Eind oktober gaf Lipszyc een aantal opvallende uitspraken in een interview met 'Wilfried'. Zo vroeg hij zich openlijk af het sommigen niet goed uitkwam dat de verdwenen extreemrechtse militairJürgen Conings niet werd gevonden. "Mocht Jürgen Conings Mustapha hebben geheten, dan zouden de zaken anders gelopen zijn, denk ik. Een aantal elementen laten toe te geloven dat er in verschillende lagen van de Belgische staat een wil aanwezig is om extremistische bewegingen, met name extreemrechts, te bevoordelen", aldus de topman van het Comité I. In datzelfde artikel doet Lipszyc ook een aantal uitspraken over het mogelijke gevaar van extreemrechts binnen het leger, zoals: ""Er zijn andere extreemrechtse militairen die een meer directe bedreiging vormen. Ik denk dat er binnen Defensie zelf structuren zijn die extremistische militairen cultiveren. Het gangreen, de sclerose groeit". In een aanvullend rapport aan de Kamer bevestigt het Comité I nu dat die bedreiging wel degelijk bestaat, al kan het comité de parlementsleden niet informatie geven omdat het gaat om geclassificeerde informatie en de parlementsleden (nog) geen veiligheidsmachtiging hebben om die informatie in te kijken. "Tot op heden, mits vergissing, heeft geen enkel lid van de vaste Commissie gevraagd om over een veiligheidsmachtiging te beschikken", luidt het. Volgens de voorzitter van het Comité I zal het bijkomende verslag "teleurstellend" zijn voor de parlementsleden, maar zijn de mogelijkheden waarmee hij concrete informatie aan de parlementsleden kan verstrekken beperkt door de wetgever zelf. "De democratische controle zou uiteraard worden vergemakkelijkt indien de voorzitter van het Vast Comité I het recht zou hebben openlijk te spreken met het parlementaire orgaan dat hem controleert", luidt het. Toch is de conclusie van het rapport is duidelijk: "De elementen, cijfers en zelfs concrete voorbeelden maken het mogelijk om, zelfs zonder het geheim van informatie of het geheim van het beraad of het beroepsgeheim te schenden, te staven dat er wel degelijk een ernstige bedreiging bestaat voor onze instellingen, zoals reeds vele malen is gezegd en geschreven in vorige verslagen". Lipszyc gaat in het verslag ook in op de reactie van van legerstafchef Michel Hofman. Die laatste had na de verklaringen van Lipszyc gezegd dat het leger volop meewerkt aan de lopende onderzoeken in de zaak-Conings, dat er een actieplan is opgesteld om 'dysfuncties' aan te pakken en dat er werk wordt gemaakt van de strijd tegen extremistisch gedrag binnen het leger. Maar volgens Lipszyc heeft Hofman zijn uitspraken verkeerd begrepen. "Op geen enkel moment heeft hij (hier wordt verwezen naar Lipszyc, red.) kritiek geuit op de inspanningen van Defensie nadat de crisis was uitgebroken, hij heeft zich enkel afgevraagd of Defensie de nodige maatregelen had genomen om te voorkomen dat de crisis zou uitbreken." (Belga)

Eind oktober gaf Lipszyc een aantal opvallende uitspraken in een interview met 'Wilfried'. Zo vroeg hij zich openlijk af het sommigen niet goed uitkwam dat de verdwenen extreemrechtse militairJürgen Conings niet werd gevonden. "Mocht Jürgen Conings Mustapha hebben geheten, dan zouden de zaken anders gelopen zijn, denk ik. Een aantal elementen laten toe te geloven dat er in verschillende lagen van de Belgische staat een wil aanwezig is om extremistische bewegingen, met name extreemrechts, te bevoordelen", aldus de topman van het Comité I. In datzelfde artikel doet Lipszyc ook een aantal uitspraken over het mogelijke gevaar van extreemrechts binnen het leger, zoals: ""Er zijn andere extreemrechtse militairen die een meer directe bedreiging vormen. Ik denk dat er binnen Defensie zelf structuren zijn die extremistische militairen cultiveren. Het gangreen, de sclerose groeit". In een aanvullend rapport aan de Kamer bevestigt het Comité I nu dat die bedreiging wel degelijk bestaat, al kan het comité de parlementsleden niet informatie geven omdat het gaat om geclassificeerde informatie en de parlementsleden (nog) geen veiligheidsmachtiging hebben om die informatie in te kijken. "Tot op heden, mits vergissing, heeft geen enkel lid van de vaste Commissie gevraagd om over een veiligheidsmachtiging te beschikken", luidt het. Volgens de voorzitter van het Comité I zal het bijkomende verslag "teleurstellend" zijn voor de parlementsleden, maar zijn de mogelijkheden waarmee hij concrete informatie aan de parlementsleden kan verstrekken beperkt door de wetgever zelf. "De democratische controle zou uiteraard worden vergemakkelijkt indien de voorzitter van het Vast Comité I het recht zou hebben openlijk te spreken met het parlementaire orgaan dat hem controleert", luidt het. Toch is de conclusie van het rapport is duidelijk: "De elementen, cijfers en zelfs concrete voorbeelden maken het mogelijk om, zelfs zonder het geheim van informatie of het geheim van het beraad of het beroepsgeheim te schenden, te staven dat er wel degelijk een ernstige bedreiging bestaat voor onze instellingen, zoals reeds vele malen is gezegd en geschreven in vorige verslagen". Lipszyc gaat in het verslag ook in op de reactie van van legerstafchef Michel Hofman. Die laatste had na de verklaringen van Lipszyc gezegd dat het leger volop meewerkt aan de lopende onderzoeken in de zaak-Conings, dat er een actieplan is opgesteld om 'dysfuncties' aan te pakken en dat er werk wordt gemaakt van de strijd tegen extremistisch gedrag binnen het leger. Maar volgens Lipszyc heeft Hofman zijn uitspraken verkeerd begrepen. "Op geen enkel moment heeft hij (hier wordt verwezen naar Lipszyc, red.) kritiek geuit op de inspanningen van Defensie nadat de crisis was uitgebroken, hij heeft zich enkel afgevraagd of Defensie de nodige maatregelen had genomen om te voorkomen dat de crisis zou uitbreken." (Belga)