...

Op 6 december 2017 plaatste de federale politie een vacature voor een promotieopleiding tot hoofdcommissaris. Personeelsleden met het juiste diploma en meer dan zeven jaar ervaring in het officierskader konden aan de sollicitatie deelnemen. Voor heel het land waren er 100 plaatsen vacant. De kandidaten moesten een selectieparcours doorlopen waaronder een kennisproef en een interview voor een jury. Volgens de procedure is een kandidaat geslaagd voor de kennisproef als hij of zij minstens 60 procent van de totaalscore behaalt. Aan de kandidaten werd op voorhand de te kennen leerstof en enkele voorbeeldvragen meegedeeld. Van de 150 deelnemers slaagden er twintig voor de test, dertien Nederlandstaligen en zeven Franstaligen. Een Franstalige deelnemer behaalde met 110 op 150 het beste resultaat.Met die tegenvallende resultaten dreigde op termijn een tekort aan geschikte kandidaten voor de functie van hoofdcommissaris, de hoogste rang binnen de federale politie. In plaats van een nieuwe vacature uit te schrijven om dat tekort op te vangen, werd besloten om de resultaten van de kennisproef te herzien.Wat werd beslist? Deelnemers moesten niet langer 60 procent van de totaalscore behalen, maar 60 procent van de best presterende kandidaat. De minimumscore om te slagen bedroeg daardoor niet langer 90 op 150 (60 procent van 150, zoals wettelijk bepaald), maar wel 66 op 150 (60 procent van 110). Door de aanpassing konden gebuisde kandidaten toch naar de volgende ronde en vond de federale politie alsnog de nodige honderd kandidaat-hoofdcommissarissen. Wettelijk in orde?Maar is dat wel wat minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) wilde bereiken wanneer hij de voorwaarden om te slagen in 2017 verstrengde? Volgens de vorige wet (2006) was het voor gebuisde kandidaten in principe mogelijk om naar de volgende ronde te gaan. Om de minimumkwaliteit van de laureaten te verzekeren, besloot Jambon samen met minister van Justitie Koen Geens (CD&V) om een absolute en objectieve ondergrens in te voeren. 'De kandidaat die ten minste 60 procent heeft behaald, is laureaat van de kennisproef', zo staat er in het nieuwe Koninklijk Besluit te lezen. Het is dus maar de vraag of de Nationale Politieacademie (de geest van) de wet van haar eigen voogdijminister heeft gerespecteerd. Vanuit die wetenschap hebben enkele kandidaten beroep ingediend bij de Raad van State. De auditeur van de Raad van State, die het eerste onderzoek naar de zaak uitvoert, heeft in een advies aangegeven dat de beslissing waarmee de regels versoepeld werden in strijd is met de openbare orde en vernietigd moet worden.De federale politie bevestigt dat de Nationale Politieacademie de resultaten heeft aangepast, en dat het daar goedkeuring voor heeft gekregen van het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie. Op het kabinet van minister Jambon vindt men de aanpassing van de resultaten niet zo erg. 'Dit gebeurt ook op universiteiten', zegt woordvoerder Olivier Van Raemdonck. 'We vinden het vooral belangrijk dat de kennisproef correct en rechtvaardig is verlopen', klinkt het.