De Rekenkamer onderzocht de aanwervingspolitiek van het Europese selectiebureau EPSO. Dat bureau, de voornaamste toegangspoort tot een Europese carrière, werd in 2003 opgericht om de instellingen voor te bereiden op de uitbreiding naar het oosten en de procedures waren toegesneden op de grootschalige rekrutering van personeel. Maar sinds 2012 is de context helemaal veranderd. Ook de instellingen besparen op personeel, en tegelijkertijd zijn ze meer en meer op zoek naar gespecialiseerde profielen. Experts in pakweg digitale communicatie of energie zijn echter heel gegeerd, en in tegenstelling tot gediplomeerden in rechten of economie denken ze niet spontaan aan de Europese Unie als toekomstig werkgever. "EPSO is niet afgestemd op de hedendaagse rekruteringsomgeving. Het moet beter doen, met snellere en flexibelere procedures", zegt Turtelboom. Net als andere bureaus gebruikt EPSO psychometrische proeven om een eerste, grote selectie te maken. Dat tot 90 procent zo meteen uit de boot valt bij algemene oproepen met pakweg 30.000 kandidaten is niet zo'n probleem, maar wel wanneer de instellingen naarstig op zoek zijn naar experts. "Interessante kandidaten vallen af nog voor hun jobspecifieke kennis beoordeeld kan worden", Gemiddeld blijven er zo maar enkele tientallen geschikte kandidaten over. Pijnlijk is ook dat de instellingen volgens de Rekenkamer sneller en goedkoper werken wanneer ze EPSO links laten liggen en zelf op zoek gaan naar gespecialiseerde profielen. Het lukt EPSO wel nog steeds om voldoende hoogwaardige kandidaten voor algemene jobprofielen te vinden. Vaak gaat het wel om mensen die al in de "Brussels bubble" vertoeven, en ook dat is een euvel. "Zeker in deze tijden moeten mensen van Helsinki tot Lissabon gelijke kansen hebben op een job bij de Europese instellingen", betoogt Turtelboom. Ze wijst ook op de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die ruchtbaarheid moeten geven aan Europese sollicitatie-oproepen. Turtelboom betreurt ook dat het aandeel van jonge kandidaten (-35 jaar) aan het dalen is. Dat heeft volgens haar deels te maken met de lange procedures. EPSO heeft al inspanningen gedaan om de termijn in te korten, maar zo'n selectieproces sleept gemiddeld nog steeds dertien maanden aan. "Dat is te lang, zeker voor jonge mensen die een woning of een auto willen aankopen en zekerheid willen", meent het Belgische lid van de Rekenkamer. Tien maanden moet het streefdoel zijn. Ook bij EPSO zelf beseffen ze al enige tijd dat er een en ander moet veranderen. Met haar rapport wil de Rekenkamer feiten en cijfers aanleveren die het selectiebureau van de Europese instellingen moeten helpen om de procedures op een nieuwe leest te schoeien. Want de Europese instellingen blijven een belangrijke werkgever. Jaarlijks werven ze zo'n duizend personeelsleden aan uit de pool van meer dan 50.000 kandidaten die meedoen aan de oproepen van EPSO. (Belga)

De Rekenkamer onderzocht de aanwervingspolitiek van het Europese selectiebureau EPSO. Dat bureau, de voornaamste toegangspoort tot een Europese carrière, werd in 2003 opgericht om de instellingen voor te bereiden op de uitbreiding naar het oosten en de procedures waren toegesneden op de grootschalige rekrutering van personeel. Maar sinds 2012 is de context helemaal veranderd. Ook de instellingen besparen op personeel, en tegelijkertijd zijn ze meer en meer op zoek naar gespecialiseerde profielen. Experts in pakweg digitale communicatie of energie zijn echter heel gegeerd, en in tegenstelling tot gediplomeerden in rechten of economie denken ze niet spontaan aan de Europese Unie als toekomstig werkgever. "EPSO is niet afgestemd op de hedendaagse rekruteringsomgeving. Het moet beter doen, met snellere en flexibelere procedures", zegt Turtelboom. Net als andere bureaus gebruikt EPSO psychometrische proeven om een eerste, grote selectie te maken. Dat tot 90 procent zo meteen uit de boot valt bij algemene oproepen met pakweg 30.000 kandidaten is niet zo'n probleem, maar wel wanneer de instellingen naarstig op zoek zijn naar experts. "Interessante kandidaten vallen af nog voor hun jobspecifieke kennis beoordeeld kan worden", Gemiddeld blijven er zo maar enkele tientallen geschikte kandidaten over. Pijnlijk is ook dat de instellingen volgens de Rekenkamer sneller en goedkoper werken wanneer ze EPSO links laten liggen en zelf op zoek gaan naar gespecialiseerde profielen. Het lukt EPSO wel nog steeds om voldoende hoogwaardige kandidaten voor algemene jobprofielen te vinden. Vaak gaat het wel om mensen die al in de "Brussels bubble" vertoeven, en ook dat is een euvel. "Zeker in deze tijden moeten mensen van Helsinki tot Lissabon gelijke kansen hebben op een job bij de Europese instellingen", betoogt Turtelboom. Ze wijst ook op de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die ruchtbaarheid moeten geven aan Europese sollicitatie-oproepen. Turtelboom betreurt ook dat het aandeel van jonge kandidaten (-35 jaar) aan het dalen is. Dat heeft volgens haar deels te maken met de lange procedures. EPSO heeft al inspanningen gedaan om de termijn in te korten, maar zo'n selectieproces sleept gemiddeld nog steeds dertien maanden aan. "Dat is te lang, zeker voor jonge mensen die een woning of een auto willen aankopen en zekerheid willen", meent het Belgische lid van de Rekenkamer. Tien maanden moet het streefdoel zijn. Ook bij EPSO zelf beseffen ze al enige tijd dat er een en ander moet veranderen. Met haar rapport wil de Rekenkamer feiten en cijfers aanleveren die het selectiebureau van de Europese instellingen moeten helpen om de procedures op een nieuwe leest te schoeien. Want de Europese instellingen blijven een belangrijke werkgever. Jaarlijks werven ze zo'n duizend personeelsleden aan uit de pool van meer dan 50.000 kandidaten die meedoen aan de oproepen van EPSO. (Belga)