De Amerikanen kwamen in 1917 met vier divisies naar Vlaanderen om er de geallieerde troepen te versterken in hun oorlog tegen de asmogendheden. Bij het In Flanders Fields Museum (IFFM) vonden ze het een goed idee om honderd jaar later een Amerikaanse kunstenaar in residentie te nemen en hem daarop zijn kijk te laten geven. Een zo jonge kunstenaar als Wilmer Wilson IV (29) uit Pennsylvania had al een overgrootvader in de loopgraven moeten hebben om persoonlijke getuigenissen over de Groote Oorlog te kunnen sprokkelen. Niet dus. En zomaar wat in oude archieven snuisteren, in de hoop om stof te vinden voor een werk geïnspireerd door een tragedie zo ver van zijn bed: wie schoot daar iets mee op? Nee, Wilson liet in Iep...

De Amerikanen kwamen in 1917 met vier divisies naar Vlaanderen om er de geallieerde troepen te versterken in hun oorlog tegen de asmogendheden. Bij het In Flanders Fields Museum (IFFM) vonden ze het een goed idee om honderd jaar later een Amerikaanse kunstenaar in residentie te nemen en hem daarop zijn kijk te laten geven. Een zo jonge kunstenaar als Wilmer Wilson IV (29) uit Pennsylvania had al een overgrootvader in de loopgraven moeten hebben om persoonlijke getuigenissen over de Groote Oorlog te kunnen sprokkelen. Niet dus. En zomaar wat in oude archieven snuisteren, in de hoop om stof te vinden voor een werk geïnspireerd door een tragedie zo ver van zijn bed: wie schoot daar iets mee op? Nee, Wilson liet in Ieper juist een erg persoonlijk verhaal achter, gebaseerd op scrupuleus archiefonderzoek en geladen met een universele dimensie. In Amerikaanse kunstkringen geniet hij enige bekendheid met zijn sculpturen, fotografie en performances. Weinig of niets daarvan kondigde de vorm aan van het project waarmee hij in het IFFM uiteindelijk op de proppen kwam. Wilson moet zonder voorbedachtheid aan het werk gegaan zijn, het risico om op zijn bek te vallen op de koop toe nemend. Maar niemand vertrekt ooit helemaal van scratch af. Zeker niet als zwarte Amerikaan die zijn geschiedenis kent. Zo kon Wilson thuis en in het recent geopende kenniscentrum van het IFFM gericht zoeken naar sporen van het oorlogsverleden van mannen uit de zuidelijke staten Mississippi, Louisiana of Georgia. Hij kon vaststellen dat twee van de vier divisies gelauwerd waren vanwege hun heldhaftigheid in de strijd, dat ze bij hun terugkeer door veel blanken niet geëerd maar gevreesd werden, dat de raciale strijd in volle hevigheid opflakkerde, dat minstens negentien zwarte veteranen werden gelyncht. Van een voetnoot in die vergeten geschiedenis maakte Wilmer Wilson IV een waargebeurd spookverhaal in een plastische vorm: Fire Bill's Spook Kit. Een man die in 1919 in een brief aan de sheriff van Belzoni, Mississippi dreigde om het land in brand te steken als er nog één neger werd gelyncht, tekende anoniem met 'Fire Bill' en beweerde in naam van alle zwarten te spreken. Wilson stelde vast dat de originele brief uit het staatsarchief verdwenen is, en boog zich over de twee verschillende versies die in 1919 gepubliceerd zijn. In een blanke krant leek hij geschreven door een halve analfabeet, in een zwarte krant bevatte hij geen fouten. En zo stoot de argeloze bezoeker van het IFFM aan het eind van het vaste museumparcours op een witte muur, opgetrokken uit 3000 kilo zoutlikstenen. Wilson en een plaatselijke steenkapper hebben er de twee versies van de tekst uitgekapt - aan elke kant één. Het monumentale beeld had de kunstenaar eigenlijk graag in een weide gezet, waar koeien normaal aan zoutlikstenen zitten om mineralen op te doen. Maar degraderen en verdwijnen doet het materiaal sowieso, net zoals de voetnoot in de geschiedenis die de kunstenaar wilde oprakelen. Getroffen door hetzelfde landelijke decor als in het Amerikaanse zuiden, trok Wilson dieper de Westhoek in, bezocht meer dan dertig militaire hoevebegraafplaatsen en boerderijen waar hij vogelverschrikkers vond. Stropoppen zonder hoofd, handen of voeten, in versleten bruine overalls die doen denken aan de muffe uniformen waaraan het IFFM heus geen gebrek heeft. De exemplaren die Wilson in het museum aan stangen heeft opgehangen, krijgen een macabere betekenis, die honderd jaar na datum nog eens de woede van Fire Bill verklaart. Tot 7 januari 2018.