Het samenwerkingsprotocol kadert in de verdere uitbouw van de strategische samenwerking tussen de federale politie en de Staatsveiligheid. "Het biedt ook een antwoord op de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen, die nogmaals het belang onderstreepte van de internationale samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten in de strijd tegen terrorisme", benadrukt Marc De Mesmaeker, commissaris-generaal van de federale politie. De verbindingsofficieren van de federale politie in het buitenland beschikken over een netwerk aan contacten. Daardoor kunnen ze, binnen het kader van hun bevoegdheden, ondersteuning bieden aan de Staatsveiligheid bij de uitvoering van hun missies. Omgekeerd kan de VSSE hen bijstaan in hun taken door hen achtergrond en analyses te bezorgen om de context waarbinnen ze werken toe te lichten. Het protocol regelt alle praktische details voor de uitwisseling van dergelijke informatie en expertise tussen de twee diensten. De Staatsveiligheid beschikt momenteel niet over vaste verbindingsofficieren in het buitenland. "Het samenwerkingsprotocol kunnen we beschouwen als een voorlopige oplossing om daaraan tegemoet te komen", zegt Jaak Raes, het hoofd van de VSSE. "Het is een stap voorwaarts in de goede samenwerking die nu al bestaat tussen de VSSE en de federale politie en het zorgt voor een optimalisatie van de bestaande informatie-uitwisseling." Ook Marc De Mesmaeker, commissaris-generaal van de federale politie, vindt dat het protocol bijdraagt aan een verbeterde samenwerking. Het protocol formaliseert ook de systematische uitwisseling van expertise tussen de twee diensten die plaatsvindt vóór het vertrek van een verbindingsofficier van de federale politie naar het buitenland. Daarnaast bevestigt het protocol ook het principe om geclassificeerde informatie verkregen van buitenlandse inlichtingendiensten, onder bepaalde voorwaarden en volgens bepaalde procedures door te geven aan de politie. (Belga)

Het samenwerkingsprotocol kadert in de verdere uitbouw van de strategische samenwerking tussen de federale politie en de Staatsveiligheid. "Het biedt ook een antwoord op de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen, die nogmaals het belang onderstreepte van de internationale samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten in de strijd tegen terrorisme", benadrukt Marc De Mesmaeker, commissaris-generaal van de federale politie. De verbindingsofficieren van de federale politie in het buitenland beschikken over een netwerk aan contacten. Daardoor kunnen ze, binnen het kader van hun bevoegdheden, ondersteuning bieden aan de Staatsveiligheid bij de uitvoering van hun missies. Omgekeerd kan de VSSE hen bijstaan in hun taken door hen achtergrond en analyses te bezorgen om de context waarbinnen ze werken toe te lichten. Het protocol regelt alle praktische details voor de uitwisseling van dergelijke informatie en expertise tussen de twee diensten. De Staatsveiligheid beschikt momenteel niet over vaste verbindingsofficieren in het buitenland. "Het samenwerkingsprotocol kunnen we beschouwen als een voorlopige oplossing om daaraan tegemoet te komen", zegt Jaak Raes, het hoofd van de VSSE. "Het is een stap voorwaarts in de goede samenwerking die nu al bestaat tussen de VSSE en de federale politie en het zorgt voor een optimalisatie van de bestaande informatie-uitwisseling." Ook Marc De Mesmaeker, commissaris-generaal van de federale politie, vindt dat het protocol bijdraagt aan een verbeterde samenwerking. Het protocol formaliseert ook de systematische uitwisseling van expertise tussen de twee diensten die plaatsvindt vóór het vertrek van een verbindingsofficier van de federale politie naar het buitenland. Daarnaast bevestigt het protocol ook het principe om geclassificeerde informatie verkregen van buitenlandse inlichtingendiensten, onder bepaalde voorwaarden en volgens bepaalde procedures door te geven aan de politie. (Belga)