'Een halve minuut na mijn val wist ik al dat ik nooit meer zou lopen', zegt Filip Raymaekers (55). Een jaar geleden, op 3 februari 2017, was hij met vrienden uit zijn dorp op skireis in het Zwitserse Laax. 'De mist was die dag zo dik als erwtensoep', vertelt hij. 'Omdat er zo geen lol aan was, wilden we koffie gaan drinken in het dal.' Tijdens de afdaling liep het mis. Raymaekers verloor de controle over zijn ski's en viel keihard op zijn rug. 'Het lukte me niet overeind te krabbelen, ik voelde mijn benen niet meer. Omdat ik als advocaat dwarslaesiepatiënten had verdedigd, wist ik hoe laat het was: ik zou de rest van mijn leven in een rolstoel zitten.'
...

'Een halve minuut na mijn val wist ik al dat ik nooit meer zou lopen', zegt Filip Raymaekers (55). Een jaar geleden, op 3 februari 2017, was hij met vrienden uit zijn dorp op skireis in het Zwitserse Laax. 'De mist was die dag zo dik als erwtensoep', vertelt hij. 'Omdat er zo geen lol aan was, wilden we koffie gaan drinken in het dal.' Tijdens de afdaling liep het mis. Raymaekers verloor de controle over zijn ski's en viel keihard op zijn rug. 'Het lukte me niet overeind te krabbelen, ik voelde mijn benen niet meer. Omdat ik als advocaat dwarslaesiepatiënten had verdedigd, wist ik hoe laat het was: ik zou de rest van mijn leven in een rolstoel zitten.' Raymaekers vertelt zijn verhaal, niet wars van ironie en bijwijlen zelfs galgenhumor, in zijn woonkamer in Veltem. Hij zit in zijn elektrische rolstoel aan tafel. Aan zijn ene hand is een buisje bevestigd waaruit hij kan drinken, aan de andere hand een stylus waarmee hij zijn smartphone bedient. De arts die hem in een Zwitserse traumakliniek opereerde, dacht dat hij zowel zijn armen als handen nooit meer zou kunnen bewegen. 'Ondertussen is gebleken dat mijn armen het nog wel doen, maar mijn handen dus niet. Misschien vind ik dat nog wel erger dan het feit dat ik in een rolstoel zit', bedenkt hij. 'Dat ik niet kan typen, niets kan vastpakken en de bladzijden van een boek niet kan omslaan, heeft een veel grotere impact op mijn leven. Zeker op mijn beroepsleven.' Al na twee dagen werd Raymaekers van Zwitserland naar het UZ Leuven overgevlogen. Daar lag hij dan in zijn ziekenhuisbed, met oeverloos veel tijd om na te denken. 'Heel moeilijke dagen', herinnert hij zich. 'Er waren zelfs momenten dat ik dacht dat ik mijn val beter niet had overleefd. Gelukkig heb ik die knop heel snel omgedraaid. Ik had geen keuze. Wilde ik nog iets voor mijn vrouw, kinderen, familie en vrienden betekenen, dan mochten die negatieve gevoelens het niet van me overnemen.' Het was in diezelfde ziekenhuiskamer dat hij zich voornam om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan. Na dertig jaar in de advocatuur was hij een jaar voor zijn val als rechter aan de slag gegaan bij de Leuvense rechtbank van eerste aanleg. 'Ik deed dat werk ontzettend graag en kon niet wachten om naar het gerechtshof terug te keren. Om recht te spreken heb je in de eerste plaats je hoofd nodig, en het mijne werkt nog prima', zegt hij met een lach. Een bezoek van de Gentse raadsheer Jan Doom, die ook in een rolstoel zit, overtuigde hem er definitief van dat werken ook voor hem haalbaar was. 'Als Jan zijn werk vanuit zijn rolstoel kon doen, waarom zou ik dat dan niet kunnen? Het grote verschil is dat hij zijn handen kan gebruiken en ik niet. Maar dat hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn.' Ondertussen heeft hij samen met Doom en andere juristen die in een rolstoel zitten de vzw Law opgericht, die zich bezighoudt met de problemen van rolstoelgebruikers. Halfweg februari vorig jaar verhuisde Raymaekers naar revalidatiecentrum Pellenberg. Tijdens de weekends, die hij al snel thuis mocht doorbrengen, bleek dat er het een en ander aan zijn woning zou moeten veranderen. Tot de slaapkamer was aangepast, sliep hij in een ziekenhuisbed in de woonkamer, en hij kocht een tillift. Ondertussen is er ook een plafondlift geïnstalleerd en zijn drie gewone deuren vervangen door schuifdeuren die hij met zijn smartphone kan openmaken. 'Dat zijn geen grote verbouwingen, maar goedkoop waren ze toch niet. Gelukkig kun je voor veel van die aanpassingen een vergoeding krijgen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Al moet je daarvoor wel een lijst van tachtig pagina's doorploegen om te achterhalen waar je recht op hebt. Bovendien volstaan de meeste vergoedingen niet. Met het bedrag voor de aanpassing van een douche, bijvoorbeeld, kun je bij wijze van spreken nog geen kraan kopen.' Filip Raymaekers had dan nog het geluk dat zijn huis kón worden verbouwd. Sommige woningen zijn daarvoor te klein of onpraktisch, en huurders vallen al helemaal uit de boot. 'Mensen met wie ik in het revalidatiecentrum zat, moesten daarom naar een woonzorgcentrum verhuizen. Voor hun ongeval hadden ze een normaal gezinsleven, een paar maanden later moesten ze tussen de bejaarden gaan wonen. Omdat hun huis niet kon worden aangepast of omdat er niemand was om voor hen te zorgen. Gelukkig heb ik een sterke vrouw en kinderen die voor me klaarstaan.' Omdat zijn handen niet meer werken, kan Raymaekers niet alleen thuisblijven. Heeft hij honger, dan kan hij de koelkast niet openmaken. Laat hij iets vallen, dan kan hij het niet oprapen. Als zijn vrouw er niet is, moet er dus iemand anders bij hem zijn. Zoals zijn broer, die hem vandaag gezelschap houdt. Om mensen daarvoor te vergoeden, heeft hij recht op een zogenaamd persoonsvolgend budget (PVB). 'Op papier is dat een mooi systeem', zegt hij. 'Tot je er zelf mee aan de slag moet. De aanvraagprocedure alleen al is onbegonnen werk. Zelfs voor een jurist als ik. De overheid heeft een speciale instantie, de dienst Ondersteuningsplan (DOP), in het leven geroepen om mensen daarbij te helpen. Veel absurder kan toch niet?' Al snel viel het verdict. Raymaekers zou jaarlijks recht hebben op wat hij zelf 'een zeer aanzienlijk bedrag' noemt. 'Dat lijkt heel mooi. Tot je bij het addertje komt: dat bedrag krijg je alleen "als er middelen zijn". Omdat ik in prioriteitengroep 2 in plaats van 1 ben ingedeeld, weet ik niet wanneer dat geld effectief zal worden gestort. Volgend jaar? Over drie jaar? Ondertussen kan ik de vrienden en familieleden op wie ik soms een beroep doe, dus niet vergoeden. Als zij al tijd hebben, want die mensen hebben het zo al druk met hun werk en gezin. In de praktijk komt het grootste deel van de zorg bij mijn vrouw en kinderen terecht.' Waarom komt een man die in een rolstoel zit en zijn handen niet kan bewegen, niet automatisch in de hoogste prioriteitengroep terecht? 'Omdat ze ervan uitgaan dat ik een heel groot netwerk heb dat altijd voor me klaarstaat. Daarvoor baseren ze zich op de beginperiode, toen ik nog in het revalidatiecentrum lag. Maar gaandeweg is die hulp verminderd - zo gaat dat nu eenmaal. Wel krijg ik nog altijd heel veel mentale steun van vrienden en familieleden. Het voelt zoals een zanger die tijdens een optreden in het publiek springt en zich door honderden handen laat dragen. Maar dat is nog iets anders dan praktische hulp.' Omdat hij aanvankelijk niet goed begreep waarom hij prioriteit 2 kreeg opgeplakt, ging hij op zoek naar meer uitleg. 'Als rechter moet je je vonnis altijd beargumenteren, maar in de brief van het VAPH vond ik geen enkele toelichting. Sterker nog: er valt kop noch staart aan te krijgen. Ik heb mensen van mijn vroegere advocatenkantoor ingeschakeld en zij hebben contact gezocht met het VAPH. Tevergeefs.' Uiteindelijk vond zijn raadsman de criteria, verstopt op de site van het agentschap. 'Als jurist ben ik nog vertrouwd met dat soort teksten, maar een gewone burger snapt er waarschijnlijk geen fluit van. Geen wonder dat de meeste mensen zich dan maar bij de beslissing neerleggen.' Raymaekers deed dat niet: hij vroeg een herziening aan en hoopt nu alsnog in de gegeerde categorie 1 te worden ingedeeld. Sinds half oktober vorig jaar is Raymaekers weer thuis in Veltem. Af en toe heeft hij nog moeilijke momenten. Vooral als hij erge zenuwpijnen heeft of wordt geconfronteerd met iets wat hij niet meer kan. Toch wil hij weer aan de slag. 'Ik wil de samenleving iets teruggeven', zegt hij. 'Dat ik nog kan functioneren, komt doordat er zoveel diensten zijn die dat mogelijk maken. Je zult in mijn situatie maar in Zimbabwe wonen.' Raymaekers is nog twaalf jaar van zijn pensioen verwijderd en als het aan hem ligt, zal hij tot die tijd blijven werken. 'Wat zou ik anders met mijn tijd moeten doen?' Op 28 februari keert hij terug naar de Leuvense rechtbank. Al is dat nu een pak minder evident dan voor zijn ongeval. Een tijd geleden trok hij naar zijn oude werkplek om de hindernissen op te lijsten die hij moet overwinnen om in zijn kantoor of in de zittingszaal te raken. 'Ik kan niet zelf naar de rechtbank rijden of op de liftknop duwen, deuren openen of mijn badge tegen een lezer houden. Nu is er bij de FOD Justitie wel een dienst diversiteit waarbij ik terechtkan en komt de VDAB tussenbeide voor mijn woon-werkverkeer en de aanpassing van mijn werkpost hier thuis. Daarnaast heb ik het voordeel dat mijn voorzitter bereid is al het mogelijke te doen opdat ik weer aan de slag kan.' Zo kreeg het Leuvense stadsbestuur de vraag om de stoep voor het gerechtsgebouw toegankelijk te maken voor rolstoelgebruikers. Het gebouw zelf aanpassen blijkt minder haalbaar. Om Raymaekers toe te laten zelfstandig in zijn bureau te komen, zou er een tiental deuren moeten worden vervangen en zou ook de lift moeten worden aangepast. 'Dat is natuurlijk niet redelijk meer. Daarom hebben we afgesproken dat ik drie of vier dagen per week thuis zal werken. Wanneer ik naar de rechtbank ga, zullen mensen van de technische dienst me van het parkeerterrein naar mijn kantoor begeleiden.' Toch kijkt hij met enige zenuwachtigheid naar zijn eerste werkdag. 'Zal ik een begeleider krijgen? Zal er iemand zijn om mijn dossiers in te scannen zodat ik ze op een scherm kan lezen? Ook als het om een bouwdossier gaat dat zes ringmappen beslaat? En wat moet ik doen als ik iets wil noteren of mijn badge moet bovenhalen? Op dit moment wordt nog onderzocht of er geld is om een assistent aan te werven.' Inhoudelijk is er volgens hem niet zoveel veranderd. Hij is nog altijd dezelfde rechter. 'Ik kan me voorstellen dat mensen die moeten voorkomen, raar zullen opkijken als ze mij in mijn elektrische rolstoel zien zitten', zegt Raymaekers. 'Maar ik denk niet dat ik slachtoffers anders zal behandelen als ik me over hun schadevergoeding moet uitspreken. Al weet ik nu natuurlijk nog beter wat het inhoudt om verlamd te zijn en in een rolstoel te zitten. Zoals een rechter in arbeidszaken zich beter in een werknemer met rugklachten kan inleven als hij zelf last van zijn rug heeft. Rechtspreken blijft uiteindelijk mensenwerk.'