De Europese samenleving staat onder druk en het is voor Christendemocraten niet gemakkelijk om standpunt in te nemen. Ze zijn er immers geïnspireerd van overtuigd dat alle mensen, waar ook geboren, onvervreemdbare rechten hebben, louter uit het feit dat ze geboren zijn als mens. Om deze sterke visie overeind te houden in een compromis met rechten én plichten, grenscontroles, én druk tot integratie, dat is geen gemakkelijke opdracht.

'Europese samenleving staat onder druk: welk antwoord komt er vanuit het politieke centrum?'

Sommigen zeggen daarom "dat het beter is om geen toegevingen te doen en er voor te pleiten dat elke mens het recht heeft om zich vrij te bewegen over onze planeet. Wie zou immers één van de mooiste dingen die er voor een mens kunnen zijn, namelijk reizen - de aardbol, de schepping verkennen - willen ontzeggen aan iemand uit een ander continent? Immers, met welk recht kunnen wij overal naartoe en moeten anderen in hun land blijven? En sterker nog, waarom zou een mens belemmerd moeten zijn in zijn filosofische traditie? Heeft de opkomst van sterke religies er immers niet toe geleid dat het weer OK is om open te staan voor spiritualiteit? Moeten Christendemocraten daar dan niet dankbaar voor zijn en daar stilletjes voor supporteren? Waarom zou je iemand moeten verbieden om zich te kleden volgens zijn levensbeschouwing of om zo te baden of om al dan niet een hand te geven aan wie je religie je dat letterlijk voorschrijft?"

Het is snel duidelijk dat de hierboven beschreven compromisloze houding ons snel in de problemen kan brengen. Zeker wanneer de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw in vraag zou worden gesteld.

Bovendien willen we ook heel enthousiast gemeenschap vormen. Een inclusief, samenlevingsopbouwend project waar niemand uit de boot valt. En wanneer dat toch zou gebeuren dan halen we iedereen uit het water, de boot wacht, en wanneer iedereen aan boord is, varen we verder.

Gemeenschappelijke sokkel van rechten en plichten

Hoe paradoxaal zou het dan zijn om mee te werken aan een samenleving die opgebouwd zou zijn uit aparte divisies... Moeten we aanhanger zijn van een maatschappij opgebouwd naargelang de religieuze aanhorigheid waarbij elke religie openlijk voor haar marktaandeel zou strijden? Moeten we net niet vermijden dat er niet één, maar vijf 'ik-ben-wij's komen? En moeten we net niet vermijden dat men zich om levensbeschouwelijke redenen vrijwillig zou gaan segregeren uit onze samenleving? Daarom is er nood aan een gemeenschappelijke sokkel van rechten en plichten. Maar wellicht nog meer aan een gemeenschappelijk visie over hoe we één samenleving bouwen.

Er kunnen geen A-burgers en B-burgers zijn, en dat is een absoluut gegeven. Maar waarom zou men dan toelaten dat er wél meerdere samenlevingen zijn? Wanneer er geen A- of B-burgers zijn, is het logische gevolg dan niet dat er slechts één samenleving kan zijn?

Wanneer iemand zich om filosofische redenen vrijwillig segregeert uit de maatschappij, kan die dan nog rekenen op sociaal-economische solidariteit, zullen stoutmoedigen opwerpen. Is absolute vrijheid in de wereld van de levensbeschouwing eigenlijk wel een na te streven doel, zullen anderen zich misschien afvragen. Zoals ze zich wellicht afvragen of absolute vrijheid in de wereld van de economie een goed idee is. Geldt dan immers niet het recht van de sterkste en heeft dat al ooit de beschaving vooruitgeholpen?

'Het cultuurchristendom heeft een stille maar bewuste en mooie plaats in de samenleving gevonden. Mogen we dit ook vragen van de opkomende religies?'

Na de Brexit is er binnen de Europese Unie een kans om beter te bepalen tot waar die vrijheid gaat. In het Verenigd Koninkrijk staat men vaak dichter bij absolute vrijheid dan in continentaal Europa. Zowel op economisch als op levensbeschouwelijk vlak. Het Hof van Justitie van de Europese Unie adviseerde recent dat een werkgever tot op zekere hoogte zelf mag beslissen of levensbeschouwelijke tekens van een werknemer in contact met het publiek toegelaten zijn. Een beslissing die in een apart Verenigd Koninkrijk niet gemakkelijk zou gemaakt worden.

Het is misschien geen mirakel dat er een zware tegenreactie is ontstaan tegen de absolute vrijheid van de globalisering in precies het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Immers, het zijn twee landen waar er geen sterk uitgebouwde sociale systemen zijn, die de vrijheid van de globalisering in balans kunnen brengen. Het zijn ook twee landen waar de vrijheid van religie bijna op de meest absolute manier geïnterpreteerd wordt.

Het cultuurchristendom heeft onder druk van onder meer de Franse revolutie, de revolutie van mei '68, en de secularisering een stille maar bewuste en mooie plaats in de samenleving gevonden. Gekenmerkt door een openstaan voor spiritualiteit, sterke sociale waarden, en modern ingevuld in respect voor medeburgers met een andere opinie.

Mogen we dit ook vragen van de opkomende religies? Is dit dan een juk waar men onder zou moeten of is het net een aanmoediging om op een respectvolle manier één open samenleving met spiritualiteit te verzoenen?

De Europese samenleving staat onder druk en het is voor Christendemocraten niet gemakkelijk om standpunt in te nemen. Ze zijn er immers geïnspireerd van overtuigd dat alle mensen, waar ook geboren, onvervreemdbare rechten hebben, louter uit het feit dat ze geboren zijn als mens. Om deze sterke visie overeind te houden in een compromis met rechten én plichten, grenscontroles, én druk tot integratie, dat is geen gemakkelijke opdracht. Sommigen zeggen daarom "dat het beter is om geen toegevingen te doen en er voor te pleiten dat elke mens het recht heeft om zich vrij te bewegen over onze planeet. Wie zou immers één van de mooiste dingen die er voor een mens kunnen zijn, namelijk reizen - de aardbol, de schepping verkennen - willen ontzeggen aan iemand uit een ander continent? Immers, met welk recht kunnen wij overal naartoe en moeten anderen in hun land blijven? En sterker nog, waarom zou een mens belemmerd moeten zijn in zijn filosofische traditie? Heeft de opkomst van sterke religies er immers niet toe geleid dat het weer OK is om open te staan voor spiritualiteit? Moeten Christendemocraten daar dan niet dankbaar voor zijn en daar stilletjes voor supporteren? Waarom zou je iemand moeten verbieden om zich te kleden volgens zijn levensbeschouwing of om zo te baden of om al dan niet een hand te geven aan wie je religie je dat letterlijk voorschrijft?"Het is snel duidelijk dat de hierboven beschreven compromisloze houding ons snel in de problemen kan brengen. Zeker wanneer de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw in vraag zou worden gesteld. Bovendien willen we ook heel enthousiast gemeenschap vormen. Een inclusief, samenlevingsopbouwend project waar niemand uit de boot valt. En wanneer dat toch zou gebeuren dan halen we iedereen uit het water, de boot wacht, en wanneer iedereen aan boord is, varen we verder. Hoe paradoxaal zou het dan zijn om mee te werken aan een samenleving die opgebouwd zou zijn uit aparte divisies... Moeten we aanhanger zijn van een maatschappij opgebouwd naargelang de religieuze aanhorigheid waarbij elke religie openlijk voor haar marktaandeel zou strijden? Moeten we net niet vermijden dat er niet één, maar vijf 'ik-ben-wij's komen? En moeten we net niet vermijden dat men zich om levensbeschouwelijke redenen vrijwillig zou gaan segregeren uit onze samenleving? Daarom is er nood aan een gemeenschappelijke sokkel van rechten en plichten. Maar wellicht nog meer aan een gemeenschappelijk visie over hoe we één samenleving bouwen.Er kunnen geen A-burgers en B-burgers zijn, en dat is een absoluut gegeven. Maar waarom zou men dan toelaten dat er wél meerdere samenlevingen zijn? Wanneer er geen A- of B-burgers zijn, is het logische gevolg dan niet dat er slechts één samenleving kan zijn?Wanneer iemand zich om filosofische redenen vrijwillig segregeert uit de maatschappij, kan die dan nog rekenen op sociaal-economische solidariteit, zullen stoutmoedigen opwerpen. Is absolute vrijheid in de wereld van de levensbeschouwing eigenlijk wel een na te streven doel, zullen anderen zich misschien afvragen. Zoals ze zich wellicht afvragen of absolute vrijheid in de wereld van de economie een goed idee is. Geldt dan immers niet het recht van de sterkste en heeft dat al ooit de beschaving vooruitgeholpen?Na de Brexit is er binnen de Europese Unie een kans om beter te bepalen tot waar die vrijheid gaat. In het Verenigd Koninkrijk staat men vaak dichter bij absolute vrijheid dan in continentaal Europa. Zowel op economisch als op levensbeschouwelijk vlak. Het Hof van Justitie van de Europese Unie adviseerde recent dat een werkgever tot op zekere hoogte zelf mag beslissen of levensbeschouwelijke tekens van een werknemer in contact met het publiek toegelaten zijn. Een beslissing die in een apart Verenigd Koninkrijk niet gemakkelijk zou gemaakt worden.Het is misschien geen mirakel dat er een zware tegenreactie is ontstaan tegen de absolute vrijheid van de globalisering in precies het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Immers, het zijn twee landen waar er geen sterk uitgebouwde sociale systemen zijn, die de vrijheid van de globalisering in balans kunnen brengen. Het zijn ook twee landen waar de vrijheid van religie bijna op de meest absolute manier geïnterpreteerd wordt.Het cultuurchristendom heeft onder druk van onder meer de Franse revolutie, de revolutie van mei '68, en de secularisering een stille maar bewuste en mooie plaats in de samenleving gevonden. Gekenmerkt door een openstaan voor spiritualiteit, sterke sociale waarden, en modern ingevuld in respect voor medeburgers met een andere opinie.Mogen we dit ook vragen van de opkomende religies? Is dit dan een juk waar men onder zou moeten of is het net een aanmoediging om op een respectvolle manier één open samenleving met spiritualiteit te verzoenen?