Waarheid is een van die immens grote filosofische thema's waar ze tot dusver liever van wegbleef, zo staat in het voorwoord van het essay dat Alicja Gescinska schreef voor de Maand van de Filosofie, die vanwege de coronacrisis deze week online wordt afgetrapt. 'Een filosoof vragen om een essay te schrijven over waarheid, dat is zoals een bioloog vragen: doe iets met het dierenrijk', vertelt Gescinska via Skype. 'Je kunt zoveel richtingen uit. Wat is waarheid en wanneer kunnen we over waarheid spreken? Een antwoord geven op die vragen is veel moeilijker dan je op het eerste gezicht zou denken. Mensen zeggen vaak: als je het kunt zien, dan is het waar. Waarmee ze bedoelen dat een uitspraak correspondeert met de werkelijkheid. Maar wat is de werkelijkheid? En wat bedoelen we met corresponderen? (lacht) Enzovoort.'
...

Waarheid is een van die immens grote filosofische thema's waar ze tot dusver liever van wegbleef, zo staat in het voorwoord van het essay dat Alicja Gescinska schreef voor de Maand van de Filosofie, die vanwege de coronacrisis deze week online wordt afgetrapt. 'Een filosoof vragen om een essay te schrijven over waarheid, dat is zoals een bioloog vragen: doe iets met het dierenrijk', vertelt Gescinska via Skype. 'Je kunt zoveel richtingen uit. Wat is waarheid en wanneer kunnen we over waarheid spreken? Een antwoord geven op die vragen is veel moeilijker dan je op het eerste gezicht zou denken. Mensen zeggen vaak: als je het kunt zien, dan is het waar. Waarmee ze bedoelen dat een uitspraak correspondeert met de werkelijkheid. Maar wat is de werkelijkheid? En wat bedoelen we met corresponderen? (lacht) Enzovoort.' We leven in een post-truthsamenleving, hoor je vaak, waarin emoties belangrijker zijn dan feiten, waarheid van secundair belang is en nepnieuws, alternatieve feiten en desinformatie welig tieren. Klopt dat? Alicja Gescinska: Nogal wat mensen kenmerken de tijd waarin we leven inderdaad als post-truth. Ze doelen daarmee op de leugens die via de politiek en de media de huiskamers binnenkomen. Leugen en waarheid lijken bovendien nog moeilijk van elkaar te onderscheiden. Tweets die exact het tegenovergestelde beweren, staan vlak onder elkaar. Kranten schrijven diametraal tegenovergestelde dingen. Op den duur lijkt het dan alsof de waarheid niet meer bestaat. Maar leugens en misleiding hebben altijd deel uitgemaakt van het leven. Daarom heet mijn essay ook Kinderen van Apate, naar de godin van de misleiding die ontsnapte toen de doos van Pandora werd geopend. Wij zijn allemaal nazaten van Apate. Toch hoeven we de term post-truth niet zomaar af te voeren. Hij zegt wel degelijk iets over onze tijd. Natuurlijk logen de Romeinen ook. Maar dankzij de sociale media kunnen leugens vandaag veel sneller en op veel grotere schaal worden verspreid. Donald Trump heeft bijna 82 miljoen volgers. Met één tweet kan de president van Amerika per direct miljoenen mensen een leugen voorschotelen. Dat is ongezien. U gaat in uw essay via een omweg te werk. U ontleedt de leugen om te begrijpen wat waarheid is. Gescinska: In het dagelijkse taalgebruik geldt de leugen als het tegendeel van de waarheid. Daarom wijd ik een groot deel van het essay aan wat ik de anatomie van de leugen noem. Ik wil laten zien dat de dingen vaak complexer liggen. In het verhaal Le mur schrijft Jean-Paul Sartre over Pablo die gevangen genomen werd tijdens de Spaanse Burgeroorlog en wacht op zijn executie. Hij kan aan het vuurpeloton ontsnappen als hij de schuilplaats van een kompaan vrijgeeft. Pablo piekert daar niet over, maar besluit, voor de grap en om zijn bewakers te treiteren, een valse schuilplaats op te geven. Tot zijn grote verbazing wordt Pablo vervolgens niet weggevoerd. Door een stom toeval bevond zijn kompaan zich namelijk wel op die schuilplaats. Dat betekent dus dat je tegelijk kunt liegen en de waarheid vertellen. En dat de intentie om te misleiden heel belangrijk is om te bepalen of het om een leugen gaat. Iets wat feitelijk waar is, kan een leugen zijn, en omgekeerd? Gescinska: De oude Grieken, die in het bestaan van de goden geloofden, waren heus niet allemaal pathologische leugenaars. Net zomin als de mensen die ervan overtuigd waren dat de aarde plat is. Zelfs iemand die vandaag beweert dat de aarde plat is, liegt niet noodzakelijk. Maar mensen kunnen zich natuurlijk ook niet helemaal achter hun intenties wegsteken. Je kunt vandaag niet meer beweren: ik geloof oprecht dat de aarde plat is en daarmee is de kous af. Als je in waarheid wilt leven en de dingen wilt begrijpen, heb je ook de opdracht om jezelf met zo veel mogelijk informatie te verrijken. Niet elke leugen houdt een moreel faillissement in. Als je in communistische landen zei dat je niet wist waarmee je buurman bezig was, dan was je misschien aan het liegen, maar stelde je wel een moreel goede daad. Hetzelfde met liegen over de schuilplaats van Joden in de Tweede Wereldoorlog. We moeten dus de context bekijken om te beoordelen wanneer liegen moreel verwerpelijk is. Als we terugkeren naar de politiek en het publieke debat: veel mensen hebben het gevoel dat de leugen regeert. Gescinska: Er is veel mis met de politiek en het publieke debat. Maar ik ga niet akkoord met het wijdverbreide idee dat alle politici leugenaars zijn en de politiek per definitie een leugenachtig beroep is, terwijl wij, de burgers, eerlijk zijn. Wij zijn allemaal mee verantwoordelijk voor de maatschappij en voor de politici die ons besturen. U geeft het voorbeeld van de Canadese schrijver en hoogleraar Michael Ignatieff. Zodra die in de politiek stapte, besefte hij dat hij niet meer werd vertrouwd, hoewel hij dezelfde dingen bleef zeggen. Gescinska: Dat is herkenbaar. (lacht) Waarom denken we eigenlijk van een wetenschapper in een witte jas onmiddellijk dat hij de waarheid spreekt en van een politicus dat hij liegt? Niemand is volledig onafhankelijk. Wetenschappers werken ook voor farmaceutische bedrijven, en er is ook vriendjespolitiek aan een universiteit, in een uitgeverij of in een journalistiek bastion. Ook wetenschappers en experts vielen van hun voetstuk in de algemene afkeer van autoriteit en elites die de post-truthmaatschappij kenmerkt. Maar waarnemers zagen in de coronacrisis de triomfantelijke terugkeer van de expert. Gescinska: Ik heb daar een dubbel gevoel bij. De experts hebben inderdaad een grote rol gespeeld, misschien zelfs een té grote rol. Ik vind het raar dat een viroloog komt uitleggen hoe we moeten leven. Beleidsmaatregelen moeten door een politicus worden gecommuniceerd. Hebben mensen door corona ook meer vertrouwen in de wetenschap gekregen? Ik vermoed dat er ook veel wantrouwen is. Want neem tien virologen en je kunt tien verschillende analyses krijgen. Dat kan ook niet anders. Het is niet omdat we weten dat er 20 doden zijn, 100 patiënten op intensive care en 500 nieuwe besmettingen, dat we ook weten hoe we moeten leven. Dat kun je niet rechtstreeks afleiden uit de statistieken. Dat vraagt een interpretatie, een mensbeeld. Hoe beoordeelt u de heisa over de mondmaskers? Volgens sommigen zouden politici en experts de bevolking in eerste instantie hebben voorgelogen. Gescinska: Het is heel lastig om de intenties van anderen te beoordelen. We zijn niet helderziend en dat is op zich ook niet zo erg. Belangrijk is wel dat we bedachtzamer worden voordat we iemand op de brandstapel gooien. Ik vind het geen halszaak dat iemand heeft gezegd: nu niet allemaal naar de apotheek rennen voor een mondmasker, en een paar weken later: misschien is het toch iets veiliger mét een mondmasker als social distancing niet kan. Sorry, de middeleeuwen zijn voorbij. Kunnen we niet eerst even rustig ademhalen en ons afvragen waarom dit zo werd aangepakt? Misschien was het wel heel verstandig om in eerste instantie mondmaskers te ontraden. Maar ben je de bevolking niet aan het voorliegen als je staande houdt dat maskers nutteloos zijn, terwijl de echte reden misschien is dat je wilt dat de schaarse maskers bij de juiste personen terechtkomen? Gescinska: Waren die maskers op dat moment van de lockdown wel zo nuttig voor het grote publiek? Ik ben absoluut tegen je bevolking voorliegen, laat dat duidelijk zijn. Maar ik denk dat wij te krampachtig hebben gereageerd. Ik vond die mondmaskerheisa bijna kwaadwillig. Journalisten bleven zodanig doordrammen dat ik me afvroeg: wil men niet meedenken? Het is toch duidelijk? Of is het zo belangrijk een mea culpa te horen en bevestigd te worden in je eigen gelijk? We leven in een koppensnellersmaatschappij. Als achteraf blijkt dat mondkapjes in de buitenlucht toch 0,1 procent verschil uitmaken, dan willen we het hoofd van minister Maggie De Block (Open VLD). Maar we wisten niet wat er met corona op ons afkwam. Daarom moeten we toch een beetje mild oordelen over de politici en experts die ons door de crisis hebben geloodst. Het siert beleidsmakers natuurlijk als ze kunnen toegeven dat sommige dingen beter hadden gekund. Jammer genoeg is niet iedereen daartoe in staat. De leugen, schrijft u, is niet het tegenovergestelde van waarheid, maar van waarachtigheid. Daarmee bedoelt u zoiets als: de intentie om eerlijk en oprecht te zijn? Gescinska: Waarachtigheid bevat twee dimensies. Er is om te beginnen waarachtigheid tegenover jezelf, wat we ook authenticiteit noemen. Je kunt jezelf beliegen en dingen wijsmaken. En dan is er waarachtigheid tegenover anderen, wat hetzelfde is als oprechtheid. Zonder geloof in de waarachtigheid van andere mensen is communicatie gewoonweg onmogelijk. Ik moet kunnen geloven dat jij meent wat je zegt. Een dokter die zegt dat je kanker hebt, kan niet even later uitroepen: grapje! En als jij bij de bakker een glutenvrij brood vraagt, moet je erop kunnen vertrouwen dat die je ook een glutenvrij brood verkoopt. Ik verwijs in mijn essay naar de uitspraak van Emmanuel Levinas: 'L'essence du discours est éthique' - het wezen van spreken is ethisch. Waarachtigheid als grondhouding in de communicatie met anderen, daar stoelt heel ons samenleven op. En ook onze vrijheid hangt ervan af. Landen waar mensen heel weinig vrijheid genieten, denk aan communistische landen of dictaturen, zijn vaak ook landen waar je niet mag zeggen wat je echt denkt. Maar u schrijft ook dat de opkomst van populisten wereldwijd laat zien dat liegen geen windeieren legt. Gescinska: Liegen loont. Maar veel populisten die vandaag aan de macht zijn en die de leugens aaneenrijgen, zijn door ons verkozen. Bovendien is Trump uiteraard een leugenaar en een slechte president, maar Barack Obama geldt in Vlaanderen dan weer als een halve heilige. Geloven we echt dat Obama nooit heeft gelogen? We vergeven leugens veel sneller als die in ons politieke kraam passen. Aan de ene kant betreuren mensen dat de waarheid vandaag aan devaluatie onderhevig is, maar aan de andere kant lijken ze rotsvast te geloven dat hun waarheid ook dé waarheid is. Gescinska: Mensen leven vandaag niet volgens 'ieder zijn waarheid', maar volgens 'mijn waarheid is beter dan jouw waarheid'. Dat zie je in de politiek, maar ook vaak in de journalistiek. Waarheidsclaims worden bijna dictatoriaal uitgevochten. Terwijl de waarheid over wie we zijn, hoe we moeten leven en wat goed is voor de samenleving, altijd in dialoog met andere mensen tot stand komt. U eindigt uw essay met een pleidooi voor de filosofische twijfel als basisattitude. Gescinska: Ik denk inderdaad dat we veel meer filosofische twijfel nodig hebben. Daarmee bedoel ik niet dat we allemaal boeken van Plato of Hegel moeten lezen, wel dat we ons de socratische methode eigen moeten maken en onszelf kritischer ter discussie moeten stellen. Als je ervan overtuigd bent dat iets zo is, waarom denk je dat dan precies? Een goede filosofische vragensteller kan niet blij zijn met gewoon: het is zo. Die blijft vragen stellen. Waarom is het zo? Is het wel goed zo? En omarm de verschillen. Ik zou willen dat politici vaker van mening verschillen, ook binnen partijen. Partijen zijn te veel eenheidsworsten geworden waarin iedereen hetzelfde moet zeggen. De debatfiches! Gescinska: Stap daar toch van af. Neem authentieke politici en laat ze voor zichzelf denken en spreken voor wie ze zijn. Andersdenkenden zijn een verademing. Het ergste wat je kunt doen als mens, is je omringen met mensen die precies hetzelfde denken als jij. Je gaat niet vooruit en je leert niets bij. Tijdens de coronacrisis vroegen sommigen zich af of de vrijheidsberoving door de overheid wel legitiem en proportioneel was. U hebt veel over vrijheid geschreven - hoe staat u hier tegenover? Gescinska: Vrijheid is een vaak verkeerd begrepen concept. Om vrij te kunnen zijn, heb je contouren nodig. Vrijheid bestaat altijd binnen grenzen. Dat klinkt contra-intuïtief en daarom hebben mensen bij begrenzingen vaak het gevoel dat ze van hun vrijheid worden beroofd. In de filosofie is er een simpel voorbeeld. Stel, je hebt een maatschappij met schapen en wolven. Als iedereen vrij rondloopt, zullen de wolven de schapen opeten. Dus zijn de schapen gebaat met hekken, zodat ze van hun vrijheid kunnen genieten zonder te worden opgepeuzeld. Je mag niet drinken onder een bepaalde leeftijd, je mag niet rijden boven een bepaalde snelheid: veel begrenzingen in onze maatschappij zijn bedoeld om mensen vrij te maken - vrij van alcoholverslaving, vrij van verkeersongelukken. In de coronacrisis heeft de politiek beslist om onze vrijheid drastisch te begrenzen. Niet om te treiteren, maar om mensenlevens te beschermen. Daar vragen bij stellen is volstrekt legitiem en precies wat we als burgers zouden moeten doen. Ik vind eigenlijk dat er heel weinig debat was. Nochtans was het eigenlijke doel van de lockdown niet zo heel duidelijk. Gingen we de verspreiding van het virus tegen? Wilden we de ziekenhuizen niet overbelasten? Dan mag je toch de vraag stellen of de prijs van de lockdown niet te hoog is: meer kindermisbruik, meer alcoholisme, meer huiselijk geweld, toenemende werkloosheid, stijgende armoede en ga zo maar door. Sommigen vroegen zich ook af of de hele maatschappij op slot moest om het leven van voornamelijk hoogbejaarde, vaak al zieke mensen nog een beetje te verlengen? Gescinska: Hoe pijnlijk ook, dat is een legitieme vraag. Er zijn grenzen aan wat een mensenleven kan kosten in de maatschappij. Je kunt dat moeilijk kwantificeren, maar je mag ook niet blind zijn: het geld groeit niet aan de bomen. Anders zouden we alle ziektes en alle medicijnen voor iedereen onbeperkt terugbetalen. Nogmaals: wat is het doel? Het leven zo lang mogelijk rekken? Zorgen dat mensen een goed leven hebben? En wat is een goed leven? Natuurlijk wil niemand tachtig- en negentigjarigen zomaar dood, maar als je weet dat een lockdown grote sociale, economische en psychologische ellende veroorzaakt, kun je daar de ogen niet voor sluiten. Ik heb het antwoord niet, maar ik vind wel dat we naar het totaalplaatje moeten kijken. En het is jammer dat mensen die wel het lef hadden om vragen te stellen, zijn neergesabeld. Open VLD-politica Els Ampe werd een psychiatrische patiënt genoemd. Dat is zo unfair. Ga gewoon niet akkoord en start het debat. Je kunt als politicus of als burger niet goed functioneren als je nooit de openheid van geest hebt om te denken: misschien heeft de ander gelijk. En zelfs als de ander ongelijk heeft, dan kunnen we onze eigen mening toch nog verder proberen te nuanceren. Dat is voor mij ook burgerzin. In dialoog kunnen treden met je medemens zonder te schuimbekken. Na meer dan 2000 jaar beschaving zouden we daar toch toe in staat mogen zijn.