'Het ergst van al', zegt Gerard Bodifee terwijl hij naar de watersportclub aan de overkant van het water wijst, 'vind ik het gedreun en gebrom van die disco's daar. Ik word er agressief van, terwijl ik helemaal geen agressieve man ben.'
...

'Het ergst van al', zegt Gerard Bodifee terwijl hij naar de watersportclub aan de overkant van het water wijst, 'vind ik het gedreun en gebrom van die disco's daar. Ik word er agressief van, terwijl ik helemaal geen agressieve man ben.' In het huis van Gerard Bodifee, langs het Albertkanaal in Lummen, klotst de kennis tot tegen de plafondlijsten op. Zijn woonkamer is een oceaan van boeken. Alles van Dostojevksi, veel Goethe, Max Havelaar, kasten vol titels over astronomie, fysica en filosofie. Een biografie in boekenruggen is het, de ene al wat meer verkreukeld dan de andere. Al zijn hele leven verenigt Bodifee moeiteloos de twee zielen die in zijn borst huizen, die van sterrenkundige en die van filosoof, en op zijn vierenzeventigste knettert zijn geest als nooit tevoren: hij werkt aan een vertaling van een Latijnse tekst van Johannes Kepler en bracht zojuist een boek over de vrije wil uit. Helaas is er het lawaai, altijd weer dat lawaai. Van de windmolens, de F-16's, de graafmachines van de wegenwerken iets verderop, de jetski's op het kanaal, het nachtelijk vertier. 'Ik vind het heel belangrijk dat ik me af en toe kan afsluiten van de buitenwereld, om me helemaal op mijn binnenwereld te richten. Maar het omgevingsgeluid doordringt alles, het rumoer eist steeds weer voorrang op.' Zelfs uw harnas van boeken kan er niet tegen op? Gerard Bodifee: (lacht) Helaas niet. De boeken houden de meeste vibraties tegen, maar de lage frequenties van die disco's lijken eerder door de grond naar binnen te komen dan via de lucht. Het heeft meer met aardbevingen te maken dan met muziek. Het begint te daveren en even later zit het als het ware in mijn buik. Het maakt me rusteloos, omdat er niets tegen te beginnen valt, je kunt je er onmogelijk van afschermen. Ik zou oorkleppen kunnen opzetten, maar dat gaat me te ver. De wereld zelf moet tot rust komen, vind ik. Weerspiegelt het lawaai het moderne geestesleven? Bodifee: Ik denk het wel. Mensen kunnen steeds moeilijker met stilte om, lawaai is een collectieve verslaving geworden. Je voelt dat er behoefte is aan rust en bezinning, maar tegelijk wordt de wereld alleen maar luider, alleen maar sneller. Kalmeer nu eens, denk ik vaak, vooral als ik me in het verkeer begeef. Waar racen we met zijn allen naartoe? We zouden integendeel wat meer thuis moeten blijven, in plaats van de hele tijd onderweg te willen zijn. Thuis voltrekt zich het goede leven, niet op kantoor of in de fabriek. Ja maar, zullen veel mensen zeggen, we hebben toch behoefte aan sociaal contact? Akkoord, maar met al ons hectisch gedoe gaat dat sociaal contact nu toch ook al grotendeels verloren? Het echte sociale contact speelt zich af in de buurt waar je leeft, met je buren, je familie en je vrienden. We zouden ons wat minder moeten bewegen en wat meer tot een zekere roerloosheid moeten komen. Uw gsm staat bijna nooit aan, liet u me van tevoren weten. Bodifee: Ik heb al mijn hele leven een ontzettende hekel aan telefoneren en de gsm is al helemaal een gruwel. Het zal wel handig en nuttig zijn af en toe, ik geloof het best, maar vroeger leefden we minstens zo comfortabel als nu, zonder dat ding dat ons continu stoort. Bent u in de verkeerde eeuw geboren? Bodifee: Ja en nee. Ik krijg vaak het verwijt dat ik niet van deze tijd ben. Dan denk ik: is dat zo erg? Deze tijd gaat toch ook weer voorbij? We moeten allemaal eigentijds zijn, slaafs meegaan met onze tijd. Dat hoeft toch niet? Ik mag toch wat langer verwijlen in het verleden of verlangen naar een verre toekomst, en dit stadium overslaan? We moeten hem echt niet zo veel tirannieke macht geven, die tijd van nu. Anderzijds verheug ik me ook over de mooie dingen die deze tijd heeft voortgebracht. Ik ben bijvoorbeeld een heel intens gebruiker van het internet. Bijna alles wat ooit gepubliceerd is, vind je er terug, het is een goudmijn van informatie. De combinatie van Google en Wikipedia is volgens mij nog belangrijker voor de ontwikkeling van cultuur dan de uitvinding van de boekdrukkunst. Films, muziekconcerten: ook die kun je er in steeds betere kwaliteit bekijken en beluisteren. Een groot deel van de dag breng ik dus op internet door. Nu verrast u me. Bodifee:(op dreef) Waar ik ook zo van hou, is dat het internet zo'n wilde biosfeer is. Bijna een levend organisme. Een collectief planetair bewustzijn, in een primitieve staat van wildheid. Er zijn nog niet te veel regels, iedereen kan erop zetten wat hij of zij wil. Dat betekent natuurlijk dat er ontzaglijk veel onzin op staat, soms gevaarlijke onzin, maar oké: dat is het risico. Als je in de jungle rondloopt, is het ook gevaarlijk. Wanneer hebt u voor het laatst kippenvel gekregen door iets van schoonheid? Bodifee: Gisterenavond nog. Samen met mijn vrouw ben ik Jozef en zijn broers aan het lezen, van Thomas Mann. We hebben elk een exemplaar en we lezen het aan elkaar voor, om de beurt een pagina. Op die manier beleven we het boek veel intenser. Hoe Mann de oude beschaving tot leven wekt, zo onvoorstelbaar mooi. Op bijna elke bladzijde krijg ik kippenvel. En onlangs heb ik via YouTube de muziek van Ben Webster ontdekt. Prachtige jazzmuziek, die ik zonder internet nooit had leren kennen. Of ik zelf muziek speel? Af en toe wat saxofoon, maar alleen als niemand luistert. Bevrijdt uw geest zich 's nachts nog altijd van zijn boeien, zoals u in uw boek Nocturnes hebt geschreven? Bodifee: Ik hou ontzettend van de nacht, dat is nog altijd zo. De dag is mooi en kleurrijk en warm en behaaglijk, maar 's nachts opent de wereld zich pas echt. Het wordt redelijk stil, hoewel er altijd nog wel vliegtuigen overkomen, en je kunt het heelal veel beter bekijken. Al die sterren, al dat licht: wat een indrukwekkend, soms zelfs huiveringwekkend schouwspel dat zich boven je hoofd ontvouwt. Het blijft een overweldigend beeld. Niet alleen visueel, maar ook door wat je voelt en wat daar spreekt. Het gaat daarboven om werelden waarbij de aarde in het niets verdwijnt. Al onze geschiedenissen, alles wat we hier meemaken, is slechts een onbeduidend voorvalletje in dat enorme heelal dat je elke nacht zomaar met je blote oog kunt aanschouwen. U bent geen vroege slaper? Bodifee: Ik heb al jaren de vaste gewoonte om rond drie uur te gaan slapen. In de voormiddag ben ik mentaal amper aanwezig, in de namiddag kom ik op gang en 's nachts ben ik helemaal op dreef. Mijn vrouw kruipt meestal wat vroeger in bed, dan zit ik hier alleen te lezen, te schrijven of naar boven te kijken, zo heb ik toch enkele rustige, stille uren. Hebt u de kracht van het denken altijd al verkozen boven de spierkracht? Bodifee: Ja, maar ik ben heel blij dat andere mensen wel hun spierkracht gebruiken, en ik heb er ook een geweldige bewondering voor. Onlangs moest ons dak vernieuwd worden en toen zat ik hier met open mond naar de dakwerker te kijken: wat die man allemaal kon! En met hoeveel liefde hij zijn werk uitvoerde! De hele dag door was hij problemen aan het oplossen, aan het nadenken, en tegelijk loste hij die problemen ook zelf op, met zijn handen én zijn verstand. Ik zou er gek van worden, ik kan nog geen nagel in de muur kloppen. U hebt zich ooit geout als sporthater. Bodifee: Voetballen, hardlopen, fietsen, hoogspringen: zo'n nutteloze besteding van je spieren. Als je dan toch per se je spieren wilt gebruiken, doe er dan tenminste iets nuttigs mee. Ieder zijn hobby, doe maar, maar ik heb er geen zin in. Mijn vrouw zou graag hebben dat ik wat meer wandel, maar van wandelen wordt mijn geest juist onrustig. Dan denk ik: ik loop hier te slenteren, op weg van nergens naar nergens, terwijl ik evengoed een boek zou kunnen lezen. Op school had ik al een hekel aan de turnlessen, een echte plaag vond ik dat, en nu vallen ze de kinderen er blijkbaar nog meer mee lastig. Die cultus van het fitte lijf is nog zo'n uitwas van onze hedendaagse cultuur, in vroeger tijden hechtte men daar zo veel belang niet aan. Ze zouden hun tijd beter gebruiken om kennis op te doen dan om te sporten, het is zo al erg genoeg gesteld met ons onderwijs. (zwijgt, dan lachend:)Ik heb één keer in mijn leven een goal gemaakt. We moesten voetballen op de speelplaats en ik deed maar wat mee, met dat doelloos achter die bal aanlopen en er zo hard mogelijk op trappen, en ineens vloog hij erin, juist op het moment dat niemand keek. Veel vreugde heb ik er niet bij beleefd, ik vond het maar verloren tijd. Veel liever keek ik naar de sterren of zat ik met mijn neus in de boeken. Als kind was u een devoot misdienaar. Waarin zat de aantrekkingskracht van de kerk? Bodifee: In het gevoel van het sacrale, het hogere, het ultieme. De religiositeit trok me geweldig aan. De Latijnse gezangen, de wierook, de gewaden, de plechtige rituelen. Ik wilde tot die wereld behoren. Pas op: toen ik jong was, zag de liturgie er nog compleet anders uit dan vandaag. Het flauwe theater van nu, met al die slappe teksten, ligt me helemaal niet. Het verwondert me niet dat er geen kat meer naar de mis gaat, de kerk laat het helemaal afweten. U vertrouwt op het goede van dit bestaan en op basis daarvan engageert u zich in deze wereld, hebt u ooit gezegd. Waarin schuilt dat engagement? Bodifee: Als je als gelovige tot de conclusie komt dat je bestaan goed is, omdat God het zo gewild heeft, stel je meteen ook vast dat het eigenlijk niet goed is. Er is ziekte, honger, onrecht, noem maar op. Daarom moeten wij ons inzetten om datgene wat niet goed is goed te maken. In de christelijke terminologie komt dat neer op naastenliefde, het helpen van je medemens vanuit een altruïstische inzet, niet door aan jezelf te denken. U schrijft boeken. Qua engagement valt dat nog wel mee. Bodifee: Zoals iedereen faal ik. Ik schiet elke dag tekort. In plaats van hier gezellig met jou te zitten keuvelen zou ik ook de mouwen kunnen opstropen en aan de slag gaan, ik weet het. Ik zou van alles kunnen doen om mensen te helpen, er is zo veel ellende in de wereld. Wat me tegenhoudt? (denkt na) Ik geloof in het idee van een levensweg, een pad dat voor elk van ons is uitgetekend. En blijkbaar ligt het niet op mijn weg om de daklozen in Brussel te helpen, maar schrijf ik liever boeken over het feit dat we dat zouden moeten doen. Daarom zei ik daarnet ook: ik besef dat ik tekortschiet. Inmiddels hebt u meer dan twintig boeken op uw naam. Wat heeft al dat denken u gebracht? Bodifee: Dat ik nog meer verslaafd ben geraakt aan het denken. Ik zit over zo veel dingen na te denken, het houdt gewoon niet op. Het is heel fijn om dat te mogen doen, het voelt als een privilege dat ik zo veel mag denken. Het sociale werk is misschien belangrijker, akkoord, maar blijkbaar loopt mijn levensweg langs het denken. Je bent nu eenmaal wie je bent en je gemaakte keuzes kun je niet herdoen. Mocht ik opnieuw zeventien zijn, ik zou juist dezelfde studiekeuze maken, die van de astrofysica. Ik voelde me heel sterk aangetrokken tot de sterren en wilde er alles over weten. Van mijn overtuiging van toen is nog niets verdwenen. Staat uw lichaam uw geest soms in de weg? Bodifee: Ja. Het lichaam is onmisbaar, we hebben het nodig om te functioneren en het is bovendien maar de vraag waar de scheidslijn tussen lichaam en geest precies ligt, maar het kan ook lastig zijn. Je lichaam kan ziek worden, pijn hebben, vermoeid zijn. Je moet vaak toegevingen doen aan je lichaam, en dat gaat altijd ten koste van je geest. Anderzijds vind ik het lichaam een fantastisch mooie machine. Waartoe is dat lijf van ons allemaal niet in staat! Het is dus nogal redelijk dat het af en toe zijn eisen stelt. En ik heb bovendien het geluk dat mijn lichaam nog goed mee wil. Ik ben niet meer van de jongsten, maar tot nog toe is het allemaal behoorlijk feilloos verlopen, op een paar kleine strubbelingen na. Bent u bang om uw verstandelijke helderheid te verliezen? Bodifee: Ja, maar helaas is dat een onafwendbaar verschijnsel. Het is simpelweg een van de vele manieren waarop je lichaam aftakelt. Met het ouder worden besef je dat dat moment dichterbij komt, maar tegelijk ben je ook dankbaar om al die jaren waarin het nog niet is gebeurd. Toen ik jong was, had ik meer angst voor de dood dan nu. Op mijn dertigste dacht ik: als ik nu een ziekte krijg, is het binnenkort met mij gedaan, dat kan toch niet, ik heb nog niets met mijn leven uitgericht. Vandaag ben ik vooral dankbaar om alles wat al geweest is. Het bestaan is als oudere veel comfortabeler dan als jongere. 'Het boek van het leven wordt gelezen naar zijn ontknoping toe', hebt u ooit gezegd. Bent u benieuwd naar het slot? Bodifee: 'Benieuwd' is een te zwak woord. Daarvoor ben ik er te intens bij betrokken. Ik hoop nog vele jaren te mogen leven, maar het kan ook morgen voorbij zijn. Dat weet je niet. Dan rest er alleen nog de kwestie van 'het daarna'. Als je het puur lichamelijk, materieel bekijkt, is de situatie vrij simpel: na mijn dood treedt er eenzelfde toestand in als voor mijn geboorte, ik ben er gewoon niet. Maar de tijdelijkheid van het lichamelijke leven houdt niet in dat alles in een verdwijning uitmondt. Ik zie het leven als een rivier. Elk moment is als een druppel die voorbij stroomt, maar de rivier zelf gaat niet voorbij. In de monding, het bereiken van de oceaan, ligt de uiteindelijke bestemming van het bestaan. Een ontknoping die, voor u en voor mij, nu nog in de toekomst ligt.