Een Museum van de Eigenzin? Iedereen doet hier zijn zin, zelfs een Duits woord laten doorgaan voor een Nederlands. Eigensinn betekent 'hardnekkig vasthouden aan zijn overtuiging'. Maar in Berlijn, waar men zonder succes een Haus des Eigensinns plande, bedoelden ze er een 'huis van de waanzinnige schoonheid' mee. In feite een museum voor de collectie van psychiater Hans Prinzhorn (1886-1933) met kunst van geïnterneerde geesteszieken. En in Oostende? Daar gaat het niet om een museum, maar om een tentoonstelling met werk dat zowel gemaakt is in instellingen voor mentale problemen als daarbuiten, door patiënten en door anderen.
...

Een Museum van de Eigenzin? Iedereen doet hier zijn zin, zelfs een Duits woord laten doorgaan voor een Nederlands. Eigensinn betekent 'hardnekkig vasthouden aan zijn overtuiging'. Maar in Berlijn, waar men zonder succes een Haus des Eigensinns plande, bedoelden ze er een 'huis van de waanzinnige schoonheid' mee. In feite een museum voor de collectie van psychiater Hans Prinzhorn (1886-1933) met kunst van geïnterneerde geesteszieken. En in Oostende? Daar gaat het niet om een museum, maar om een tentoonstelling met werk dat zowel gemaakt is in instellingen voor mentale problemen als daarbuiten, door patiënten en door anderen. De indruk dat er een potje van gemaakt is, wordt versterkt door de hoogst summiere identificatie van de werken. Alles staat slechts bij benadering aangeduid op een blaadje papier. Het gebeurt wellicht met de nobele bedoeling om niet te discrimineren tussen James Ensor of Luc Tuymans enerzijds en mensen uit de instellingen Caritas in Melle, Villa Voortman in Gent en KAOS in Melle anderzijds. Het pakt allemaal goed uit voor wie met engelengeduld het grote voordeel benut van dit ongeziene vertoon van eigenzinnigheid: de namen van de kunstenaars doen er minder toe dan de impact van hun recalcitrante beelden. Ze lappen stijlen, modes en oppervlakkigheden aan hun laars en gaan naar de diepte. Ze cirkelen rond de drie essentiële vragen: wie zijn we, waar komen we vandaan, en waar gaan we naartoe?De antwoorden zijn eerlijk, soms op het pijnlijke af. We weten niet wie we zijn, waar we vandaan komen of naartoe gaan, maar in het duistere onbekende worden we bezocht door geweldige visioenen. Als we die omzetten in beelden, geven ze zin aan ons bestaan. Ieder op zijn manier. En dan blijkt het in de kunst, net zoals in andere dingen van het leven, niet rechtvaardig verdeeld. Grote kunstenaars stijgen in hun werk boven hun psychische kwetsbaarheid uit, de minderen blijven er vaak mee worstelen en laten dat ook geregeld zien in wat ze maken: de storingen nemen de bovenhand. Het paradoxale resultaat van een niet-discriminerende expo als deze is dat dit verschil open en bloot te zien is. Nieuwe hemellichamen van Felix De Boeck, frêle figuren van James Ensor, onheilspellende ganzen van Luc Tuymans, een kolossale oerboerin van Constant Permeke, uitzinnige bodykunstenaars van Louise Bourgeois, tollende rompen van Bruce Nauman: wat maken ze in sterke vormen de raadsels van het leven spannender dan ze in werkelijkheid misschien zijn. Psychisch onbehagen spat van de schilderijen van Frits Van den Berghe, die gevaarlijk dicht de grens met psychotische kunst naderde. Ook Anne-Mie Van Kerckhoven wordt geestelijk belaagd wanneer voor haar ogen de bergen veranderen in zee, als een teken van de Apocalyps, en zij zich staande houdt door het visioen uit te drukken met een beeld als een blikseminslag. Al die werken, die behoren tot de vaste collectie van Mu.Zee, zijn gemaakt door kunstenaars die de kans kregen om zich in volle vrijheid te scholen. De meeste andere zijn van de hand van mensen uit instellingen. Zij kregen minder kansen en minder middelen. Onmiskenbare talenten worden zelden gepromoot, soms zelfs amper geïdentificeerd. Ik denk aan Marie-José Serbruyns uit Caritas. Een inkttekening van haar toont vanaf de rug een figuur met een kap. Onder de wolken, door een tapijt van velden onderweg naar de einder, nadert hij een geheimzinnige koepel. Het werkje doet me zowaar aan Bruegel denken. Een tweede tekening van haar staat vreemd genoeg gecatalogiseerd als 'anoniem'. Een prachtige kap, gehaakt in inkt, als van Hollandse kaasmeisjes vroeger. Ze verwerkte er wel honderd keer haar naam in, zij het in minuscule letters: Marie-José. Haar naam is groot.