Onderzoek van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven toont aan dat co-ouderschap bij scheiding niet altijd de beste oplossing is. Deze keuze biedt veel voordelen voor de ouders, maar heeft grote nadelen voor de kinderen. Tot een gelijkaardige conclusie komt de studiedienst van de Gezinsbond. Ook fiscaal co-ouderschap is meestal niet de beste keuze omdat dit nadelig is voor beide ouders.

'Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid'

De wet van 18 juli 2006 promoot na een scheiding de gelijkmatige huisvesting van de kinderen zodat ze even lang verblijven bij elke ouder. In de periode 2006 tot 2011 koos één op drie gescheiden koppels voor co-ouderschap. Twee derde van hen zelfs voor een gelijkmatige verblijfsregeling. Nog te vaak kiezen de meestverdienende ouders voor gelijkmatig verblijf voor hun kinderen omdat ze daarmee willen ontsnappen aan onderhoudsbijdragen (soms ook onderhoudsgeld of alimentatie genoemd). Zij denken: als we allebei onze kinderen even lang opvangen, leveren we elk een gelijkwaardige bijdrage en zijn er geen onderhoudsbijdragen te betalen. Klopt, maar alleen als beide ouders nagenoeg evenveel verdienen én als ze een gelijke bijdrage leveren in de verblijfsoverstijgende kosten zoals kleding, gezondheidszorg, communicatie en vervoer, cultuur en ontspanning én onderwijs.

Als niet aan beide voorwaarden is voldaan, blijft een onderhoudsbijdrage noodzakelijk ook bij gelijkmatige huisvesting. Vanuit een gelijkwaardig ouderschap willen ouders ook graag de kinderbijslag en de fiscale voordelen voor kinderen ten laste in de personenbelastingen gelijk verdelen. Voor de kinderbijslag kan dit niet, tenzij deze wordt gestort op een kindrekening waar beide ouders aan kunnen. Voor de belastingen kan dat wel via fiscaal co-ouderschap.

Fiscaal ouderschap altijd nadelig vanaf drie kinderen

Bij fiscaal co-ouderschap staat de ouder bij wie de kinderen fiscaal ten laste zijn, de helft van de daaraan gekoppelde belastingvrije sommen af aan de andere. Deze belastingvrije sommen zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Fiscaal co-ouderschap is altijd nadelig vanaf drie kinderen. Logisch, met halve belastingvrije sommen stelt elke ouder zijn inkomen minder snel in een hogere belastingschijf belastingvrij aan een hogere aanslagvoet. Alleen voor 1 en 2 kinderen kan fiscaal co-ouderschap voordeliger zijn, op voorwaarde dat beide ouders belast worden als alleenstaande waardoor ze allebei de bijkomende belastingvrije som van 1.550 euro krijgen. In dat geval genieten ze samen jaarlijks rond de 400 euro meer belastingvoordeel.

Als de meestverdienende ouder, ondanks de gelijkmatige huisvesting toch onderhoudsbijdragen betaalt, is het meestal interessanter om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij de andere ouder zodat de meest verdienende de betaalde bedragen voor 80% fiscaal kan aftrekken. Fiscaal co-ouderschap kan echter niet gecombineerd worden met de fiscale aftrek van onderhoudsbijdragen. Als de onderhoudsplichtige ouder toch eenzijdig beslist om de betaalde bijdragen fiscaal af te trekken, moet de andere ouder een bezwaarschrift indienen om de volledige belastingvrije sommen op te eisen. Anders blijft deze ouder slechts de helft van de belastingvrije sommen krijgen.

Nieuw-samengestelde gezinnen meestal beter af zonder fiscaal-ouderschap

Naast het lagere belastingvoordeel voor beide ouders samen, heeft fiscaal co-ouderschap nog andere nadelen. In nieuw-samengestelde gezinnen tellen, in de rangregeling voor de belastingvrije sommen, kinderen in fiscaal co-ouderschap alleen mee in het gezin van de ouder die de helft van de belastingvrije sommen afstaat en niet bij de andere. De ouder die de helft van de belastingvrije sommen krijgt, komt evenmin in aanmerking voor het terugbetaalbaar belastingkrediet. Dat is een negatieve belasting van 440 euro per jaar die de fiscus via het aanslagbiljet betaalt aan ouders die te weinig verdienen om hun belastingvrije sommen voor kinderen uit te putten.

Rechters beseffen onvoldoende dat gelijkmatige huisvesting leidt tot verplicht fiscaal ouderschap

Fiscaal co-ouderschap wordt automatisch toegepast als de gerechtelijke beslissing gelijkmatige huisvesting oplegt. Dat is bijzonder jammer, niet alle rechters beseffen dat deze beslissing fiscale co-ouderschap verplicht. De fiscus legt zich niet neer bij vonnissen waarin gelijkmatige huisvesting gecombineerd wordt met de beslissing om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij één ouder en eist dan toepassing van fiscaal co-ouderschap, wat regelrecht indruist tegen de beslissing van de rechter. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) wordt fiscaal co-ouderschap toegepast als de gehomologeerde overeenkomst duidelijk vermeldt dat de ouders kiezen voor gelijkmatige huisvesting en akkoord gaan om de belastingvrije sommen voor hun kinderen gelijk te verdelen.

Het belang van objectief berekende onderhoudsbijdragen

Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid, tenzij de modaliteiten sterk worden verbeterd. Gescheiden ouders kiezen in de meeste situaties beter voor de optie om de kinderen bij één ouder fiscaal ten laste te nemen, terwijl de andere ouder zijn of haar onderhoudsbijdragen fiscaal aftrekt. Tenminste als de onderhoudsbijdragen objectief berekend worden, bijvoorbeeld met de onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond of de daarvan afgeleide Pareto Simulator. Deze instrumenten houden immers terdege rekening met de gezinsfiscaliteit van beide ouders.

Yves Coemans werkt op de studiedienst van de Gezinsbond.

Onderzoek van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven toont aan dat co-ouderschap bij scheiding niet altijd de beste oplossing is. Deze keuze biedt veel voordelen voor de ouders, maar heeft grote nadelen voor de kinderen. Tot een gelijkaardige conclusie komt de studiedienst van de Gezinsbond. Ook fiscaal co-ouderschap is meestal niet de beste keuze omdat dit nadelig is voor beide ouders.De wet van 18 juli 2006 promoot na een scheiding de gelijkmatige huisvesting van de kinderen zodat ze even lang verblijven bij elke ouder. In de periode 2006 tot 2011 koos één op drie gescheiden koppels voor co-ouderschap. Twee derde van hen zelfs voor een gelijkmatige verblijfsregeling. Nog te vaak kiezen de meestverdienende ouders voor gelijkmatig verblijf voor hun kinderen omdat ze daarmee willen ontsnappen aan onderhoudsbijdragen (soms ook onderhoudsgeld of alimentatie genoemd). Zij denken: als we allebei onze kinderen even lang opvangen, leveren we elk een gelijkwaardige bijdrage en zijn er geen onderhoudsbijdragen te betalen. Klopt, maar alleen als beide ouders nagenoeg evenveel verdienen én als ze een gelijke bijdrage leveren in de verblijfsoverstijgende kosten zoals kleding, gezondheidszorg, communicatie en vervoer, cultuur en ontspanning én onderwijs. Als niet aan beide voorwaarden is voldaan, blijft een onderhoudsbijdrage noodzakelijk ook bij gelijkmatige huisvesting. Vanuit een gelijkwaardig ouderschap willen ouders ook graag de kinderbijslag en de fiscale voordelen voor kinderen ten laste in de personenbelastingen gelijk verdelen. Voor de kinderbijslag kan dit niet, tenzij deze wordt gestort op een kindrekening waar beide ouders aan kunnen. Voor de belastingen kan dat wel via fiscaal co-ouderschap.Bij fiscaal co-ouderschap staat de ouder bij wie de kinderen fiscaal ten laste zijn, de helft van de daaraan gekoppelde belastingvrije sommen af aan de andere. Deze belastingvrije sommen zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Fiscaal co-ouderschap is altijd nadelig vanaf drie kinderen. Logisch, met halve belastingvrije sommen stelt elke ouder zijn inkomen minder snel in een hogere belastingschijf belastingvrij aan een hogere aanslagvoet. Alleen voor 1 en 2 kinderen kan fiscaal co-ouderschap voordeliger zijn, op voorwaarde dat beide ouders belast worden als alleenstaande waardoor ze allebei de bijkomende belastingvrije som van 1.550 euro krijgen. In dat geval genieten ze samen jaarlijks rond de 400 euro meer belastingvoordeel. Als de meestverdienende ouder, ondanks de gelijkmatige huisvesting toch onderhoudsbijdragen betaalt, is het meestal interessanter om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij de andere ouder zodat de meest verdienende de betaalde bedragen voor 80% fiscaal kan aftrekken. Fiscaal co-ouderschap kan echter niet gecombineerd worden met de fiscale aftrek van onderhoudsbijdragen. Als de onderhoudsplichtige ouder toch eenzijdig beslist om de betaalde bijdragen fiscaal af te trekken, moet de andere ouder een bezwaarschrift indienen om de volledige belastingvrije sommen op te eisen. Anders blijft deze ouder slechts de helft van de belastingvrije sommen krijgen.Naast het lagere belastingvoordeel voor beide ouders samen, heeft fiscaal co-ouderschap nog andere nadelen. In nieuw-samengestelde gezinnen tellen, in de rangregeling voor de belastingvrije sommen, kinderen in fiscaal co-ouderschap alleen mee in het gezin van de ouder die de helft van de belastingvrije sommen afstaat en niet bij de andere. De ouder die de helft van de belastingvrije sommen krijgt, komt evenmin in aanmerking voor het terugbetaalbaar belastingkrediet. Dat is een negatieve belasting van 440 euro per jaar die de fiscus via het aanslagbiljet betaalt aan ouders die te weinig verdienen om hun belastingvrije sommen voor kinderen uit te putten.Fiscaal co-ouderschap wordt automatisch toegepast als de gerechtelijke beslissing gelijkmatige huisvesting oplegt. Dat is bijzonder jammer, niet alle rechters beseffen dat deze beslissing fiscale co-ouderschap verplicht. De fiscus legt zich niet neer bij vonnissen waarin gelijkmatige huisvesting gecombineerd wordt met de beslissing om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij één ouder en eist dan toepassing van fiscaal co-ouderschap, wat regelrecht indruist tegen de beslissing van de rechter. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) wordt fiscaal co-ouderschap toegepast als de gehomologeerde overeenkomst duidelijk vermeldt dat de ouders kiezen voor gelijkmatige huisvesting en akkoord gaan om de belastingvrije sommen voor hun kinderen gelijk te verdelen.Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid, tenzij de modaliteiten sterk worden verbeterd. Gescheiden ouders kiezen in de meeste situaties beter voor de optie om de kinderen bij één ouder fiscaal ten laste te nemen, terwijl de andere ouder zijn of haar onderhoudsbijdragen fiscaal aftrekt. Tenminste als de onderhoudsbijdragen objectief berekend worden, bijvoorbeeld met de onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond of de daarvan afgeleide Pareto Simulator. Deze instrumenten houden immers terdege rekening met de gezinsfiscaliteit van beide ouders.Yves Coemans werkt op de studiedienst van de Gezinsbond.