Het Planbureau stelt vast dat de transportfiscaliteit niet meer is aangepast aan de realiteit. Enerzijds weerspiegelen de vlakke taksen op wagens de werkelijke gebruikskosten niet, anderzijds worden verplaatsingen gestimuleerd door hoge subsidies voor het openbaar vervoer en fiscale voordelen voor bedrijfswagens. Die marktverstoring kost ons land zo'n 900 miljoen euro per jaar, terwijl het tijdverlies, voor zowel vracht- als personenvervoer, ons land een slordige 1,3 miljard euro per jaar kost. De resterende 100 miljoen euro is de prijs die het milieu betaalt. Voor zijn berekening bracht het Planbureau eerst de verkeersbelastingen en de externe kosten in kaart om vervolgens na te gaan in welke mate de belastingen de kosten dekken. Wat blijkt? Terwijl alle wagen­gebruikers ongeveer dezelfde belastingen betalen, verschillen de kosten sterk naargelang van de plaats en het tijdstip. Een auto die zich tijdens de al verzadigde spits in het Brusselse verkeer waagt, veroorzaakt veel meer kosten dan, bijvoorbeeld, tussen Diksmuide en Ieper. Om dat onevenwicht opnieuw in balans te brengen stelt het Planbureau een verschuiving van de lasten voor. Het rekende een fundamentele hervorming door, waarbij alle externe kosten gedekt worden door bijdragen van de gebruiker. In dat scenario sneuvelen ook alle subsidies voor openbaar vervoer en salariswagens. "Maar zo'n radicale ommezwaai lijkt politiek moeilijk haalbaar", zegt Alex Van Steenbergen, medeauteur van de studie. "Zo'n simulatie geeft eerder een richting aan", besluit hij. (Belga)