De federale regeringsvorming zit al sinds vlak na de verkiezingen volledig in het slop. En daar lijken voorlopig vooral de extreme partijen van te profiteren. Extreemrechts stijgt in Vlaanderen van 18,7 procent bij de verkiezingen in mei naar 28 procent, mochten er nu vervroegde verkiezingen zijn. Een stijging van bijna 10 procentpunt dus, al is het resultaat min of meer een status quo in vergelijking met een tussentijdse peiling in december vorig jaar, toen het Vlaams Belang ook al aan 27,3 procent van de kiesintenties kwam. De marxistische PVDA springt dan weer van 5,6 procent van de stemmen in mei naar 9,3 procent van de kiesintenties nu. De grote verliezer in Vlaanderen lijkt de N-VA te zijn. Kopstuk Jan Jambon kon dan wel een Vlaamse regering vormen met Open Vld en CD&V, maar wordt daar schijnbaar niet voor beloond. De Vlaams-nationalisten zouden volgens de peiling nog 20,7 procent van de stemming halen, bijna 5 procentpunt minder dan het resultaat van mei. Ook CD&V en Open Vld kunnen hun Vlaamse regeringsdeelname voorlopig niet verzilveren. De liberalen zakken weg van 13,5 procent in mei tot net iets meer dan 10 procent nu. De CD&V, die met Joachim Coens een nieuwe voorzitter aan het roer kreeg, haalt nog 11,7 procent van de kiesintenties. Dat is 2,5 procentpunt minder dan in mei. In vergelijking met de tussentijdse peiling in december doen CD&V en Open Vld het wel iets beter. N-VA moet daarentegen bijna 1,5 procentpunt prijsgeven. Ook Groen staat op verlies. De ecologisten zouden nu nog 8,8 procent van de stemmen halen, tegenover 9,8 procent in mei. In vergelijking met de peiling van december zakken ze zelfs met bijna 2 procentpunt. Sp.a peilt op 9,6 procent van de stemmen. Dat is minder dan de 10,8 procent van mei, maar wel een kleine remonte in vergelijking met de peiling van 8,9 procent in december. In Franstalig België is de PVDA de grote stijger. De marxisten halen daar nu 18,6 procent van de stemintenties, bijna 5 procentpunt hoger dan het resultaat in mei. Ecolo lijkt dan weer wat van haar pluimen te verliezen. De groenen peilen weliswaar op 15,5 procent, ruim een halve procentpunt meer dan in mei, maar boeken wel verlies in vergelijking met de peiling van 17,2 procent eind vorig jaar. De MR houdt stand, met 19,6 procent in de peilingen tegenover 20,5 procent in mei. Dat geldt ook voor de PS, die met Elio Di Rupo de Waalse minister-president levert. De Franstalige socialisten peilen op 25,5 procent, een sprongetje van 1,7 procentpunt in vergelijking met de peiling van december. De linkse partijen - PS, Ecolo en PVDA - halen in Wallonië nu samen virtueel bijna 60 procent van de stemmen. De humanisten van cdH peilen op 7,5 procent, meer dan 3 procentpunt minder dan in mei. DéFI komt voor het eerst sinds lang weer boven de virtuele kiesdrempel, met 5,1 procent. De peiling van Ipsos is uitgevoerd bij een representatief staal van meer dan 2.400 Belgen van wie 958 in Vlaanderen tussen 4 en 9 maart. De foutenmarge bedraagt ongeveer 3,2 procent voor de resultaten in Vlaanderen. (Belga)

De federale regeringsvorming zit al sinds vlak na de verkiezingen volledig in het slop. En daar lijken voorlopig vooral de extreme partijen van te profiteren. Extreemrechts stijgt in Vlaanderen van 18,7 procent bij de verkiezingen in mei naar 28 procent, mochten er nu vervroegde verkiezingen zijn. Een stijging van bijna 10 procentpunt dus, al is het resultaat min of meer een status quo in vergelijking met een tussentijdse peiling in december vorig jaar, toen het Vlaams Belang ook al aan 27,3 procent van de kiesintenties kwam. De marxistische PVDA springt dan weer van 5,6 procent van de stemmen in mei naar 9,3 procent van de kiesintenties nu. De grote verliezer in Vlaanderen lijkt de N-VA te zijn. Kopstuk Jan Jambon kon dan wel een Vlaamse regering vormen met Open Vld en CD&V, maar wordt daar schijnbaar niet voor beloond. De Vlaams-nationalisten zouden volgens de peiling nog 20,7 procent van de stemming halen, bijna 5 procentpunt minder dan het resultaat van mei. Ook CD&V en Open Vld kunnen hun Vlaamse regeringsdeelname voorlopig niet verzilveren. De liberalen zakken weg van 13,5 procent in mei tot net iets meer dan 10 procent nu. De CD&V, die met Joachim Coens een nieuwe voorzitter aan het roer kreeg, haalt nog 11,7 procent van de kiesintenties. Dat is 2,5 procentpunt minder dan in mei. In vergelijking met de tussentijdse peiling in december doen CD&V en Open Vld het wel iets beter. N-VA moet daarentegen bijna 1,5 procentpunt prijsgeven. Ook Groen staat op verlies. De ecologisten zouden nu nog 8,8 procent van de stemmen halen, tegenover 9,8 procent in mei. In vergelijking met de peiling van december zakken ze zelfs met bijna 2 procentpunt. Sp.a peilt op 9,6 procent van de stemmen. Dat is minder dan de 10,8 procent van mei, maar wel een kleine remonte in vergelijking met de peiling van 8,9 procent in december. In Franstalig België is de PVDA de grote stijger. De marxisten halen daar nu 18,6 procent van de stemintenties, bijna 5 procentpunt hoger dan het resultaat in mei. Ecolo lijkt dan weer wat van haar pluimen te verliezen. De groenen peilen weliswaar op 15,5 procent, ruim een halve procentpunt meer dan in mei, maar boeken wel verlies in vergelijking met de peiling van 17,2 procent eind vorig jaar. De MR houdt stand, met 19,6 procent in de peilingen tegenover 20,5 procent in mei. Dat geldt ook voor de PS, die met Elio Di Rupo de Waalse minister-president levert. De Franstalige socialisten peilen op 25,5 procent, een sprongetje van 1,7 procentpunt in vergelijking met de peiling van december. De linkse partijen - PS, Ecolo en PVDA - halen in Wallonië nu samen virtueel bijna 60 procent van de stemmen. De humanisten van cdH peilen op 7,5 procent, meer dan 3 procentpunt minder dan in mei. DéFI komt voor het eerst sinds lang weer boven de virtuele kiesdrempel, met 5,1 procent. De peiling van Ipsos is uitgevoerd bij een representatief staal van meer dan 2.400 Belgen van wie 958 in Vlaanderen tussen 4 en 9 maart. De foutenmarge bedraagt ongeveer 3,2 procent voor de resultaten in Vlaanderen. (Belga)