arbeid? Dat is de sleutel voor Frankrijk, maar ook voor België en Duitsland. In Duitsland heb je mini-jobs die 400 euro per maand opleveren. Sociaal kwetsbare groepen zoals alleenstaande vrouwen raken erin verstrikt. De wereld van het flexiwerk mag geen getto worden waarin een deel van de arbeidersklasse wordt opgesloten. Dat zijn Amerikaanse toestanden. Daar mag Europa niet in verzeilen.