In 2014 ondertekende een aantal politieke kopstukken het Fifty-Fifty-manifest, een pleidooi voor de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de politiek. Maar nauwelijks was die handtekening gezet of daar was de regering-Michel I, een regering met twaalf mannen en twee vrouwen. Op dat vlak betekent De Croo I alvast een breuk. Met tien vrouwelijke ministers en staatssecretarissen heeft ons land voor het eerst een perfect gendergelijke regering.
...

In 2014 ondertekende een aantal politieke kopstukken het Fifty-Fifty-manifest, een pleidooi voor de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de politiek. Maar nauwelijks was die handtekening gezet of daar was de regering-Michel I, een regering met twaalf mannen en twee vrouwen. Op dat vlak betekent De Croo I alvast een breuk. Met tien vrouwelijke ministers en staatssecretarissen heeft ons land voor het eerst een perfect gendergelijke regering. Bieke Purnelle, directeur van RoSa, het Kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen, kan niet anders dan tevreden zijn. 'Al zou het vanzelfsprekend moeten zijn', zegt ze. 'Een team dat verantwoordelijk is voor het besluitvormingsproces in een samenleving zou altijd een weerspiegeling van die samenleving moeten zijn. Daar zijn we nog lang niet.' 'En dat is trouwens niet alleen een principiële kwestie. In landen waar meer vrouwen politieke mandaten bekleden belanden een aantal thema's die klassiek als vrouwenthema's worden gezien, makkelijker op de politieke agenda. Ik denk bijvoorbeeld aan de combinatie arbeid en zorg, geweld tegen vrouwen of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vrouwen worden daar vaker mee geconfronteerd en zijn logischerwijs dan ook sneller geneigd om die thema's op de agenda te zetten. Diverse regeringen zijn ook effectiever. Onderzoek toont aan dat diverse teams betere beslissingen nemen. Dat gaat dan niet alleen over gender, maar ook over leeftijd of etnische achtergrond. Hoe diverser een team, hoe breder de waaier aan perspectieven.' Het genderevenwicht in de nieuwe federale regering kan ook toeval zijn. Het was niet vanwege haar gender dat Petra De Sutter minister voor Groen werd en Kristof Calvo niet. Bieke Purnelle:Ongetwijfeld zal er toeval mee gemoeid zijn, maar ik zou niet onderschatten hoezeer dit thema leeft, vooral bij progressieve partijen. Die denken daar echt wel over na, ook vanuit een electorale strategie. Ze weten dat hun kiezers daar gevoelig voor zijn. En die gevoeligheid is sinds de verkiezing van Donald Trump alleen maar groter geworden. Je merkt dat thema's die te maken hebben met gender en diversiteit aan een relance begonnen zijn. Omdat ze sinds Trump nog urgenter zijn geworden. Het kernkabinet van De Croo I is wél onevenwichtig samengeteld. Tegenover zes mannen staan daar, met Sophie Wilmès (MR) en Petra De Sutter, twee vrouwen. Purnelle: Datzelfde mechanisme zie je ook op het lokale niveau. Vrouwen zijn vrij goed vertegenwoordigd in de schepencolleges, tot het over de post van burgemeester of hardere thema's gaat en je vaak nog een zwaar mannelijk overwicht ziet. In het bedrijfsleven is het niet anders. Je kunt de vraag stellen waarom dat nog altijd zo is. Aan onze universiteiten studeren vandaag meer vrouwen dan mannen af. Je zou verwachten dat zich dat toch vertaalt in meer evenwicht aan de top. De Waalse regering moet uit minstens een derde mannen en minstens een derde vrouwen bestaan. Purnelle: In een ideale wereld zijn regeringen vanzelf min of meer evenwichtig samengesteld. Maar we leven niet in die wereld. Dan zijn quota een manier om op korte tijd resultaten te boeken. Noem ze een noodzakelijk kwaad.