De onderzoekers, die verbonden zijn aan het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) en de vzw Pro Velo, wilden nagaan of het fietsgebruik in onze hoofdstad daadwerkelijk in de lift zit en zo ja, in welke mate. Ze onderzochten daartoe verschillende bronnen en benaderingswijzen om het fietsgebruik in Brussel en de recente ontwikkeling daarvan te kwantificeren. Hoewel de enquêteresultaten over de woon-werkverplaatsingen afkomstig zijn van versnipperde gegevens, bevestigen ze een duidelijke en constante groei van het aandeel van de werknemers die met de fiets naar het werk gaan sinds het begin van de jaren 2000, stelden Amandine Henry, Thomas Ermans en Fanny de Smet d'Olbecke vast. "Dit aandeel is groter en groeit ook sneller voor de verplaatsingen uitsluitend binnen het Brussels Gewest, waarbij relatief korte afstanden worden afgelegd en die zich dus goed lenen voor het gebruik van de fiets", zeggen ze. De onderzoekers bogen zich onder andere over de gegevens van de vzw Pro Velo, die sinds de jaren 1990 op verschillende locaties in Brussel tussen 8 en 9 uur in de week het aantal fietsers telt. Volgens de vzw steeg het aantal getelde fietsers op alle locaties tussen 2013 en 2019 van ongeveer 16.000 naar meer dan 36 000, wat overeenkomt met een gemiddeld groeipercentage van 14 procent per jaar. Maar hoewel deze cijfers een duidelijke tendens aantonen, geven ze niet echt een volledig beeld van de situatie, aldus de onderzoekers. Ze verdiepten zich daarom in heel wat andere uiteenlopende bronnen. Die bevestigen allen een plotse stijging van het fietsgebruik op de weg van en naar het werk. Wat het huidige modale aandeel van de fiets betreft - dat wordt berekend door het aantal verplaatsingen per fiets in verband te brengen met alle verrichte verplaatsingen, ongeacht de verplaatsingswijze - signaleren ze een gebrek aan betrouwbare gegevens voor een juiste becijfering. Maar, vervolgen de onderzoekers, ook hier is duidelijk dat de fiets aan terrein gewonnen heeft, zowel in verhouding tot de populatie die de fiets gebruikt, als in verhouding tot de verplaatsingen. Toch blijft het resultaat, in vergelijking met heel wat andere steden, ietwat teleurstellend en is er nog veel marge voor verbetering. De belangrijkste groeifactor op dit vlak is de herstelling van het evenwicht van de openbare ruimte en de ontwikkeling van specifieke infrastructuur, zeggen ze. De onderzoekers verwachten dat de acties die tijdens de huidige coronacrisis werden genomen om het fietsverkeer te stimuleren, ertoe zullen bijdragen dat het fietsgebruik de komende maanden in een stroomversnelling zal geraken. Al wijzen ze er tegelijk op dat het afwachten is in hoeverre deze infrastructuur en nieuwe mobiliteitsgewoonten ook na de crisis behouden zullen blijven. (Belga)

De onderzoekers, die verbonden zijn aan het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) en de vzw Pro Velo, wilden nagaan of het fietsgebruik in onze hoofdstad daadwerkelijk in de lift zit en zo ja, in welke mate. Ze onderzochten daartoe verschillende bronnen en benaderingswijzen om het fietsgebruik in Brussel en de recente ontwikkeling daarvan te kwantificeren. Hoewel de enquêteresultaten over de woon-werkverplaatsingen afkomstig zijn van versnipperde gegevens, bevestigen ze een duidelijke en constante groei van het aandeel van de werknemers die met de fiets naar het werk gaan sinds het begin van de jaren 2000, stelden Amandine Henry, Thomas Ermans en Fanny de Smet d'Olbecke vast. "Dit aandeel is groter en groeit ook sneller voor de verplaatsingen uitsluitend binnen het Brussels Gewest, waarbij relatief korte afstanden worden afgelegd en die zich dus goed lenen voor het gebruik van de fiets", zeggen ze. De onderzoekers bogen zich onder andere over de gegevens van de vzw Pro Velo, die sinds de jaren 1990 op verschillende locaties in Brussel tussen 8 en 9 uur in de week het aantal fietsers telt. Volgens de vzw steeg het aantal getelde fietsers op alle locaties tussen 2013 en 2019 van ongeveer 16.000 naar meer dan 36 000, wat overeenkomt met een gemiddeld groeipercentage van 14 procent per jaar. Maar hoewel deze cijfers een duidelijke tendens aantonen, geven ze niet echt een volledig beeld van de situatie, aldus de onderzoekers. Ze verdiepten zich daarom in heel wat andere uiteenlopende bronnen. Die bevestigen allen een plotse stijging van het fietsgebruik op de weg van en naar het werk. Wat het huidige modale aandeel van de fiets betreft - dat wordt berekend door het aantal verplaatsingen per fiets in verband te brengen met alle verrichte verplaatsingen, ongeacht de verplaatsingswijze - signaleren ze een gebrek aan betrouwbare gegevens voor een juiste becijfering. Maar, vervolgen de onderzoekers, ook hier is duidelijk dat de fiets aan terrein gewonnen heeft, zowel in verhouding tot de populatie die de fiets gebruikt, als in verhouding tot de verplaatsingen. Toch blijft het resultaat, in vergelijking met heel wat andere steden, ietwat teleurstellend en is er nog veel marge voor verbetering. De belangrijkste groeifactor op dit vlak is de herstelling van het evenwicht van de openbare ruimte en de ontwikkeling van specifieke infrastructuur, zeggen ze. De onderzoekers verwachten dat de acties die tijdens de huidige coronacrisis werden genomen om het fietsverkeer te stimuleren, ertoe zullen bijdragen dat het fietsgebruik de komende maanden in een stroomversnelling zal geraken. Al wijzen ze er tegelijk op dat het afwachten is in hoeverre deze infrastructuur en nieuwe mobiliteitsgewoonten ook na de crisis behouden zullen blijven. (Belga)