De experten zijn behalve Hugo Marynissen, Yves Coppieters (professor Volksgezondheid aan de ULB), Leïla Belkhir (infectiologe aan de UCL) en Marc Sabbe (professor en urgentie-arts in het UZ Leuven). In hun verslag drukken de vier op het belang van een grondige analyse van de crisiscontrole. Volgens Marynissen is er momenteel "een gebrek aan visie op de manier waarop wij crisissen kunnen beheersen". "Er is te weinig geïnvesteerd in de gezondheidszorg, in de crisisdetectienetwerken en in hun beheersing", zei hij. Na de aanslagen van 22 maart 2016 heeft ons land de kans gemist om de manier waarop met crisissen wordt omgegaan tegen het licht te houden. "Er werd te veel op het verleden gefocust zonder te anticiperen op de toekomst", wees Marynissen op een pijnpunt. Volgens de experten moet de omgang met een crisis op vier pijlers rusten: de politieke aansturing (1), het operationele (2), de communicatie (3) en een gecentraliseerde vorm van overleg tussen de pijlers (4). Tijdens de coronacrisis zijn op het vlak van dit overleg grote discrepanties duidelijk geworden, luidde het. Wat het politieke betreft, stelt Marynissen zich vragen bij de structuren die opgezet werden. "We hebben kunnen vaststellen dat de structuur die er aan het begin van de crisis was (met de Risk Management Group, de Risk Assessment Group...) verlaten werd om een andere structuur op te zetten die uit meerdere, naast elkaar werkende cellen, comités en werkgroepen bestaat. Wat waren de motieven om de bestaande structuren aan te passen of te verlaten?", is de vraag die Marynissen zich stelt. Hij drong er bij de Kamerleden op aan om die vraag ook aan de leden van de vorige federale regering voor te leggen. Zij zullen na de krokusvakantie door de commissie worden gehoord. Wat de toekomst betreft, riep Marynissen op tot een betere voorbereiding. "Er bestond geen noodplan om met een pandemie om te gaan. Het is de interne organisatie van de ziekenhuizen die snelle reacties mogelijk gemaakt heeft." Concreet vinden de experten het onontbeerlijk dat er werkgroepen worden opgericht "die een alarmsignaal kunnen uitsturen door heel de (operationele) keten" en dat er oefeningen worden georganiseerd. Ze willen ook meer aandacht voor thuisautonomie, onder anderen voor ouderen, en pleiten ervoor dat het politiek personeel opgeleid wordt om met crisissen om te kunnen gaan. Later vandaag komen in de commissie nog vertegenwoordigers van de Vlaamse vereniging voor arts-specialisten in opleiding (VASO), van het Comité Interuniversitaire des Médecins Assistants Candidats Spécialistes" (CIMACS), van de Association Francophone des Médecin-Chefs en van de Vlaamse Vereniging Hoofdartsen aan het woord. (Belga)

De experten zijn behalve Hugo Marynissen, Yves Coppieters (professor Volksgezondheid aan de ULB), Leïla Belkhir (infectiologe aan de UCL) en Marc Sabbe (professor en urgentie-arts in het UZ Leuven). In hun verslag drukken de vier op het belang van een grondige analyse van de crisiscontrole. Volgens Marynissen is er momenteel "een gebrek aan visie op de manier waarop wij crisissen kunnen beheersen". "Er is te weinig geïnvesteerd in de gezondheidszorg, in de crisisdetectienetwerken en in hun beheersing", zei hij. Na de aanslagen van 22 maart 2016 heeft ons land de kans gemist om de manier waarop met crisissen wordt omgegaan tegen het licht te houden. "Er werd te veel op het verleden gefocust zonder te anticiperen op de toekomst", wees Marynissen op een pijnpunt. Volgens de experten moet de omgang met een crisis op vier pijlers rusten: de politieke aansturing (1), het operationele (2), de communicatie (3) en een gecentraliseerde vorm van overleg tussen de pijlers (4). Tijdens de coronacrisis zijn op het vlak van dit overleg grote discrepanties duidelijk geworden, luidde het. Wat het politieke betreft, stelt Marynissen zich vragen bij de structuren die opgezet werden. "We hebben kunnen vaststellen dat de structuur die er aan het begin van de crisis was (met de Risk Management Group, de Risk Assessment Group...) verlaten werd om een andere structuur op te zetten die uit meerdere, naast elkaar werkende cellen, comités en werkgroepen bestaat. Wat waren de motieven om de bestaande structuren aan te passen of te verlaten?", is de vraag die Marynissen zich stelt. Hij drong er bij de Kamerleden op aan om die vraag ook aan de leden van de vorige federale regering voor te leggen. Zij zullen na de krokusvakantie door de commissie worden gehoord. Wat de toekomst betreft, riep Marynissen op tot een betere voorbereiding. "Er bestond geen noodplan om met een pandemie om te gaan. Het is de interne organisatie van de ziekenhuizen die snelle reacties mogelijk gemaakt heeft." Concreet vinden de experten het onontbeerlijk dat er werkgroepen worden opgericht "die een alarmsignaal kunnen uitsturen door heel de (operationele) keten" en dat er oefeningen worden georganiseerd. Ze willen ook meer aandacht voor thuisautonomie, onder anderen voor ouderen, en pleiten ervoor dat het politiek personeel opgeleid wordt om met crisissen om te kunnen gaan. Later vandaag komen in de commissie nog vertegenwoordigers van de Vlaamse vereniging voor arts-specialisten in opleiding (VASO), van het Comité Interuniversitaire des Médecins Assistants Candidats Spécialistes" (CIMACS), van de Association Francophone des Médecin-Chefs en van de Vlaamse Vereniging Hoofdartsen aan het woord. (Belga)