'Als je rationeel over de situatie wil praten, riskeert dat snel de indruk te geven het leed en de droefheid van vele betrokkenen te miskennen. Tekort aan materiaal en testen heeft, zeker in de beginfase, bij een aantal uitbaters voor paniek gezorgd.' Het verklaart volgens gewezen minister Jo Vandeurzen (CD&V) voor een stuk de eerste reactie van Zorgnet-Icuro, de zorgkoepel onder leiding van Margot Cloet - nota bene zijn ex-kabinetschef.
...

'Als je rationeel over de situatie wil praten, riskeert dat snel de indruk te geven het leed en de droefheid van vele betrokkenen te miskennen. Tekort aan materiaal en testen heeft, zeker in de beginfase, bij een aantal uitbaters voor paniek gezorgd.' Het verklaart volgens gewezen minister Jo Vandeurzen (CD&V) voor een stuk de eerste reactie van Zorgnet-Icuro, de zorgkoepel onder leiding van Margot Cloet - nota bene zijn ex-kabinetschef.Beke blijft zijn steun genieten van de Limburger, die van 2009 tot 2019 Vlaams welzijnsminister was. 'Maar als de crisis onder controle is, zullen we ongetwijfeld een grondige evaluatie van de aanpak moeten maken.'Hoe kijkt u naar de crisis binnen de woonzorgcentra?Jo Vandeurzen: Het is zeer ernstig. Dit soort situaties vraagt power. Ik zie op het terrein alvast veel creativiteit. Mijn indruk is dat het gezondheidszorgsysteem erg dynamisch gereageerd heeft. Maar opnieuw: we zullen ernstig en hopelijk in een sereen klimaat moeten evalueren. Overigens, er zijn in Vlaanderen meer dan 800 woonzorgcentra. Er zijn exploitanten met een publiekrechtelijk statuut, social profit initiatieven en commerciële uitbaters. Er zijn groepen van woonzorgcentra en je hebt kleine, autonome spelers. Ook die dimensie zal mee moeten genomen worden bij een grondige, en naar ik mag hopen wetenschappelijk onderbouwde, evaluatie. 'Je kan ook sterven aan eenzaamheid', zei minister Beke al. Eenzaamheid werd door de vorige Vlaamse regering agenda hoog op de agenda gezet. Hoe zwaar valt die afweging tussen mentale en fysieke gezondheid, nu het bezoekverbod blijft gelden?Vandeurzen: Als 'vermaatschappelijking' een rode draad was doorheen het Vlaamse beleid, dan is dat omdat we steeds gestreefd hebben naar de participatie van kwetsbare personen aan het samenleven. En het zal dus een hele klus zijn om in de exitstrategie ook voortdurend dat evenwicht te vinden tussen social distancing en de nood aan contact. Heeft de crisis niet aangetoond dat Vlaanderen te veel heeft ingezet op welzijn en te weinig op gezondheidszorg? Kijk naar de tekorten van mondmaskers, handgels en zelfs zuurstofflessen. Vandeurzen: In de laatste toekenningsronde voor het aanbod van woonzorgcentra werden de houders van voorafgaande vergunningen aangemoedigd om om te schakelen naar andere vormen van zorg, zoals vormen van kortverblijf, gezinszorg en palliatieve dagverzorging. Dat was net omdat we ervan overtuigd zijn dat het toekomstig ouderenzorgbeleid niet een gewone verderzetting van het verleden kan zijn. Dat zou ook erg dom zijn. Verwachtingen van mensen veranderen, wetenschappelijke inzichten en ondersteuningsmogelijkheden veranderen. Ik denk dat op het terrein een hele dynamiek is ontstaan die de volgende jaren alleen maar zichtbaarder zal worden. Maar was het genoeg?Vandeurzen: De woonzorgcentra behoren voor hun exploitatiefinanciering nog maar sinds de zesde staatshervorming tot de Vlaamse bevoegdheden. Ik ben de eerste om te zeggen dat er nog werk op de plank ligt en dat bij dit alles de nodige bescheidenheid van mijnentwege past. Bijsturingen zijn nodig. Maar Vlaanderen heeft echt wel de bevoegdheid benut als een opportuniteit om het ouderenzorgbeleid een nieuwe impuls te geven. Ook in het laatste sociale akkoord hebben Vlaamse regering, werkgevers en vakbonden afgesproken om naar aangepaste personeelsnormen te evolueren. Maar wat met dat personeel? De mensen op het terrein zijn nauwelijks opgeleid om dergelijke situaties het hoofd te bieden. Een rusthuisdirecteur zei in Knack dat zijn werknemers 'het verschil tussen een virus en een bacterie niet kennen'. Vandeurzen: Niemand pleit ervoor om van woonzorgcentra kleine ziekenhuizen te maken. Woonzorgcentra moeten zorg- en leefgemeenschappen zijn. Voor mij past die keuze in de evolutie naar een meer geïntegreerde benadering van de ondersteuning van personen met een langdurige zorgnood. Niet zozeer 'genezen' legt hier de lat van wat we goede zorg noemen. Wat dan wel?Vandeurzen: De vraag moet zijn: levert het voor betrokkenen levenskwaliteit? Daarbij hoort ook een aangepaste medische aanpak. Preventiever. Met linken tussen zorg- en welzijnssectoren. Een aanpak die meer buurtgericht en inclusief is. Ik zie in deze crisis ook lichtpuntjes die veelbelovend zijn voor de toekomst: de samenwerking in de eerstelijnszones en met de ziekenhuizen. Zij ondersteunen op dit moment zo goed mogelijk woonzorgcentra. Hoe krijg je hoger opgeleid personeel naar de werkvloer?Vandeurzen: Kijk, er zijn uiteraard vroeger ook initiatieven genomen. Maar het kan zeker nog beter. Het statuut van de coördinerend en raadgevend arts (een huisarts die instaat voor een woonzorgcentrum, nvdr.) moet beter. De intensere ondersteuning vanuit de ziekenhuizen kan duurzaam gemaakt worden. De aantrekkelijkheid van het werk zal zeker aan bod komen, al was het maar in de volgende sociale onderhandelingen. Wij zullen ons hele gezondheidssysteem trouwens moeten aanpassen aan deze gezondheidsrisico's. Ook de langdurige zorg voor kwetsbare mensen, dus. En geloof me, dat zal ook niet alleen gaan over woonzorgcentra.Hoezo?Vandeurzen: Deze situatie is du jamais vu. De crisis dwingt ons om met zijn allen opnieuw na te denken over de zorg voor ouderen en bij uitbreiding kwetsbaren in onze samenleving. Maar het zal niet alleen van de minister van Welzijn afhangen.