Op de vensterbank in het appartement aan de zuidkant van Amsterdam waar Evanne Nowak met partner en pasgeboren zoon woont, staat een maquette van een huis ter grootte van een vuist. Het is het huis dat in opbouw is, op een voormalig militair domein midden in het bos, waar ze volgend jaar naar hopen te verhuizen. Wanneer? Dat hangt af van de vleermuizen die schuilen in de vervallen muren van het kazernegebouw dat wordt afgebroken en weer opgebouwd tot een woon- en werkplek voor verschillende gezinnen. Een van de toekomstige bewoners is vleermuisecoloog. Hij zorgt ervoor dat sloop en wederopbouw op het ritme van de vleermuizen verloopt. 'Een fijne gedachte,' vindt Nowak, 'dat we onze plannen op maat snijden van de vleermuis. Het stemt me ook hoopvol over de toekomst. Blijkbaar kunnen we het toch, als mens, rekening houden met al het andere leven om ons heen.'
...

Op de vensterbank in het appartement aan de zuidkant van Amsterdam waar Evanne Nowak met partner en pasgeboren zoon woont, staat een maquette van een huis ter grootte van een vuist. Het is het huis dat in opbouw is, op een voormalig militair domein midden in het bos, waar ze volgend jaar naar hopen te verhuizen. Wanneer? Dat hangt af van de vleermuizen die schuilen in de vervallen muren van het kazernegebouw dat wordt afgebroken en weer opgebouwd tot een woon- en werkplek voor verschillende gezinnen. Een van de toekomstige bewoners is vleermuisecoloog. Hij zorgt ervoor dat sloop en wederopbouw op het ritme van de vleermuizen verloopt. 'Een fijne gedachte,' vindt Nowak, 'dat we onze plannen op maat snijden van de vleermuis. Het stemt me ook hoopvol over de toekomst. Blijkbaar kunnen we het toch, als mens, rekening houden met al het andere leven om ons heen.' Nowak studeerde in 2016 af als geestelijk verzorger met een scriptie over klimaatverandering en apathie. Sindsdien organiseert ze regelmatig gesprekken over de klimaatcrisis, maar evengoed over landschappen die veranderen of natuur die verdwijnt. Het gaat daarbij niet over de cijfers en de statistieken achter de crisis, wel over wat die met mensen doet. 'Als we een depressie diagnosticeren, dan schrijven we antidepressiva voor, maar daarmee verandert de wereld niet', vertelt Nowak. 'Depressie, melancholie, een zwaar gemoed lijken me best logisch als je onder ogen ziet wat er aan de hand is. We hoeven dat niet gelijk te medicaliseren. Natuurlijk, als mensen echt depressief zijn, hebben ze begeleiding nodig. Maar het is opvallend dat er onder jonge mensen zo veel angst voor de toekomst heerst. Sinds 2017 is er een officiële naam voor: eco-anxiety.' Bedoelt u dat 'eco-anxiety' een erkende, psychische aandoening is? Evanne Nowak:De Amerikaanse associatie van psychologen omschrijft het als de angst voor huidige en toekomstige klimaatverandering. Er hangen ook nieuwe termen om, zoals pretraumatische stress. Het beeld van de toekomst veroorzaakt dezelfde symptomen als posttraumatische stress. Slapeloosheid, gevangen zitten in je eigen verhaal. De vraag is natuurlijk: wat doe je eraan? Je kunt moeilijk pillen voorschrijven of zeggen tegen mensen: maak je niet zo druk, kalmeer een beetje. Sussen is zinloos en doet geen recht aan de oprechtheid van de gevoelens. Ik ken iemand die tijdens een hete zomer naar een psycholoog ging omdat ze zich zo veel zorgen maakte over het klimaat, waarop de psycholoog haar aanraadde niet langer het nieuws te volgen. Negeren, je afsluiten, het lijkt me niet de aangewezen weg. Misschien moeten we er ons met z'n allen door bewegen, door die gevoelens van angst, verwarring, verdriet, rouw zelfs. Misschien hoort het bij de bewustwording? Misschien is leven in tijden van klimaatcrisis wel een vorm van collectieve rouw? (lacht) Je merkt dat ik in vragen praat. Dit is grotendeels nog onontgonnen terrein. Ik denk gewoon dat we meer ruimte mogen bieden aan die emoties, aan onze zorgen, zonder het gelijk over oplossingen te hebben of dat we onszelf moeten oppeppen. De verwarring hoort erbij. Waarom is het zo moeilijk om in actie te komen? Nowak: Het is een vraag waarmee ik al lang rondliep. Ook omdat ik mezelf erop betrapte. Hoe ik uit onmacht de ogen sloot voor wat er om ons heen gebeurde. Alles wat ik las en ontdekte over de klimaatcrisis greep me heel erg aan, maar ik kon die emoties niet aan. Ik kon er niet over praten, ik voelde me eenzaam en elke keer had ik het gevoel dat ik meer moest doen. Tijdens mijn studies ontdekte ik het werk van de Amerikaanse klimaatpsychologe Renée Lertzman. Zij deed onderzoek naar de apathie van mensen die in sterk vervuilde landschappen wonen, hoe die zich lijken neer te leggen bij de vernietiging van hun leefomgeving. Van een afstand klinkt het onlogisch en onbegrijpelijk, maar er spelen twee sterke psychologische mechanismen: cognitieve dissonantie en splitting. Je maakt je zorgen, maar je bent ook deel van het probleem - waardoor je je schuldig voelt en omdat dat te veel is, duw je het weg. Niet omdat het je niet interesseert, wel omdat het te beangstigend is. Het is een innerlijk conflict waardoor we slechts moeizaam onze zorgen omzetten in actie. Ik vond het fantastisch om dat te ontdekken. Ik begreep mezelf beter en begreep ook waarom al die bewustwordingscampagnes zo weinig zoden aan de dijk brachten. Als mensen voldoende op de hoogte zijn, zullen ze doen wat nodig is, denken we. Zegt u nu dat dat niet klopt? Nowak: Het is niet voldoende. Het hele vak van de klimaatpsychologie heeft zich ontwikkeld net omdat we vaststelden dat geïnformeerd zijn zelden gelijk is aan handelen. Er is nog nooit zo veel informatie beschikbaar geweest en toch blijven we argumenten verzinnen om actie uit te stellen, of wijzen we naar anderen die meer moeten doen. Tussen weten en handelen gebeurt iets, een blackbox, waarbij het gaat over onderbewuste processen, maar evengoed over sociologie. We zitten gevangen in culturele systemen van ontkenning omdat er bepaalde normen zijn. Er is de norm van economische groei, van consumeren, van genieten. Het is heel moeilijk om tegen die normen in te gaan. Ken je het werk van Alexis Shotwell? Zij is een held. Ze heeft een boek geschreven, Against purity. Het is een illusie, schrijft zij, te denken dat je zuiver kunt leven en het is zelfs pervers om die zuiverheid te eisen, precies omdat we verbonden zijn met al die systemen van onrecht, vervuiling en uitbuiting. Elk streven naar schone handen, noemt zij gevaarlijk. Belangrijker is het gevoel van hypocrisie waarmee je worstelt te erkennen. Niemand is perfect. Niemand is een klimaatheilige. Het is nu eenmaal zo. Dat is het beginpunt om je collectief te organiseren, vanuit mildheid en compassie voor de andere. U begeleidt groepsgesprekken over klimaat en duurzaamheid. Wordt er geroepen of geluisterd? Nowak:Ik gebruik de contemplatieve dialoog, die is bedacht door de jezuïeten om deelnemers tot luisteren en denken aan te zetten. Er zijn drie rondes met drie vragen, waarbij deelnemers hun antwoord op een papiertje schrijven, het voorlezen, waarna een stilte volgt die even lang duurt als het praten dat eraan voorafging. De beginvraag is zelden: 'Wat betekent de klimaatcrisis voor jou?' Dat is veel te groot, alsof je een beerput opengooit en de hopeloosheid die dan bovenkomt, slaat alles dood. Maar als je vraagt: 'Beschrijf een landschap dat je dreigt te verliezen of verloren bent', wordt het tastbaar, dan kun je het ergens over hebben en kunnen mensen hun pijn onder woorden brengen. Of hun frustraties. Ik herinner me een gesprek in een vleesverwerkingsbedrijf dat net was overgenomen door een producent van vleesvervangers. De nieuwe baas wilde een cultuurverandering in het bedrijf organiseren. Maar de mensen die er werkten, hadden daar helemaal geen zin in. Zij vereenzelvigden zich met dat vlees. Ze aten ook nog allemaal vlees. 'Wat betekent duurzaamheid voor jullie?' legde ik hen als beginvraag voor. 'Dat je elkaar niet veroordeelt', kwam daar onder andere uit. Ze voelden zich de slechteriken, hun verleden was blijkbaar fout omdat ze vlees verwerkten. Het gesprek veroorzaakte een soort opluchting. Eindelijk konden ze het eens op tafel gooien zonder dat ze afkeuring moesten vrezen. De verwarring hoort erbij, hebt u al een paar keer gezegd. Herkent u die verwarring en hoe gaat u daarmee om? Nowak:Die verwarring is deel van mij. Ik heb geleerd het klimaat te zien als onderdeel van mijn leven en mijn streven is om het er een leven lang mee uit te houden. Het is een strijd over generaties heen en dus is het kwestie om het vol te houden. Wat me ook helpt, is het breder zien. Het gaat ook over het verlies van soorten, over ongelijkheid, over armoede. Als je die crisissen aanpakt, doe je evengoed iets voor het klimaat.Veertien jaar geleden wist ik amper iets over de klimaatcrisis. Ik was er niet mee bezig. Toen scheepte ik als jongerenambassadeur van het Wereldnatuurfonds (WWF) in op een expeditie naar het Noordpoolgebied. Het was een klimaatexpeditie. Ik studeerde voor theaterdocent en dacht er inspiratie te vinden voor mijn afstudeerproject. Leuk, dacht ik, een reisje naar de Noordpool. Daar overviel het me. Ik zag ineens al die grafieken en hoe ze pijlsnel de hoogte in schoten, maar ik hoorde vooral de wetenschappers die met ons mee reisden. Ze wezen naar het wonderlijke landschap om ons heen en zeiden: 'Dit verdwijnt.' Het was 2008, er was nog meerjarig zee-ijs, sindsdien is het alleen maar dunner geworden. Op een dag vlogen ze een Samische man uit Lapland in. In die zin was het een absurde reis, iedereen werd van overal ingevlogen. Maar die man vertelde hoe zijn gemeenschap het landschap zag veranderen, hoe de seizoenen wegsmolten, hoe ze niet langer konden vertrouwen op hun kennis van het landschap. Ik zag de paniek in zijn ogen. Ook bij een aantal klimaatwetenschappers voelde je dat. De onmacht om het verteld te krijgen. Ze zeiden letterlijk: 'We krijgen het verhaal niet uitgelegd. Kunnen jullie het doen?' Dat maakte bij mij meer indruk dan al die grafieken samen. Ik wilde heel graag dat verhaal vertellen, maar toen ik weer thuiskwam, kreeg ik het niet uitgelegd. Het deed me enorm wankelen en ik voelde me vervreemd van mijn omgeving, want als ik er al over begon, merkte ik het ongemak bij mijn gesprekspartners. Hoe reageer je op iemand die worstelt met het klimaatprobleem? Zeg je dan: Het komt wel goed? Uiteindelijk intrigeerde die vraag me meer dan het klimaatvraagstuk zelf. Hoe gaan we hiermee om? Hoe kun je met deze kennis leven? Wat betekent dat voor ons, als mens? Helemaal in het begin van ons gesprek omschreef u het als een collectief rouwproces. Is dat een manier om met die kennis te leven? Nowak:Ik denk wel dat het gaat over verlies. We verliezen enorm veel. Concrete verliezen van soorten, landschappen, zekerheden ook, of een bepaald toekomstbeeld, misschien wel een zelfbeeld. In Nederland dreigen we zelfs letterlijk Nederland te verliezen. Maar dat is het grote verboden gespreksonderwerp. We zien onszelf als de pragmatische, fiksende watermanagers. Het idee dat we zelf op het spel staan, is te pijnlijk om onder ogen te zien en dus duwen we het weg. Maar het gaat ook over het verlies van privileges. Het neoliberalisme heeft ons een verhaal gebracht van entitlement, we hebben recht op allerlei zaken. We hebben recht op vliegreizen, op alle dagen vlees en we hebben het recht om ons daar niet schuldig over te voelen. Ik denk dat dat verhaal hoe dan ook gaat schuiven en veranderen. Nu zien we het als iets goeds om veel te vliegen en te reizen voor onze zelfontplooiing. Misschien vinden we het later heel raar dat we daar zo over dachten. Ik luisterde naar een tekst die u voorlas in 2019, waarin u verwijst naar de paradox van de klimaatpsychologie. Wij rouwen om gletsjers, maar een kind op de Malediven dreigt zijn land te verliezen. Is onze pijn een luxeprobleem? Nowak:Zijn het gefingeerde tranen? Die vraag moeten we ons zeker stellen. Ooit heb ik stage gelopen in Oeganda, in een verzoeningsproject met voormalige kindsoldaten. Een collega uit die tijd begreep mijn zorgen over het klimaat niet. Dat is de toekomst, zei hij, je hebt hier en nu de armoede aan te pakken. Ik denk dat het een combinatie van beide is. De angst die wij voelen voor de toekomst is reëel en die mag er zijn, maar het gaat niet alleen over ons, het gaat over solidariteit. De klimaatcrisis treft de mensen die er het minst verantwoordelijk voor zijn, het hardst. Tegelijkertijd zijn er tal van studies over eco-anxiety in Nigeria. Bij ons is het geanticipeerde angst, angst voor de toekomst; daar betreuren ze directe verliezen. U bent ondertussen moeder geworden. Hebt u, met alles wat u weet, daarover getwijfeld? Nowak:Net voor mijn zwangerschap moest ik een avond modereren met de Amerikaanse sociologe en filosofe Donna Haraway over 'De grote krimp. Een kindje minder'. Hoe ver moet je gaan in je zorgen over de planeet? Moet ik mijn kinderwens in de koelkast stoppen terwijl we weten dat honderd bedrijven verantwoordelijk zijn voor 70 procent van de uitstoot? Haraway was heel uitgesproken. Deze wereld heeft niet nog meer kinderen nodig. Ontferm je over een pleegkind, zei ze. Neem een hond in huis. Of een zwerfkat. De zaal zat die avond vol met vijftigplussers die vonden dat ik als jongere mijn verantwoordelijkheid moest nemen. Dat maakte mij opstandig. Ik weiger een mensenleven te reduceren tot een hoeveelheid CO2. Nu vind ik het heerlijk dat hij er is. In de hoek van de kamer staat een harp. Droomde u er ooit van om van muziek uw leven te maken? Nowak:Ik heb nooit een duidelijke droom gehad. Ik zie het als een pad dat zich vormt. Er is wel een verlangen om bij te dragen, me zinvol te voelen. Er moet iets op het spel staan. Waarom? Nowak: Misschien heeft het iets met mijn grootvader te maken. Hij ontvluchtte tijdens de Tweede Wereldoorlog Polen omdat hij niet voor de Duitsers wilde vechten en werken. Via Frankrijk kwam hij in Groot-Brittannië terecht en daarna in Nederland, waar hij zijn hele leven aan het spoor werkte. Het was een trauma. Als hij erover vertelde, werd hij in het verhaal gezogen, stokte hij en zei: dat was toen, nu is alles beter. De mensheid wordt slimmer. Dat wil je toch hopen?