'Het is wat raar om promotie te voeren voor een boek over discretie', glimlacht filosoof, auteur en hispanist Peter Venmans. De man is het vleesgeworden onderwerp van zijn boek: een rustige verschijning, iemand die niet schroomt secondelang na te denken voordat hij antwoordt op een vraag. Zijn introverte, bedaarde aard zette hem mee aan het schrijven van Discretie - Essay over een vergeten deugd. 'Wie introvert is, heeft weleens last van een op extraversie ingestelde samenleving als de onze.' In die samenleving leest Venmans veel uitroepingstekens, hoort hij veel geroep en gedaas, ziet hij branie, lef en onversneden narcisme. En een soms doorgeschoten hang naar transparantie en openheid. 'We leven in een expositiesamenleving waarin we onszelf permanent documenteren en rücksichtslos in de openbaarheid werpen. Dat levert veel op in deze tijden - in een enkel geval zelfs de sleutel van het Witte Huis.' Venmans ziet zijn essay als daad van verzet tegen die 'geest van opdringerigheid', en een pleidooi voor de luwte.
...

'Het is wat raar om promotie te voeren voor een boek over discretie', glimlacht filosoof, auteur en hispanist Peter Venmans. De man is het vleesgeworden onderwerp van zijn boek: een rustige verschijning, iemand die niet schroomt secondelang na te denken voordat hij antwoordt op een vraag. Zijn introverte, bedaarde aard zette hem mee aan het schrijven van Discretie - Essay over een vergeten deugd. 'Wie introvert is, heeft weleens last van een op extraversie ingestelde samenleving als de onze.' In die samenleving leest Venmans veel uitroepingstekens, hoort hij veel geroep en gedaas, ziet hij branie, lef en onversneden narcisme. En een soms doorgeschoten hang naar transparantie en openheid. 'We leven in een expositiesamenleving waarin we onszelf permanent documenteren en rücksichtslos in de openbaarheid werpen. Dat levert veel op in deze tijden - in een enkel geval zelfs de sleutel van het Witte Huis.' Venmans ziet zijn essay als daad van verzet tegen die 'geest van opdringerigheid', en een pleidooi voor de luwte. Legt u eens uit wat discretie betekent. Peter Venmans: De oorsprong van het begrip ligt bij monastieke bewegingen en vloeide voort uit de vraag hoe die gemeenschap georganiseerd moest worden. De abt moest, als tussenpersoon tussen God en de religieuze polis, toezien op het samenleven van de monniken. Daarbij moest hij discretie aan de dag leggen, hij moest weten wanneer en hoe in te grijpen en wanneer niet. Het stond dus voor de gave van het onderscheidingsvermogen: wanneer wat doen, of net niet? In mijn boek beschrijf ik bijvoorbeeld hoe de vierde-eeuwse hervormer van het monastieke leven Johannes Cassianus paal en perk stelde aan het doorgeschoten ascetisme. Boetedoening werd voor sommige monniken een doel op zich, terwijl, zo betoogde Cassianus, het slechts een míddel is tot spirituele volmaaktheid. Die monniken waren niet langer discreet, want ze zagen niet langer waar het werkelijk om draait. En dus greep hij in. Ook aan de middeleeuwse en latere hoven was discretie erg belangrijk.Venmans: Dat waren heel gesloten gemeenschappen zonder link met de buitenwereld. De meest gesofisticeerde en uitgebreide hofhouding was die rond Versailles, ze bestond uit duizenden hovelingen. Het hof was een strijdtoneel, om te overleven moest je in de gunst blijven van de monarch rond wie alles draaide. De hoveling moest een voortdurend strategisch spel spelen en dus, in tegenstelling tot monniken, zelf zijn verstand gebruiken om zich in die gecodificeerde wereld te bewegen. Discretie was niet langer de besogne van de leider maar van de ondergeschikten. Was discretie dan een vorm van etiquette, een verzameling welomschreven regels?Venmans: Niet echt, want etiquette is formalisme en regels volgen. Discretie vergt net een elegante, zelfs sluwe manier om met die regels om te gaan. Je moest goed weten wanneer je je vertoonde en wanneer niet. Je kon niet weg uit die hofhouding, maar mocht ook niet voortdurend in de kijker lopen. Discretie was dus praktische wijsheid, overlevingskunst en succes weten te behalen. Dat is eigenlijk al een premodern fenomeen. Met de opkomst van de moderne wetenschappen in de zestiende en zeventiende eeuw krijgt discretie de betekenis die we er vandaag nog aan geven: terughoudendheid. Dat komt omdat dan een nieuwe, wetenschappelijke methode ontstaat om de wereld te onderzoeken en te beschrijven. Daaruit vloeit een nieuwe vorm van rationaliteit voort, een wetenschappelijke rationaliteit. Die wil alles weten, die kan zich niet binden aan de oude regels van de discretie die voorschrijven dat je niet alles wat je te weten kunt komen ook daadwerkelijk te weten moet willen komen. Ontstaat dan discretie als de kunst van wat u noemt 'het zich weten bewegen tussen binnen en buiten'?Venmans: Dat zit in het begrip ingebakken, ja. Als je discretie zou definiëren als permanente terughoudendheid, dan wordt het een terugtrekken uit de wereld. Dan is er geen sprake meer van samenleven. En discretie gaat net in de kern over het helpen regelen van het samenleven. Mijn vorige boek ging over 'amor mundi', een begrip van de joods-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt dat 'liefde voor de wereld' betekent. Discretie is daar een vorm van. Maar discretie is geen passievol engagement waarin je je volledig engageert, wel een waarin je afstand weet te bewaren en soepel weet te schakelen tussen engageren en terugtrekken. Waarom wilde u eigenlijk een boek over discretie schrijven?Venmans: Als reactie op onze hedendaagse manier van leven. We kennen tegenwoordig een grote drang naar absolute transparantie, naar openbaarheid en eerlijkheid. Daarom heet discretie in de ondertitel van dit boek 'een vergeten deugd'. Discretie heeft een ouderwetse, wat negatieve bijklank, terwijl ik het zie als een noodzakelijke correctie op onze zucht naar openheid. Discretie kan vermijden dat die tot een transparante hel verwordt. Hoe?Venmans: Het is een belangrijke bouwsteen van wat George Orwell, auteur van 1984, een van de beroemdste waarschuwingen tegen zo'n transparante hel noemt: common decency. Zo omschreef hij de menselijke waardigheid die we op een natuurlijke, spontane manier opbrengen in onze omgang met elkaar. Dat ging grotendeels verloren in de massamaatschappij en kreeg in de jaren 1930 zware klappen van de totalitaire regimes. Common decency is gestoeld op vertrouwen. Ik hoefde niet alles over u te weten om met u dit gesprek te voeren - die gedachte. De totalitaire regimes wilden wél alles weten van iedereen. Ze braken in in wat de Duitse filosoof Georg Simmel 'het psychische privébezit' van de mens noemde. Zo haalden ze het vertrouwen dat mensen in elkaar hebben onderuit. En dus de common decency en daarvan afgeleide deugden zoals discretie. Zijn Facebook en co. bedreigender voor 'het psychische privébezit' dan Stalin en Hitler ooit konden zijn?Venmans: Facebook is de ultieme poging om ons totaal te kennen. In de twintigste eeuw is de grootschalige politiek ontstaan om de menselijke ziel te doorgronden. Via marketing wil men onze geest binnendringen, hem helemaal openleggen en beschrijven, met de bedoeling hem te manipuleren. Het is de grote droom van de marketeers en van degenen die aan marketeers hun politiek koppelen om ons totaal te kennen. Zodat we - eindelijk! - perfect voorspelbaar zouden zijn. Dat streven naar transparantie bereikt nu een extreem hoogtepunt omdat de technologische middelen er zijn. Heel lang kon men alleen onze lichamen conditioneren - dat weet je als je legerdienst hebt gedaan. Maar die Gedanken waren frei: je moest in het leger of de fabriek doen wat je gezegd werd, maar je kon nog steeds zelf denken. Het ideale leger is er een van gedachtevrije soldaten. Ik denk en hoop dat het nooit zover komt, maar de technieken om ertoe te komen zijn tegenwoordig geraffineerder dan ooit. Moeten we dan wegblijven van sociale media om er niet door opgeslokt te worden?Venmans: Natuurlijk niet. Sociale media zijn voor ons wat de hofhouding aan Versailles was voor de hovelingen. Discretie kan ook hier soelaas bieden, want zoals ik zei is discretie de levenskunst van zich ergens soepel binnen en buiten te bewegen, het elegante samenspel van deelnemen en zich terugtrekken. We zijn toch helemaal niet verplicht om onszelf voortdurend te documenteren? Je kunt daar rationeel, op een ironisch-humoristische manier mee omgaan. Mensen spelen toch de hele tijd dat sociale spel? We hebben altijd een masker op. Dus nee, sociale media zijn geen doem. 'Alles wat ons lief is, heeft discretie nodig', schrijft u. Wat bedoelt u daarmee?Venmans: Een ouder kan uit de grote liefde voor zijn of haar kind overbeschermend worden en het kind versmachten. Liefde is niet alleen maar omhelzen en vastnemen. Liefde is ook af en toe de kans geven om iemand te laten zijn wie hij moet zijn, de ander aanvaarden zoals hij is - gebreken incluis. Iemand willen veranderen is geen teken van liefde. Zo zie ik ook de veranderzucht in de samenleving soms: als een gebrek aan liefde voor wat er is. Als we de kleine volkscafeetjes op de hoek hebben gemoderniseerd, dan is het omdat we ze niet graag genoeg zagen zoals ze waren. Noemt u daarom discretie een conservatieve waarde?Venmans: Iets willen veranderen is alvast het tegenovergestelde van terughoudendheid. Het interessante is dat conservatisme als bewarende kracht in de politiek dwars door links en rechts snijdt. Neem het klimaatdebat. Je kunt daarin conservatief en terughoudend zijn door te pleiten voor een levensstijl waarin je niet alles opsoupeert wat je hebt. Dat is het in se zeer behoudende verhaal van de klassieke groene beweging. Daartegenover staat Bart De Wever, zelfverklaard conservatief, met zijn progressief, neoliberaal pleidooi voor technologische vooruitgang als oplossing. Dat illustreert hoe rechts zich grotendeels in een kapitalistische vooruitgangslogica heeft genesteld. De neoconservatieven rond Ronald Reagan en George Bush sr. hebben dat rare mengsel gebrouwen door twee eigenlijk tegengestelde ideologieën te mengen: conservatisme en neoliberalisme, respectievelijk antiverlichting en doorgeslagen verlichting. U schrijft dat discretie geen puur altruïstische deugd is. Kun je discreet zijn uit egoïsme?Venmans: Discretie is een dubbelzinnig principe. Het gaat om de omgang met de ander, maar ook altijd om zelfbescherming: wie zich terughoudend opstelt tegenover een ander, wil ook zo behandeld worden. In onze samenleving bestaat iets wat ik 'altruïstische chantage' noem: de gedachte dat alleen altruïsme dat ten koste gaat van jezelf goed is. Altruïsme is blijkbaar iets wat enkel door heiligen kan worden gedaan. Maar ik gelóóf niet in zuivere deugden. Zuiverheid is het hoogste kwaad, ik huiver zelfs voor het zuiver goede. Discretie dwingt niet tot de keuze tussen egoïsme en altruïsme, discretie verenigt ze. Je respecteert de ander, en zo bescherm je jezelf en eis je het recht op een discrete behandeling op. Wanneer wordt discretie heimelijkheid?Venmans: Dat is moeilijk vast te pinnen. Discretie is schilderen in alle tinten grijs, niet enkel in zwart of wit. In deze tijd heet discretie weleens hypocrisie. Maar als een arts een beetje liegt of niet de hele waarheid zegt tegen een erg zieke patiënt, is dat dan hypocrisie? Je kunt dat moeilijk met rationele procedures afbakenen. Dit gaat over tact en aanvoelen. In de politiek blijken zulke regels wel nodig, zo blijkt uit schandalen over partijfinanciering of vergoedingen waar onduidelijke prestaties tegenover staan.Venmans: Het doet me denken aan de bijnaam van Francisco Franco: 'de man die het best kon zwijgen van Spanje'. Hij was natuurlijk niet discreet, hij was gewoon een dictator die zijn macht behield door geheimhouding. In een democratie eisen we transparantie. Terecht, maar zoals ik eerder zei kan dat ook doorschieten naar totalitarisme. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er geen noodzakelijke tegenstelling bestaat tussen de open society en het totalitarisme. Ik denk dat democratie best wat beslotenheid kan verdragen. Soms is die zelfs gewoon nodig om iets op te lossen. Neem de visa-affaire, die draait om de manier waarop ex-staatsecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) zijn zogenaamde discretionaire bevoegdheden heeft ingevuld bij het uitreiken van humanitaire visa aan Syrische oorlogsvluchtelingen. Hij bevond zich in de paradoxale situatie waarover in de wet staat dat ze niet in de wet is voorzien. Daardoor mocht hij naar eigen inzicht werken, bijvoorbeeld met tussenpersonen. Dat kan in een democratie, zolang daar op een gegeven ogenblik ook rekenschap over wordt gegeven. Francken ondervindt nu hoe lastig dat kan zijn. Bestaan er discrete helden?Venmans: (lacht) Dat is een contradictio in terminis, natuurlijk. De held toont zich net graag. Verzetsfiguren kun je wel zo noemen. Zoals Nicholas Winton, ook wel de 'Britse Schindler' genoemd. In 1939 redde hij 669 joodse kinderen het leven in het door de nazi's bezette Tsjechoslowakije. Hij deed dat uiteraard in alle verborgenheid én zweeg daar dan nog eens bijna 50 jaar over, tot zijn vrouw een lijst vond met foto's en namen van die kinderen. Op YouTube kun je een bijzonder aangrijpende fragment zien waarin hij wordt gelauwerd. Zonder dat hij het wist, was hij omringd door een dertigtal ondertussen ook al bejaarde kinderen die hij heeft gered, of hun nazaten. Die man is, om Hannah Arendt eens fout te citeren, een voorbeeld van de banaliteit van het goede. Het is een morele held, die niet als held poseert.