De zware industrie, denk aan de productie van staal, cement, aluminium en glas, is verantwoordelijk voor bijna een derde van de CO2-uitstoot in ons land. Ook het zwaar transport en de scheepvaart zijn vervuilers. Om die sectoren voelbaar te vergroenen is groene waterstof nodig, waterstof geproduceerd aan de hand van groene energie zoals zon en wind. Die zijn het best voorhanden in regio's als het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Europa. Ons land importeert nu echter vooral fossiele energiebronnen. In 2019 werd 92 procent van het Belgische primaire energieverbruik gedekt door invoer van olieproducten, gas en uranium. De federale regering wil een ommezwaai naar groene waterstof. "Groene waterstof importeren is voor ons land de goedkoopste manier en noodzakelijk voor de energieswitch naar 100 procent hernieuwbare energie en klimaatneutraliteit tegen 2050", maakt minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) zich sterk. Bovendien vermijden we zo dat we te afhankelijk worden van bepaalde regimes, stipt ze aan. De federale regering heeft intussen al een akkoord met Oman en er lopen gesprekken met Chili en Namibië. Om de import van "vloeibare zon en wind" verder te faciliteren bouwt de federale regering een waterstofstrategie uit. Die werd vandaag afgeklopt op de ministerraad en nadien door Van der Straeten voorgesteld op een persconferentie. De strategie houdt onder meer in dat er een netwerk wordt uitgebouwd waarmee geïmporteerde waterstof tot in de industriële clusters kan worden getransporteerd. Daarvoor moet in 2026 100 tot 160 kilometer pijpleiding worden aangelegd. Het gaat daarbij vooral om 'missing links' tussen bestaande leidingen die zich al in en rond de industriële clusters bevinden. De regering mikt daarmee ook op een positie als invoer- en doorvoerhub voor groene waterstof in Europa en een voortrekkersrol op vlak van waterstoftechnologieën. Concreet wil de regering tegen 2030 tussen de 3 en 6 terawattuur per jaar aan hernieuwbare moleculen invoeren, wat ongeveer overeenkomt met de productie van één kerncentrale. Tegen 2050 moet dat tussen de 100 en 165 TWh worden. De strategie wordt gefinancierd met geld uit het Energietransitiefonds dat onderzoek en ontwikkeling op vlak van energie moet aanmoedigen. Daaruit wordt jaarlijks een bedrag van 20 tot 30 miljoen euro voorzien. Daarnaast komt er nog eens 60 miljoen euro, waarvan 50 miljoen uit het Belgische herstelplan dat met Europees geld wordt gefinancierd. Volgens het Europese onderzoeksprogramma FCH-JU, dat staat voor Fuel Cells and Hydrogen Joint Undertaking, kan waterstof in België 1,1 miljard euro aan meerwaarde creëren, tot 1,8 miljoen ton CO2 per jaar besparen tegen 2030 en 10.000 jobs creëren, stipt Van der Straeten aan. "Wat goed is voor het klimaat, is goed voor bedrijven en goed voor iedereen", besluit ze. (Belga)

De zware industrie, denk aan de productie van staal, cement, aluminium en glas, is verantwoordelijk voor bijna een derde van de CO2-uitstoot in ons land. Ook het zwaar transport en de scheepvaart zijn vervuilers. Om die sectoren voelbaar te vergroenen is groene waterstof nodig, waterstof geproduceerd aan de hand van groene energie zoals zon en wind. Die zijn het best voorhanden in regio's als het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Europa. Ons land importeert nu echter vooral fossiele energiebronnen. In 2019 werd 92 procent van het Belgische primaire energieverbruik gedekt door invoer van olieproducten, gas en uranium. De federale regering wil een ommezwaai naar groene waterstof. "Groene waterstof importeren is voor ons land de goedkoopste manier en noodzakelijk voor de energieswitch naar 100 procent hernieuwbare energie en klimaatneutraliteit tegen 2050", maakt minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) zich sterk. Bovendien vermijden we zo dat we te afhankelijk worden van bepaalde regimes, stipt ze aan. De federale regering heeft intussen al een akkoord met Oman en er lopen gesprekken met Chili en Namibië. Om de import van "vloeibare zon en wind" verder te faciliteren bouwt de federale regering een waterstofstrategie uit. Die werd vandaag afgeklopt op de ministerraad en nadien door Van der Straeten voorgesteld op een persconferentie. De strategie houdt onder meer in dat er een netwerk wordt uitgebouwd waarmee geïmporteerde waterstof tot in de industriële clusters kan worden getransporteerd. Daarvoor moet in 2026 100 tot 160 kilometer pijpleiding worden aangelegd. Het gaat daarbij vooral om 'missing links' tussen bestaande leidingen die zich al in en rond de industriële clusters bevinden. De regering mikt daarmee ook op een positie als invoer- en doorvoerhub voor groene waterstof in Europa en een voortrekkersrol op vlak van waterstoftechnologieën. Concreet wil de regering tegen 2030 tussen de 3 en 6 terawattuur per jaar aan hernieuwbare moleculen invoeren, wat ongeveer overeenkomt met de productie van één kerncentrale. Tegen 2050 moet dat tussen de 100 en 165 TWh worden. De strategie wordt gefinancierd met geld uit het Energietransitiefonds dat onderzoek en ontwikkeling op vlak van energie moet aanmoedigen. Daaruit wordt jaarlijks een bedrag van 20 tot 30 miljoen euro voorzien. Daarnaast komt er nog eens 60 miljoen euro, waarvan 50 miljoen uit het Belgische herstelplan dat met Europees geld wordt gefinancierd. Volgens het Europese onderzoeksprogramma FCH-JU, dat staat voor Fuel Cells and Hydrogen Joint Undertaking, kan waterstof in België 1,1 miljard euro aan meerwaarde creëren, tot 1,8 miljoen ton CO2 per jaar besparen tegen 2030 en 10.000 jobs creëren, stipt Van der Straeten aan. "Wat goed is voor het klimaat, is goed voor bedrijven en goed voor iedereen", besluit ze. (Belga)