Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Mensen die het kunnen weten, zeggen dat je door een job als scheidsrechter karakter kweekt en in jezelf leert te geloven. Dat klopt, zegt Stephanie Forde. 'Van de ene dag op de andere ben je verantwoordelijk voor tweeëntwintig spelers en een technische staf waarvan de leden twee keer zo oud zijn als jij.' Forde begon te voetballen toen ze vijf was. Op haar dertiende floot ze wedstrijden bij de allerkleinsten, nadien koos ze voor de vlag. Als assistent-scheidsrechter schopte ze het tot de tweede klasse en ook tal van internationale wedstrijden. Nu is ze operationeel directeur bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) en stuurt ze alles aan wat met arbitrage heeft te maken. Ze is ook een van de grondleggers van de technologie die Belgische videoscheidsrechters (VAR) gebruiken. Forde is gek van voetbal, zoveel is duidelijk. Elk weekend is ze wel ergens in een stadion te vinden. Een favoriete voetbalploeg heeft ze niet - en dat is geen politiek correct antwoord, verzekert ze ons. Supporters zijn vaak kwaad op de scheidsrechter. Bent u dat ook als u zelf op de tribunes zit? Stephanie Forde:(lacht) Nee, ik niet. Ik probeer te begrijpen waarom de scheidsrechter een bepaalde beslissing heeft genomen. Ik bekijk voetbal niet zoals een supporter of een trainer. Ik ben compleet neutraal. Voetbalt u zelf nog? Forde: Ik sport nog veel, maar dat is vooral lopen en fietsen. Soms ook zwemmen. Voor ik aan mijn nieuwe functie bij de KBVB begon, kwam ik aan vijf keer per week. Dan is het een tijd minder geweest, omdat ik me moest inwerken, en nu zit ik weer aan drie à vier keer per week. Ik heb sport nodig om gelukkig te zijn. Anders raken de gedachten niet uit mijn hoofd. Zeker tijdens het fietsen lukt het: verstand op nul en weg van alles. Is sport ook noodzakelijk voor uw fysieke welbevinden? Forde: Het is een combinatie, vermoed ik. Mijn lichaam functioneert beter en ik voel me fitter als ik sport. De kilo's bestrijden is voor mij geen reden om te sporten, maar ik wil ook niet te dik worden. Als je in de sportwereld werkt, kun je maar beter ook een sportief imago uitdragen. Stel je voor dat ik tegen een scheidsrechter zou zeggen: 'Je zou wat minder moeten wegen', terwijl ik er zelf niet fit uitzie. Heeft uw lichaam u al ooit in de steek gelaten? Forde: In 2016 was ik volop mijn carrière als assistent-scheidsrechter aan het uitbouwen. Ik had net de overstap naar het profvoetbal gemaakt en vlagde internationale wedstrijden. Negen keer per week was ik aan het trainen, naast mijn gewone job. Heel zwaar, maar ik vond het heerlijk. Tot ik terugkwam van een toernooi in Noord-Ierland. Plots ging het niet meer. Ik was leeg. Terwijl ik voorheen op mijn trainingen 40 meter sprintte in minder dan zes seconden, haalde ik dat nu niet meer. Ik wist dat er iets was en ging naar de dokter om mijn bloed te laten analyseren. Er zit kanker in mijn familie, zowel van vaders- als van moederskant. Mijn waarden bleken inderdaad niet normaal te zijn. Ik ging in behandeling en ben noodgedwongen gestopt met de arbitrage. Al mijn energie moest naar mijn gezondheid gaan. Nu nog moet ik geregeld alles laten controleren: één keer per jaar een grote check-up, om het half jaar een kleine. Is kanker nu nog iets wat u bezighoudt? Forde:(beslist) Nee. Niet meer. Ik sta heel positief in het leven. Als er iets gebeurt, zal ik dat aanpakken, maar ik ga me geen zorgen maken om iets dat er nog niet is. 'Stephanie blijft niet hangen bij tegenslag', vertelde iemand uit uw omgeving me. Forde: Dat klopt. Daarvoor heb ik al te veel tegenslag gehad, denk ik. Als ik mezelf er niet elke keer bovenop had geholpen, zou ik niet staan waar ik nu sta. Ik zal er ook altijd voor zorgen dat ik professioneel blijf functioneren. Wanneer er iets ergs gebeurt in mijn privéleven, kan ik dat binnen de tien minuten van me afzetten als ik aan het werk ben. Mensen zullen er niets van merken. Ik kan mezelf heel goed afschermen, maar ik bewaak de grens wel. In se ben ik spontaan en toegankelijk, en ik wil niet dat mijn karakter verandert door bepaalde beschermingsmechanismen die ik heb ingeroepen. U lijkt bewust bezig te zijn met zelfanalyse. Forde: Jezelf kennen is belangrijk. Als je niet zelfkritisch kunt zijn, is de kans op slagen heel klein. Al voor mijn achttiende was ik bewust bezig met vragen als: wie ben ik, wat wil ik, waar sta ik, wat zijn mijn sterktes en mijn zwaktes? Ik denk dat veel mensen van de huidige generatie, de zogenoemde millennials, vaak ongelukkig en depressief zijn omdat ze als kind van hun ouders voortdurend te horen hebben gekregen hoe fantastisch ze waren. Als je dan in de grote wereld terechtkomt, weet je niet hoe je moet omgaan met tegenslagen of negatieve kritiek. Kunt u van uzelf zeggen wat uw sterktes en zwaktes zijn? Forde: Mijn sterktes: ik ben organisatorisch ingesteld en ga recht op mijn doel af. Mijn grootste zwakte is mijn directheid. Ik heb een Nederlandse moeder, mogelijk heeft dat er iets mee te maken. (lacht) Niet iedereen kan daar goed mee overweg. Ik heb mezelf er wel al in verbeterd: ik reageer minder impulsief dan enkele jaren geleden en zal meer nadenken voor ik iets zeg. Maar ik zal altijd feedback blijven geven aan de mensen met wie ik werk, zowel positief als negatief. Zelf zie ik dat als mensen willen helpen om beter te worden. Uw omgeving noemt u ambitieus. Bent u meedogenloos op weg naar de top? Forde: Ik ga niet over lijken, maar ik zal er wel alles aan doen om mijn doelen te bereiken. Falen is geen optie. Ik werk dag en nacht om dat te vermijden. Natuurlijk loopt het niet altijd 100 procent zoals ik wil. Er zitten soms flinke hobbels op de weg. Maar ik zal mezelf wel blijven pushen tot over de streep. Heeft iemand u al ooit een mes in de rug gestoken? Forde: Zeker. Maar dat hoort erbij. Niet iedereen is je vriend of je vriendin in deze wereld, daar moet je je van bewust zijn. Natuurlijk zullen er mensen zijn die vinden dat ik niet goed bezig ben. Maar ik ga die mensen niet te allen prijze overtuigen van mijn goede bedoelingen. Dan zou ik niet meer bezig zijn met de essentie - mijn job goed doen. Wat mensen van mij denken is niet belangrijk. Het is het resultaat dat telt. Mocht u iets kunnen veranderen aan uw lijf, wat zou dat dan zijn? Forde: (lacht) Ik heb geen elegante vrouwenvoeten, vrees ik. Aan al die jaren in voetbalschoenen hebben mijn voeten geen deugd beleefd. Het is niet extreem erg - in de zomer draag ik weleens een open schoen - maar ik laat ze toch liever niet zien. Ik las dat u bent beginnen te voetballen op uw vijfde, maar dat u uzelf te ruw vond voor de meisjesploeg. Forde:Mijn broer voetbalde, en ik wilde dat ook. Hij was acht en speelde bij de White Boys van Sint-Niklaas. Een meisjesploeg was er nog niet. In de hele club ben ik zelfs lange tijd het enige meisje geweest. Ik heb daar gespeeld tot mijn twaalfde, toen mocht het niet meer bij de jongens. Maar het meisjesvoetbal stond in die dagen nog niet waar het nu staat. Bovendien was ik het gewend geraakt om met jongens op een veld te staan, dat was mijn habitat. Toen iemand van de club me een jaar later vroeg of ik niet met arbitrage wilde beginnen, heb ik dus niet getwijfeld. Het heeft me nooit uitgemaakt of ik met mannen of vrouwen voetbalde. Ik wilde gewoon uitgedaagd worden op fysiek vlak. Er is wel een verschil tussen mannen- en vrouwenvoetbal. Forde:Natuurlijk. Het fysieke verschil tussen vrouwen en mannen kun je niet wegmoffelen. Op technisch vlak is vrouwenvoetbal wel veel fairder. Vrouwen blijven voetballen in plaats van fouten of kwetsuren te simuleren. Er hangt bij hen ook veel minder een agressieve sfeer. Daarom, en omdat je er gewoon heel goed voetbal ziet, worden die wedstrijden steeds meer familie-evenementen. Kost het als vrouw op fysiek vlak ook veel meer inspanning om de top van de arbitrage te bereiken? Forde:Ja. Onder de 5500 scheidsrechters in de Belgische arbitrage zijn er maar 107 vrouwen. Mijn droom is om ooit een vrouwelijke scheidsrechter te hebben in de Jupiler Pro League. In Duitsland heb je Bibiana Steinhaus en in Frankrijk is er Stéphanie Frappart, maar dat zijn echt uitzonderingen. Het fysieke aspect is daar een reden voor. Vrouwen volgen hetzelfde sportieve traject als mannen, maar moeten wel harder werken om de normen te behalen. Toen ik overstapte naar het profvoetbal, had ik naast mijn wekelijkse trainingen ook nog vier keer per week een personal coach. Voor vrouwen die arbitrage willen combineren met het ouderschap vraagt het nog eens een extra inspanning om na een zwangerschap weer dat topniveau te bereiken. In al die jaren dat u wedstrijden hebt gefloten en gevlagd, zijn er vast veel verwensingen naar uw hoofd geslingerd. Forde:Het gezang stoorde me niet. ' Seks met die blonde', dat hoor je op den duur niet meer. Maar ooit - ik was assistent-scheidsrechter bij een wedstrijd in derde klasse - hebben enkele supporters me van de eerste minuut tot de laatste hardop gekeurd. Van kop tot teen. Dat kwam wel binnen. Negentig minuten is lang, daar moet je je achteraf echt overheen zetten. En jezelf voortdurend inprenten: dit ging niet over mij, het waren mensen die frustraties kwijt moeten. Er was ook eens een vrouw die vanuit de supporterstribune naar me riep: ' Vuile hoer, gij moet niet op een voetbalplein staan, dat is hier voor mannen!' Seksisme is nog altijd een probleem in het voetbal. Maar we werken met de KBVB hard aan een mentaliteitswijziging. Ook in ons organogram worden steeds meer belangrijke rollen aan vrouwen toebedeeld. Bent u iemand die zich gemakkelijk de mond laat snoeren? Forde:Nee, dat denk ik niet. Ik zal altijd mijn mening geven. Maar toen u als operationeel directeur arbitrage werd aangesteld bij de KBVB, mocht u op de persconferentie niet het woord nemen. Forde:Dat was een misverstand. Ik was me volop aan het inwerken in mijn nieuwe functie en was er nog niet klaar voor om veel uitleg te geven op die persconferentie. Het was dus echt mijn eigen keuze om toen te zwijgen. Uw vader is gestorven toen u zestien was. Heeft dat een grote impact op u gehad? Forde:Ik was zijn lievelingetje. (glimlacht) Ik mag dat zeggen van de rest van de familie, want het is algemeen bekend. Het verlies van mijn vader heeft een groot litteken nagelaten, bij heel ons gezin en bij ieder apart. Hij had longemfyseem. Later kwamen daar nog long- en keelkanker bij. Hij was 59 toen hij stierf. Het laatste jaar was hij zelfs niet meer thuis, hij verbleef voortdurend in het ziekenhuis. Iemand zien aftakelen tegen wie je zo opkijkt, en van wie je zo veel houdt, dat is hard. Mijn grootste angst is dan ook om dierbaren te verliezen. Daarom laat ik niet veel mensen toe in mijn privéleven. Zou u zichzelf een sterk mens noemen? Forde:Ja. Maar bij mijn familie en goede vrienden zit mijn fragiliteit. Zij zijn alles voor mij. Uw vader was een Ier. Zijn die Ierse roots ergens merkbaar bij u? Forde:Ik ben trots op mijn achtergrond. Mijn broer woont in Mullingar, en ik ga enkele keren per jaar naar daar. Op een of andere manier voelt het telkens als thuiskomen. Is uw hart ooit gebroken geweest? Forde:Jawel. Het is een van de redenen waarom ik het moeilijk vind om me opnieuw te binden. Wat niet wegneemt dat ik best graag een partner zou vinden die goed bij me past. Iemand die me op intellectueel vlak kan boeien en me respecteert om wat ik doe of wil bereiken. Passie vind ik ook belangrijk. En weet je, zolang dat totaalpakket niet klopt, pas ik voor een relatie. Ik ga alleen nog maar verbintenissen aan waarin ik 100 procent geloof. Liever alleen dan half met twee? Forde:Exact. Ik zie te veel mensen die ongelukkig zijn in hun relatie. Mijn professionele leven maakt de liefde er natuurlijk ook niet gemakkelijker op. Ik werk in een mannenwereld. Voor mij is dat normaal, maar voor sommige mannen is het blijkbaar wel bedreigend. U had het daarstraks over uw grootste angst. Staat u voor de rest met veel angst in het leven? Forde:Helemaal niet. Ik probeer zonder angsten te leven. En als ik er toch heb, ga ik ze bewust te lijf. Ik ben bijvoorbeeld bang voor naalden, maar meerdere keren per jaar doneer ik mijn bloed aan het Rode Kruis. (lacht) Ik zei toch dat ik mezelf altijd tot over de streep push?