De koning stuurde Reynders en Vande Lanotte op 30 mei het veld in. Ze kregen de opdracht "om de uitdagingen waar ons land voor staat te identificeren en om de mogelijkheden en de noodzakelijke voorwaarden tot de vorming van een federale regering na te gaan". In het kader van hun opdracht "onderhouden zij contacten met de verantwoordelijken voor de onderhandelingen in de gewesten en gemeenschappen". Een eerste tussentijds verslag volgde op 6 juni, toen hun missie met tien dagen werd verlengd. Het duo werkte sindsdien in alle discretie. Tijdens een persconferentie gaven ze aan dat ze nog contacten zouden leggen met het Planbureau en met organisaties in de strijd tegen armoede. Uiteraard waren er ook nog politieke contacten, maar gesprekken met Vlaams Belang, PVDA en het cdH waren er sowieso niet meer bij. Vandaag/maandag volgt een nieuw verslag op het Paleis. Een nieuwe verlenging van de opdracht lijkt niet onlogisch. Het is duidelijk dat de gesprekken op de verschillende niveaus niet van mekaar los kunnen worden gezien en binnen de gewesten is het einde van de voorbereidende fase nog niet in zicht, behalve dan in Brussel. In Wallonië ligt een derde onderhandelingsronde in het verschiet, terwijl die in Vlaanderen net is begonnen. Bovendien is het onduidelijk wat er zou moeten volgen indien Reynders en Vande Lanotte hun opdracht nu zou worden afgesloten. Iemand anders het veld insturen, in welke functie dan ook, zou dienen om een versnelling hoger te schakelen of zelfs een formatie aan te vatten. En daarvoor lijkt het in deze fase nog te vroeg. (Belga)